×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











De tijdreis (2)

De tijdreis (2)


Dit is het vervolg op De tijdreis 1

Starling had de eindfase van zijn project bereikt. Het afgelopen half jaar had hij er hard aan gewerkt. De hele zomer had hij doorgebracht in de ruimte naast zijn werkkamer. Het was nu november en buiten werd het steeds kouder. De bomen waren hun bladeren verloren en de zon stond laag. De laatst tijd liet de zon zich nauwelijks zien en hing er in de lucht een groot grijs wolkendek. Soms regende het dagen achtereen. Starling was gevoelig voor de jaargetijden. De herfst kon hem depressief maken, maar nu had hij voldoende afleiding. Hij was volledig gefocust op zijn project, dat hij nog voor het einde van het jaar wilde afronden.

Een half jaar geleden was het hem gelukt om zich te verplaatsen naar het einde van de Middeleeuwen. Nu wilde hij vooruit in de tijd. Hij was nieuwsgierig naar wat de toekomst zou brengen. Hij vond het enorm spannend. Van het verleden wist je ongeveer wat je kon verwachten, maar de toekomst was niet te voorspellen. Zouden er überhaupt nog mensen op de wereld zijn? Er waren nu zoveel problemen met het klimaat die alleen maar erger konden worden, dat hij zich nauwelijks kon voorstellen dat er nog leven op aarde was. Toch wilde hij het risico nemen. Voor zijn collega’s had hij zijn onderzoeksgegevens achtergelaten. Hij had alles precies gedocumenteerd in twaalf mappen. Zo ging zijn kennis niet verloren, mocht hij niet meer terugkomen. 

Twee dagen geleden was Starling nog bij zijn oude moeder langs gegaan. Ze hadden samen een kopje thee gedronken en een paar aangename uurtjes doorgebracht. Ze spraken over van alles en nog wat. Ook over zijn jeugd, want zijn moeder genoot ervan daarover te vertellen. Ze memoreerde altijd de verre reizen die ze vroeger samen maakten. Toen hij afscheid van haar nam, gaf hij haar een stevige knuffel en een kus op haar wang, inniger dan hij normaal gesproken deed. Hij liep weg, keek nog één keer om en zwaaide naar haar, beseffend dat het mogelijk de laatste keer was dat hij haar zag.

Hij opende zijn laptop op het bureau naast de teleport. Zijn handen waren klam van het zweet. Hij zocht de juiste pagina op en voerde zijn gegevens in, zijn naam, Starling, zijn leeftijd, 55 jaar, het jaartal, 2500 na Chr. en de plaats, Philadelphia, Pennsylvania. Daarna klikte hij op de groene button en de deur van de teleport ging open. Hij stapte erin en sloot de deur. Hij haalde diep adem, concentreerde zich en drukte toen op de rode knop in het midden van de teleport.

Een paar seconden later stond Starling in een lege straat met aan beide zijden villa’s. De villa’s waren eigenlijk bungalows, een soort moderne dozen. Ze hadden platte daken, waren gelijkvloers en aan de buitenkant strak gepleisterd en wit geschilderd. Elke bungalow had aan de voorkant een helder groen gazon van circa tien meter tot aan de straat. Voor zover hij kon zien was er niemand op straat. Er heerste een totale rust. Er waren zelfs geen vogels te horen. Hij keek om zich heen en wist niet zo goed wat hij zou doen. Juist op dat moment zag hij in de verte iets glinsterends vanuit de lucht op hem afkomen. De zon weerkaatste erop waardoor hij niet goed kon zien wat het was. Het kwam steeds dichterbij en eindelijk zag hij wat het was, een metalen kogel zonder deuren en ramen. Hij voelde zijn hart kloppen van opwinding, even twijfelde hij of hij dit wel had moeten doen. De kogel minderde vaart, hing even stil en landde toen geruisloos en met een ongekende precisie naast hem. De onderkant was enigszins vlak, waardoor hij stabiel bleef staan.

De kogel bleek toch deuren en ramen te hebben, die aan de buitenkant niet zichtbaar waren. De ramen en deuren waren van een hard soort materiaal waar je van binnenuit doorheen kon kijken. Het leek op een one-way screen, waar de artsen vroeger doorheen keken wanneer zij hem op vierjarige leeftijd observeerden tijdens het spelen en communiceren met zijn moeder. Uit de kogel stapten een jonge vriendelijk ogende vrouw en een klein meisje van een jaar of drie. Ze waren gekleed in een doorlopend broekpak, gemaakt van een hightech stof. Het pak van het meisje was roze en oranje gekleurd en dat van de moeder beige en lichtblauw. Ze hadden schoenen aan die leken op de sneakers die je al in zijn tijd kon kopen, alleen dan met een iets dikkere zool. Ze bekeken hem aandachtig, maar wel objectief leek het. Hij kon geen enkele emotie ontdekken in de houding of gezichtsuitdrukking van de twee.

