Kort verhaal: Het keerpunt


Het keerpunt

"Ik ben er helemaal klaar mee!" Met zijn vuist slaat Dennis op de keukentafel. "Elke maand weer hetzelfde. Altijd maar weer elk potje moeten legen om een paar verdomde centen bij elkaar te krijgen voor boodschappen te halen. Het moet eens klaar zijn." Dennis loopt rood aan van boosheid, tegenover hem zit Annemarie, zijn vrouw en vriendin sinds de middelbare school. Acht jaar geleden zijn ze getrouwd en waren ze dolgelukkig met elkaar, maar de laatste maanden staat hun huwelijk onder grote spanning. Dennis die van oorsprong als leraar basisonderwijs werkte, is 1,5 jaar geleden uit zijn functie gezet, omdat hij niet goed functioneerde. Sinds die tijd probeert hij geld bij te verdienen als schilder, maar tijdens de wintermaanden is er geen werk. Annemarie die haar school nooit afgemaakt heeft, omdat ze voor de kinderen ging zorgen werkt nu als huishoudelijk hulp bij ouderen mensen, maar ook hiermee verdient ze net genoeg om de rekeningen te betalen.

Annemarie wist hoe haar man zou reageren, hij zou nog laaiender worden dan nu, maar toch vroeg ze het, ze zag geen andere uitweg meer: "Is het geen idee dat je die baan aanneemt, bij het sloopbedrijf van je broer?" Ze keek haar man aan en zijn blik sprak boekdelen. "Ik bij een sloopbedrijf! Mens je bent gek! Ik heb je al eerder gezegd, ik ga daar nooit van mijn leven werken." Hij schuift zijn stoel naar achter en met een harde klap valt deze op de grond. "Doe eens normaal. Dat kan ook op een andere manier!" Reageert Annemarie geïrriteerd.
"Op een andere manier, dit kan niet op een andere manier. Ik ben hier de baas in huis. Ik hoor het geld te verdienen, en jij hoort thuis te zijn bij de kinderen."
"Wat ben je toch een ouderwetse zak."
"Liever ouderwets. Dan werkloos. Ik ga op zoek naar een baan."
Boos stormt Dennis de keuken uit richting de woonkamer. De deur valt met een harde klap achter Dennis dicht. De trouwfoto aan de muur valt er door op de grond, in duizenden stukjes breekt het glas.

Huilend blijft Annemarie achter in de keuken. Ze pakt een handveger en blik en knielt naast de scherven neer: "Zo kan het niet langer, er moet wat gebeuren... en snel."
Nadat ze het glas heeft opgeruimd en de trouwfoto op het aanrechtblad heeft weggelegd, voelt ze in haar broekzak het briefje met een naam en telefoonnummer van een relatietherapeut. Dit briefje had de zus van Annemarie aan haar gegeven, maar toen ze dit aan Dennis liet zien heeft hij het verfrommeld en in de prullenbak gegooid. Annemarie wilde het wel proberen, maar Dennis moest er niets van weten. Volgens hem was relatietherapie niet nodig, hun relatie was goed in zijn ogen.
Annemarie kijkt naar het telefoonnummer en toets de cijfers in op haar mobiel. Een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn vraagt of Annemarie even kan wachten, omdat ze nog even bezig is. Vanuit de woonkamer hoort Annemarie haar man nog steeds als een razende tekeer gaan, ze wilt niet weten wat hij allemaal aan het doen is.
Geduldig wacht Annemarie, totdat ze de vriendelijke vrouwenstem weer hoort aan de andere kant van de lijn.

"Goedemiddag, relatieconsulent goed huwelijk zegt u het maar."
Annemarie slikt, wat als haar man haar hoort praten. Hij zou haar iets aandoen. Hij zou helemaal gek worden. De laatste dagen is hij altijd al boos op haar, ze kan niets goed doen. En de kinderen krijgen ook alleen maar preken. De angst dat hij haar of de kinderen iets aandoet wordt met de dag groter. "Hallo mevrouw, zegt u het maar." Annemarie was even vergeten dat ze aan de telefoon was.
"Sorry.. Ik wil graag een afspraak maken voor een intake gesprek."
"Dat is mogelijk, ik zal even de agenda erbij pakken. Een klein momentje alstublieft."
In de woonkamer hoort ze haar man nog steeds foeteren tegen de computer. "Dat rot ding! Doe het nou is."
"Mevrouw, daar ben ik weer. Bij ons zou dinsdag 1 mei mogelijk zijn. Komt dit bij u en uw echtgenoot uit?"
Annemarie denkt diep na en zegt dan: "Dat is goed. Hoe laat?"
"Half 12. Of moet u of uw man dan werken?"
"Half 12 is goed. Mijn man heeft geen werk. Dat is juist het probleem." Zegt Annemarie.
De vriendelijke vrouw aan de andere kant van de lijn praat er verder niet over, en rond het gesprek af.

