Mijn eerste werkdag


Het is mijn eerste echte werkdag en ik licht een bewoner uit. Ik heb een avonddienst. De afgelopen 2 weken heb ik trainingen gehad. Wat is dementie, hoe er mee om te gaan, koken voor ouderen met dementie en activiteiten voor je groep. Ik vind het spannend, want vandaag leer ik de bewoners van mijn huiskamer "kennen". Uit eigen ervaring weet ik dat ik van het laatste niet te veel mag verwachten. Deze groep heeft veel meer moeite om te wennen aan nieuwe personen. Niet gek ook, bedenk maar dat er met de regelmaat een nieuw gezicht bij je is en jij je niet meer goed kunt uiten. Als jezelf in het ziekenhuis ligt en er komen steeds anderen is dat al niet prettig, laat staan voor hen.

Bij de receptie meld ik me en ik hoor bij wie ik me op de afdeling mag melden van de zorg. Als ik daarna de lift uit stap staat er een oudere dame met haar rollator voor me, 'Zeg heb jij Marjan gezien? Ik moet naar Marjan.' Wat ik weet is "meepraten". Ik doe dus net of ik Marjan al ken en zeg, 'Nee sorry, ik heb niemand gezien.' Op welke afdeling hoort ze? Er zijn op iedere vloer 2 huiskamers. Ik blijf staan en zeg dat ik vroeg ben. Dan sla ik voorzichtig mijn arm om haar heen en vraag of ze eerst een kop koffie met me wil drinken. Dat wil ze gelukkig wel en we lopen samen naar de huiskamer. Mijn zorg-collega is in de huiskamer en vangt ons op. De dame blijkt hier te horen. Ze is hier afgelopen week komen wonen. De verwarring bij haar is dus extra groot op dit moment. Mijn collega had al koffie gezet en ik schenk voor ons samen een kop koffie in. Als ik bij haar ga zitten verteld ze zelf dat ze net in dit hotel is, maar dat Marjan steeds weg gaat. Om nu te zeggen dat ze hier is komen wonen ga ik niet doen. Daarom zeg ik dat Marjan nog extra dingen voor haar regelt in dit hotel. Het woord "vakantie" noem ik bewust niet. Ze begint er zelf ook niet over gelukkig.

Na de koffie begin ik met het maken van het warme eten. Opeens komt Marjan binnen, 'Hallo Mam, daar ben ik weer!' De dame kijkt blij op, 'O fijn, dat zei ze al.' Ze wijst naar mij en Marjan loopt naar me toe om kennis te maken. Ik vertel wat er gebeurt is en Marjan verteld me kort dat haar moeder hier afgelopen week gekomen is en ze compleet uit haar doen is. Ze neemt vervolgens haar moeder mee naar haar kamer en vlak voor het eten komen ze terug. Ik vraag Marjan of ze mee wil eten, want er is wel een bordje extra en het lijkt me voor haar moeder zo fijn. 'O een beetje dan, want ik eet straks ook thuis.' Mijn collega fluistert me toe dat ik dat niet te vaak mag doen, want dan wil iedereen mee eten. Dat begrijp ik, maar voor nu blijkt het een goede zet te zijn. Na het eten is de dame rustiger en als haar dochter weggaat zegt ze, 'Kom maar snel weer. Ik blijf nu bij haar (ze wijst naar me), zij is lief.'

Later brengt mijn collega haar naar bed. Ze komt terug en zegt dat de dame naar me gevraagd heeft, of ik nog even Welterusten wil komen zeggen. Dat doe ik. Bij haar bed strijk ik haar over het hoofd en en zeg, 'Slaap lekker en tot morgen.' Als ik een tel later bij de deur sta zegt ze, 'Je bent een schat!' Ik glimlach en loop weg.

Als ik naar huis fiets denk ik aan mijn omgeving. Men vond het gek dat ik dit werk wilde doen, want ik zou minder verdienen dan ik hiervoor op kantoor deed. Het is onze maatschappij zeg maar. Toch realiseer ik me... Ik heb vandaag al meer verdiend, dan dat ik in heel mijn leven bij elkaar verdiend heb met al het werk dat ik bij elkaar gedaan heb!

#dementie