De moeder vroeg op vriendelijke toon: “Kan ik u misschien ergens mee helpen?” Even wist hij niet goed wat hij moest zeggen. Hij had daar nog helemaal niet over nagedacht. Hij twijfelde of hij de waarheid zou zeggen met het risico dat hij ze zou afschrikken of iets verzinnen. Toen ze zag dat hij aarzelde en hulpeloos om zich heen keek, nodigde ze hem uit om met haar mee te gaan naar huis. De bungalow was een paar kilometer verderop en ze vroeg of hij in haar bully, zoals de kogel heette, wilde stappen. Dit leek hem fantastisch, wat een geweldige ervaring zou dit zijn. Hij nam plaats aan de rechterkant en het kleine meisje zat tussen hen in. De bovenhelft was volledig doorzichtig, waardoor je een vrij uitzicht naar alle kanten had.

De bully steeg langzaam op, recht omhoog en schoot toen met grote snelheid vooruit. Voor hen zag hij een eenvoudig dashboard met een paar knopjes en lampjes. De moeder bediende een soort joystick waarmee ze de bully alle kanten op kon manoeuvreren. Onderweg zag hij nog heel veel bully’s kriskras door elkaar gaan, sommige wat hoger, andere wat lager. Hij vroeg zich af of ze wel eens tegen elkaar aan botsten als het druk was. De vrouw vertelde dat dat regelmatig gebeurde, maar geen enkel probleem was, omdat de bully’s dan een andere richting in schoten. Het materiaal was zo sterk dat er aan de bully’s zelf geen schade ontstond. Hij moest aan een flipperkast denken. Hij voelde zich in een kogel van een flipperkast zitten. Een flipperkast, waarop hij in zijn studententijd veel gespeeld had. De kogel in de flipperkast ketste overal tegenaan terwijl hij schuin naar beneden rolde. Daarmee kon je punten verdienen. Je moest de kogel zo lang mogelijk in het spel houden door hem met twee flippers, mechanismen die je vanaf de zijkant kon bedienen, terug te schieten in het speelveld.

De vrouw stuurde de bully richting één van de bungalows, drukte op een knopje en langzaam zakte hij in een schuine beweging naar beneden, precies voor de deur van het huis. Ze drukte op een ander knopje en uit de muur van het huis kwam een kabel, die zich vastzette op de bully. Ze vertelde dat hij hierdoor opgeladen werd. De deur van het huis opende zich automatisch toen ze erop af liepen. Starling keek zijn ogen uit. Het huis was voorzien van de meest moderne snufjes. Hij zag er apparaten waarvan hij geen idee had wat het was. In de living namen ze plaats in ligstoelen die je via je stem elektrisch kon bedienen, zodat je in de gewenste houding kwam te liggen. Eén kant van de living bestond helemaal uit glas waardoor je een vrij uitzicht naar buiten had. Ook hier kon je van buiten niet naar binnen kijken.

De vrouw vroeg of hij honger had en bood hem een pil aan. Ze waren er in vijftien verschillende kleuren. Hij koos de gele, waarom wist hij niet. Zelf nam ze een roze. Hij slikte de pil weg met water, wat ze in een soort koker voor hem neergezet had. Na enkele seconden was zijn honger gestild en proefde hij na elkaar verschillende smaken in zijn mond die hij nog nooit eerder geproefd had. Hij vond het verrukkelijk en genoot er intens van. De smaken volgden elkaar gedurende tien minuten op. Daarna was het uitgewerkt.

Terwijl het kleine meisje op haar computer aan het spelen was en via haar oortjes in gesprek met leeftijdsgenootjes, sprak hij met de vrouw. Hij vroeg haar alles over het leven in 2500. Na een uur uitwisselen van informatie vroeg hij hoe de vrouw heette, want ze hadden zich nog niet eerder officieel aan elkaar voorgesteld. “Ik ben Judy Starling en mijn dochter heet Phoebe” zei de jonge vrouw. Starling was sprakeloos, even kon hij geen woord uitbrengen. Hij zei dat hij dezelfde achternaam had en beiden keken ze elkaar verbaasd aan. Ze begrepen er niets van. 

Toen ze van de schrik bekomen waren vertelde Judy, dat ze ooit van haar ouders had gehoord dat een verre voorouder ongeveer vijfhonderd jaar geleden geprobeerd had om in de tijd te reizen, maar dat dat op een catastrofe was uitgelopen. Het was hem gelukt om terug in de tijd te gaan, maar toen hij naar de toekomst wilde reizen was hij nooit meer terug gekomen. Niemand had de experimenten daarna nog uitgeprobeerd.

Foto: Genty

© Yvonne 1960-1980
Dit verhaal is geschreven voor de schrijfuitdaging van mei 2019 van Hans van Gemert, waarbij de hoofdpersoon zich in de tijd moest verplaatsen.