Annemarie loopt de woonkamer in naar haar man. Ze weet niet goed hoe ze het tegen hem moet zeggen, want ze is bang dat hij weer tegen haar uit gaat vallen. Voor nu houd ze verstandig haar mond.
"Sorry van net. Ik had niet boos moeten worden op jou. Jij wilt ook alleen maar helpen." Dennis kijkt zijn vrouw aan, en even lacht hij naar haar. Die lach heeft ze lang niet meer gezien. Waar komt dit ineens vandaan?
"Maakt niet uit, maar je weet wel dat er iets moet gebeuren, want zo kan het echt niet langer." Annemarie gaat op haar hurken naast Dennis zitten.
"Schat, weet je nog dat briefje dat we gekregen hebben. En dat je weggegooid had?"
Dennis knikt. "Van die relatietherapeut. Je weet toch dat we dat niet nodig hebben. Dat heb ik je al verteld."
Annemarie slikt en kijkt weg van haar man. "Eigenlijk ben ik het daar niet mee eens. Ik vind dat we het moeten proberen. En ik heb een afspraak gemaakt voor dinsdag 1 mei om 11.30, het gaat hierbij om een vrijblijvend gesprek."
Annemarie zag de aders op Dennis zijn hoofd weer opspelen, de lieve man die ze net nog zag, veranderde weer in het schreeuwende monster.
"Wat heb je gedaan!" Schreeuwde hij.
En nog voor dat Annemarie iets terug kon zeggen voelde ze zijn hand tegen haar wang. Met een harde klap komt ze op de grond neer. Hij heeft haar ooit eerder geslagen in het begin van hun huwelijk, en ze heeft altijd gezegd als hij haar nog één keer zou slaan dat ze samen met de kinderen weg zou gaan.
"Nu is het klaar! Ik kies voor mezelf en de kinderen."

Annemarie krabbelt omhoog en rent de trap op naar boven. Ze pakt een koffer en zo snel als ze kan trekt ze wat kleding uit de kast. De koffer sleept ze mee naar de kamer van de kinderen en ook voor hun pakt ze snel wat kleding.
Achter haar staat Dennis: "Lieverd. Sorry... ik wilde dit niet. Ga alsjeblieft niet weg." Smeekt Dennis. Annemarie loopt langs hem richting de trap, hij pakt haar vast en probeert haar tegen te houden.
Annemarie is alleen zo boos dat ze haar eigen kracht niet kent en geeft Dennis een duw. Voor haar ziet ze haar man van de trap vallen. Van schrik laat ze de koffer uit haar handen vallen en rent zo snel als ze kan de trap af. Halverwege stopt ze, en ziet haar man doodstil onder aan de trap liggen. Ze ziet bloed, overal bloed...

"W.. W… Wa… Wat heb ik gedaan." Ze rent de trap terug op en pakt op slaapkamer de vaste telefoon. Met trillende handen toetst ze 1-1-2 in en zegt: dat er met spoed een ambulance moet komen naar Dauwdruppelpad 18 in Roosendaal. De tijd voordat de ambulance er is lijkt een eeuwigheid te duren. Intussen is Annemarie met de vaste telefoon tegen haar oor aan, naar het levenloze lichaam van Dennis gelopen. En naast hem neer geknield, de tranen rollen over haar ogen “Wat heb ik gedaan..” De ambulance komt met loeiende sirenes aan rijden. Annemarie opent de voordeur en ziet dat verschillende buren naar buiten zijn gekomen, of door het raam naar buiten kijken. Ze doet een stap opzij, zodat de ambulancebroeders er langs kunnen met hun apparatuur en de brancard. Ze lopen richting Dennis en Annemarie wordt overvallen door de gedachten dat ze haar man vermoord heeft. Gelukkig hoort ze één van de ambulancebroeders tegen de ander zeggen. "Hij moet zo snel mogelijk naar het ziekenhuis. Eerst stabiliseren en dan kunnen we gaan. Mevrouw gaat u mee?"
"Uuhh.. Ja natuurlijk ga ik mee. Het hele voorval van net is ze vergeten. Ze is zo bang dat haar man het niet red en dat het haar schuld is, dat haar kinderen zonder vader op moeten groeien."
Annemarie spreekt de buurvrouw aan en vraagt of ze de kinderen op kan vangen als deze thuis komen uit school.”Natuurlijk, sterkte” zegt de buurvrouw en ze geeft Annemarie nog snel een knuffel, voordat Annemarie de ambulance instapt bij haar man die met de brancard de ambulance is ingeschoven. Een lieve broeder zit ook achterin de ambulance, en probeert Annemarie zoveel mogelijk gerust te stellen. Hij kan alleen niet tot haar doordringen, ze kijkt in het rond en ziet overal slangen van het infuus en beademingsapparaat. Ze ziet hoe haar man vecht voor zijn leven.

