×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Het geheime doosje

Het geheime doosje


Toen Maurice zijn ogen opende, scheen het licht van de opkomende zomerzon al door de gordijnen de stijlvol ingerichte slaapkamer binnen. Het was de avond ervoor laat geworden en ze waren zonder op te ruimen het bed ingedoken. Hij had iets teveel gedronken en was daardoor als een blok, dicht tegen haar aan, in slaap gevallen. Paulien kende hij nu ruim een maand, maar voor zijn gevoel leek het veel langer. Vanaf het allereerste moment dat ze elkaar diep in de ogen hadden gekeken, wisten ze beiden dat ze voor elkaar bestemd waren. De gesprekken die ze hadden verliepen heel natuurlijk en ze hadden elkaar zó veel te vertellen, dat ze niet meer konden stoppen met praten. De aantrekkingskracht, zowel fysiek als emotioneel, die Paulien op hem had, was ongekend en zoiets dergelijks had hij nog nooit eerder meegemaakt met vorige vriendinnen. Ze was de perfecte vrouw voor hem. Ze was slank, zag er verzorgd uit en kleedde zich met mantelpakjes en broekpakken. Ze was ook charmant en innemend, en sprak met een zwoele gevoileerde stem. Haar haar stak ze op en ze droeg schoenen met naaldhakken.

Paulien was al naar haar werk. Ze was om acht uur opgestaan en had de tram naar kantoor genomen. Ze werkte als jurist op een advocatenkantoor in het centrum van de stad. Maurice hoefde niet naar zijn werk, vandaag werkte hij thuis aan zijn project. Samen met zijn compagnon was hij verantwoordelijk voor de bouw van meerdere appartementen in een nieuwbouwcomplex aan de zuidkant van de stad.

Hij stapte uit bed en sprong onder de douche. Toen hij even later voor de walk-in closet stond, besloot hij, dat hij vandaag lekker zijn joggingbroek aan zou doen. Hij pakte een cracker met kaas en een dubbele espresso uit de keuken en liep naar de werkplek van Paulien. Op het bureau opende hij zijn laptop en nam een hap van zijn cracker en een slok koffie.

Van achter het bureau had je een magnifiek uitzicht over het Vondelpark. Paulien woonde in een statig herenhuis met drie verdiepingen. Ze had het huis van haar ouders geërfd. Het huis had hoge ramen en de plafonds waren bewerkt met ornamenten. Maurice liep naar de openslaande deuren en zette ze open. De stad was al een paar uur ontwaakt en het geroezemoes van de mensen en het verkeer waren goed te horen.

Na twee uur aan zijn project te hebben gewerkt, leunde hij achterover en rekte zich uit. Hij werd altijd zo stijf van het achter de laptop zitten. Hij besloot een frisse neus te gaan halen en dan zou hij meteen even ergens kunnen lunchen. Hij opende de kledingkast in de gang om zijn jack te pakken en terwijl hij die van de hanger trok, viel zijn oog op een klein kastje in de uiterste hoek van de kast. Toen hij het opende, zag hij dat het een sleutelkastje was. Naar zijn idee gebruikte Paulien het nooit. Er hingen vier sleutels in en aan elke sleutel hing een naamplaatje. Maurice bekeek ze één voor één. Er was er een voor de kelder, een voor de voordeur, een voor de tuindeuren en een voor de zolder. Hij kende Paulien nu al een aantal weken en was min of meer bij haar ingetrokken, maar het hele huis had hij eigenlijk nog nooit gezien. In de kelder en op de zolder was hij bijvoorbeeld nog nooit geweest. Hij vond dit het juiste moment om eens op onderzoek uit te gaan. Zo zou hij Paulien misschien nog beter leren kennen. En hij wilde niets liever.

Hij pakte de beide sleutels en besloot met de zolder te beginnen. Hij liep de trap op naar boven en stak de sleutel in het slot van de deur. De zolder lag vol met oude spullen, meubels van haar ouders en nog wat dingen van haar zelf, onder andere haar skispullen. Rechts van hem zag hij onder het dak van de zolder schuifdeuren. Het waren een soort schotten. Hij had nu alle tijd om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen, want Paulien zou pas vanavond terugkomen. Hij schoof een deurtje opzij. Zijn oog viel direct op een rechthoekig houten doosje, dat op een plank stond. Van die doosjes die mensen vroeger meenamen van hun reizen naar Zuidoost-Azië. De deksel bestond uit fijn houtsnijwerk van spelende kinderen. Het doosje intrigeerde hem. Hij pakte het van de plank en langzaam lichtte hij de deksel op.

Zo op het eerste gezicht leek het doosje vol te zitten met foto’s. Hij nam plaats in de bruine rookstoel en zette het doosje op zijn schoot. Aandachtig bekeek hij de eerste foto. Er stond een klein jongetje op. Hij poseerde mooi voor de camera met zijn glad gekamde haartjes en nette kleren. Hij lachte lief en onschuldig. Op de tweede foto was het jongetje iets ouder. Hij was opgetild door een man, die er trots bij keek, ernaast stond een eveneens stralende vrouw. Dit waren hoogstwaarschijnlijk de ouders van het jongetje. Op de volgende foto was het jongetje weer iets ouder en stond hij tussen zijn ouders in. Ze waren op vakantie leek het, want op de achtergrond was een berglandschap te zien.

Het hele doosje zat vol met foto’s van hetzelfde jongetje. Maurice vroeg zich af of het misschien een broertje van Paulien was geweest, alhoewel hij haar nog nooit iets over een broertje had horen vertellen en ze toch al heel veel informatie met elkaar uitgewisseld hadden. Toen hij de laatste foto bekeken had, stuitte hij op een dichtgevouwen brief. Hij pakte hem voorzichtig uit het doosje en vouwde hem langzaam open. Het was een geboortebewijs, dat zag hij onmiddellijk. Boven aan de brief stond met dikgedrukte letters de naam van de persoon van wie het geboortebewijs was: “Paul Adrianus Johannes van Benthem”.

© 1960-1980 Yvonne

Dit is een verhaal, geschreven voor de schrijfuitdaging November 2018 van Hans van Gemert, wat moest gaan over een klein doosje, dat achter een schot gevonden werd. Het verhaal moest tussen de 500 en 700 woorden bevatten. Daar ben ik iets overheen gegaan.





expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties