zonnekind


'Zonnekind'


De zon schijnt in je snuitje,

Je knijpt je oogjes dicht.

Het is nog even wennen,

Aan dat felle zonnelicht.


De kou kon jou niet bekoren,

Je vond er helemaal niets aan.

Je kon niet wachten,

Om in je zomerjurk in de zon te staan.


De zon doet jouw haartjes glimmen,

Mooier dan het duurste satijn.

Je zucht en zegt heel zachtjes;

'Ik zou willen dat het altijd zomer kon zijn'.