"Komt het wel goed?" Vraagt Annemarie aan de ambulancebroeder die naast haar zit.
"Daar kunnen we nu nog niets over zeggen. Uw man moet met spoed geopereerd worden. En dan kunnen we u er meer over vertellen."

Annemarie haar schuldgevoel wordt steeds erger: Wat als haar man het niet overleefd, hoe legt ze uit aan de kinderen wat er is gebeurt? Dit valt niet uit te leggen, onvergefelijk. Ze legt haar hand op die van haar man en even lijkt het of hij probeert te knipperen. Ze kijkt nog eens goed naar zijn ogen en ziet weer zijn oogleden bewegen.
"Hij leeft! Kijk dan hij beweegt."
De ambulancebroeder kijkt naar Dennis en ziet inderdaad dat hij zijn ogen probeert te openen, en probeert te praten, maar door het beademingsapparaat lukt dit niet.
"Rustig maar, schat. Ik ben bij je. Ik ga niet weg." Zegt Annemarie tegen haar man. "Ik ga nooit bij je weg." Dennis blijft zijn best doen om te proberen te praten, de ambulancebroeder haalt even het beademingsapparaat van Dennis zijn mond, en hij haalt een paar keer diep adem. Als de ambulancebroeder het ademhalingsapparaat terug op Dennis zijn mond terug wilt zetten, duwt hij zijn hand weg “Wacht even…” hijgt hij. “Ik ga bij het sloopbedrijf werken van mijn broer en we gaan in therapie.” Na het woord therapie vallen zijn ogen terug dicht.

De rest van de weg naar het ziekenhuis houd Annemarie de hand van Dennis vast. Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen wordt Dennis meteen meegenomen naar de OK. Diverse dokters, en assistenten stonden de ambulance met Dennis op te wachten. Annemarie kon niet mee, en bleef achter met één van de broeders, die Annemarie probeerde uit te leggen wat er nu ging gebeuren. “De komende uren zijn cruciaal, probeer wat te rusten dan kom ik bij u terug zodra er meer bekend is van de operatiekamer.” Daar stond Annemarie uitkijkend op een lange gang, ze kon niet meer helder denken of huilen.. ze maakte zich zorgen om haar man. De uren op de klok gingen voorbij, voordat eindelijk de broeder terug kwam met nieuws: “Uw man had diverse inwendige bloedingen, en breuken. Zijn hart en nieren hebben een flinke klap ondergaan, maar we hebben de inwendige bloedingen weten te stoppen. Hij ligt nu op de uitslaapkamer waar u even bij hem mag, maar hou er rekening mee dat hij nog niet aanspreekbaar is, hij kunt u wel horen, dus praat gerust tegen hem.” Annemarie knikt en volgt de broeder richting de uitslaapkamer waar Dennis ligt…

Dennis moest een week in het ziekenhuis blijven, maar heeft gelukkig geen blijvend letsel overgehouden aan de val. Wel is er geconstateerd waar zijn stemmingswisselingen vandaan kwamen, hiervoor is hij onder behandeling bij een psycholoog. Zijn stemmingswisselingen hebben er ook voor gezorgd dat hij uit zijn functie als leraar werd gezet. Na zijn herstel, is hij begonnen bij het sloopbedrijf van zijn broer. Annemarie heeft haar baan opgezegd bij de ouderen mensen en is voor de kinderen gaan zorgen. Het gezin is nog nooit zo gelukkig geweest samen, als naar dit keerpunt.

Dit verhaal heb ik ingezonden tijdens een schrijfwedstrijd: 'Het keerpunt" genaamd. Ik ben hiermee niet in de prijzen gevallen, maar ben wel erg benieuwd wat jullie hiervan vinden.