×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











De rare kwast (Deel 10)

De rare kwast (Deel 10)


De rare Kwast (Deel 1)

Voor als je wilt beginnen bij het begin!

Midden in de nacht werd hij wakker, zijn tv was op stand-by gesprongen en het was langzaam koud geworden in de woonkamer! Het duurde even voordat hij zich realiseerde waar hij was. Hij zat met zijn warme pantoffels en een deken op zijn schoot in zijn luie stoel voor de tv! Hij keek even op de klok in de keuken maar het was te donker om echt te zien hoe laat het was. Hij besloot maar naar boven te gaan en nog in bed te kruipen, tenminste tot het weer licht zou worden! O ja, morgen zouden zijn lampen voor in het atelier komen!

In het donker hees hij zich de trap op richting zijn kamer en viel daar zonder verder nog iets te doen op zijn bed en draaide zich in zijn dekbed en sliep binnen de kortste keren weer in. Deze keer bleef hij niet lang in zijn bedje liggen. Hij hoefde eigenlijk maar aan de wereld daarginds te denken en hij merkte dat hij zijn bed verliet! Eigenlijk wou hij wel eens weten hoe het daar heette. Daar en hier, hier mocht best een naam krijgen of was het toch daar?

Hij slenterde door het bos groette een klein ree en twee konijnen die vervolgens vrolijk voor hem uit sprongen. Inmiddels had hij wel wat gevoel voor richting en hij bedacht zich: Daar ligt het meer en daar was het vuur en dan daar doorlopen en daar woont Elize!

Elize daar besloot hij heen te gaan. Hij hield zijn richting aan en op een gegeven moment zag hij haar huisje door de bomen al liggen. Er kwam rook uit de schoorsteen en hij rook een heerlijke geur van vers brood! Nu kon hij de omgeving wat beter zien. Ze lag met haar huisje aan de rand van een brede stroom water, die kwam vast uit het meertje of liep er misschien naar toe! Achter het huisje was een gedeelte omheind en daar stond een hark en een schep en een mand tegen het hek. Er groeide enkele grote zonnebloemen en hij dacht wat fruitbomen te zien!

Toen zwaaide de deur open en hoorde hij Elize vragen: “Kom je binnen?” Hoewel hij net naar bed was gegaan in Woudedorp waar hij woonde, besloot hij toch het door Elize aangeboden brood met jam niet af te slaan want het rook heerlijk!

Na het eten kwam het gesprek op gang en zijn eerste vraag: "Hoe heet het hier?" werd voor hem beantwoord door Elize: “Wij noemen het hier De Schelpenberg, de berg waar je in de verte tegenaan kijkt grenst aan de andere kant aan de zee. Hij bestaat eigenlijk uit een hele grote hoop schelpen. Althans de bovenste laag meer in de diepte zijn er edelstenen gevonden en zijn er grotten net als in de wereld waar wij vandaan komen wel eens gevonden zijn!”

En dit stuk waar mijn huisje staat heet Het Schelpenwoud! Heel vroeger moesten hier ook veel schelpen gelegen hebben. Deze plek is al heel oud. Vanzelf kwam zijn volgende vraag: “Waar zijn we nu eigenlijk?” Elize begreep zijn vraag maar al te goed, ze had hem zelf ook gesteld en had dit antwoord gekregen: “We zijn gewoon nog op aarde hoor, maar in een laten we maar zeggen in een andere dimensie. Het is gewoon heel moeilijk maar we zijn op een andere plek en in een andere tijd, we weten niet of we voor jullie van verleden of toekomst kunnen spreken, tijd lijkt hier ook een andere betekenis te hebben. Voor ons is het natuurlijk gewoon ons heden! Moeilijk he!”

Op zijn vraag “Waarom juist ik?” antwoordde ze lachend “Tja, dat is een ondoorgrondbaar mysterie, niemand weet echt hoe het werkt. Ooit lang geleden zijn de penselen en kwasten gemaakt van de haren van de bewoners van Schelpenberg, eenhoornhaar en elfenhaar en haar van de grote beer, zelfs haar van een meermin die achter de berg in zee leeft! ” Elize zuchtte en hij zag dat zelf haar gedachte niet goed om dat concept heen kreeg.

Maar ze spraak verder: “De kwasten verdwenen en kwamen in onze wereld terecht. Hoe dat weet niemand meer en sindsdien verschijnen er om de zoveel tijd mensen uit onze wereld die om wat voor een reden dan ook de capaciteit hebben om een verbinding te maken met deze wereld. Nadat men de eerste mensen heeft leren kennen is men hen gaan helpen en begeleiden, ze waren tot nu toe namelijk altijd van grote waarde voor deze gemeenschap hier op De Schelpenberg”

Ze keek dromerig lang hem door “Als je hier bent dan ben je er niet voor niets, je hoort hier!” Stil zaten ze samen aan de tafel, elk verzonken in hun eigen gedachten. Elize dacht aan haar eerste keer hier en hoe ze vol verbijstering kennis had gemaakt met Tig een Elfje niet groter dan haar hand!

En hij, voor hem waren er nog meer vragen en de vraag die hem het meeste bezig hield op het moment was toch wel hoe hij controle kon krijgen over zijn bezoeken aan De Schelpenberg. Nu leek het allemaal ongestructureerd en willekeurig te gaan! Dat gaf hij ook aan Elize aan nadat ze beide uit hun overpeinzing waren gekomen en  Elize zei: “Ja dat lijkt zo maar dat is het niet hoor, geeft je zelf eens wat tijd je bent net bezig!”

Ze besloten een wandeling naar het meertje te maken. Elize vervolgde: “Kijk er zit iets wat hen een sluier noemen, zo noemen ze hem omdat ze erdoorheen kunnen kijken naar onze wereld. Het is geen deur die dicht gaat en blijft. Voor ons haast wel, je moet leren het deurgevoel los te laten en de sluier te accepteren. Dan ga je hem zien en kun je bepalen wanneer hij dun genoeg is om naar deze kant te komen of om juist terug te gaan.”

“Maar goed genoeg gekletst voor vandaag, je moet terug jammer genoeg. Maak je ogen eens wat klein. Maak maar spleetjes en probeer in plaats van te focussen wat we van nature doen je blik wat wazig te maken.” Hij probeerde het en warempel zag hij na een minuut of twee een soort van groene gloed, en meteen wist hij ik zie de sluier. ”Hoe weet ik nu of ik erdoor kan?” vroeg hij!

"Kijk maar zie je de ruimte waar je was toen je naar hier kwam dan loop maar door de sluier, zie je niets of iets anders dan zult je moeten wachten. Denk maar niet dat je al die werelden die je gaat zien nu kunt bezoeken, zo werkt het niet! Je hebt als het ware een kaartje tussen je woonplaats en hier en al die andere werelden zijn zichtbaar maar niet bereikbaar!”

Hij zuchtte diep, begon te lopen. “Ik zie mijn slaapkamer, tot gauw Elize!” Hij voelde voor het eerst hoe hij de stap van hier naar daar maakte en werd in zijn eigen kamer weer wakker in zijn bed. Precies kon hij zich herinneren wat er gezegd en gedaan was, geen droom meer maar echte herinneringen!