×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











De rare Kwast (Deel 2)

De rare Kwast (Deel 2)


De rare Kwast (Deel 1)

Wat vooraf ging in deel 1!

De komende uren zelfs dagen bleef hij maar naar het schilderij kijken. Het hert was weg en het bleef ook weg. Hij had het toch wel echt gezien en hij had er zelfs van gedroomd en hij kon maar niet begrijpen dat dat hert op zijn schilderij opeens weg was!

Hij besloot er niets over te vertellen, zijn maten van het koor zouden het maar raar vinden en verder was er ook niemand die het echt zou interesseren. Wat heb je nu ook aan iets wat er heeft gestaan maar nu weg is dacht hij nog!

Hij besloot het op te hangen in zijn atelier en nam een ander canvas wat er al jaren hing van de muur en hing er “Bos zonder hert” voor in de plaats. Zo had hij het genoemd en die naam prijkte nu achter op het canvas boven zijn naam! Zo kon hij er nog vaak naar kijken want het bleef hem fascineren!

Maar de dagen verstreken en hij wou toch graag weer aan een nieuw canvas beginnen die middag. Het was een ietwat onstuimige dag buiten was het guur en koud en er stond een stevige wind. Hij koos deze keer voor een wat groter doek en ging ervan uit dat dit een project voor enkele dagen zou gaan worden.

Hij rolde het doek met de kwasten uit en legde de kwasten klaar en rommelde in de kist om vervolgens een waaier aan kleuren klaar te leggen om mee te gaan werken. Nog net op de valreep gooide hij de tube rode verf terug. Hij trok zijn neus op, nee rood als bloed moest hij niet.

Weer ging hij heerlijk aan de slag en hoewel er na twee uurtje nog altijd een vormloos maar kleurrijk geheel op het doek stond in blauw tinten en met wat bruin en grijstinten aan de randen wist hij nog altijd niet waar dit doek hem naar toe wou leidden. Maar hij wist van zichzelf dat dat soms zo werkte! Opeens zou het hem wel duidelijk worden sprak hij zichzelf toe!

Zo ruimde hij op en liet het doek voor wat het was. Hij zorgde voor zijn kwasten en liet alles netjes achter voor morgen, met een laatste blik op zijn doek trok hij de deur dicht. Hij ging naar beneden en warmde het visje op dat hij op de markt had gekocht vanochtend. Een bakje sla erbij van de lokale super en hij had zijn buikje weer lekker vol!

De rest van de avond keek hij tv en genoot hij van een pruimenlikeur die hij zelf had gemaakt. Er zaten nog een paar glazen in de fles en hij was er zuinig op want die likeur was bijzonder lekker geworden. Hij bedacht zich dat als er weer vers fruit was hij weer wat meer zou gaan experimenteren en proberen framboos en kers en misschien ook wel abrikozen likeur te gaan maken.

Maar goed zijn serie was afgelopen en zijn likeur was op en dus besloot hij naar bed te gaan. Nog een keer knipte hij het licht in zijn atelier aan en bedacht even zal ik nog een uurtje schilderen maar besloot toen dat het te donker was en hij gewoon naar bed zou gaan! Met een laatste blik op zijn laatste twee werken maakte hij het licht uit en liep naar zijn slaapkamer.

Daar dook hij snel het bed in en ondanks dat de lakens koud waren en de tv bij de buren duidelijk hoorbaar viel hij toch snel in slaap! Geen rustige slaap maar een onrustige slaap waarin hij droomde dat hij in een grot zat. De grot was hoog en smal, de weg waarop hij stond was uitgeslepen er hadden al vele mensen over gelopen dacht hij toen zijn zo naar zijn voeten keek. De grot fonkelde bovenin alsof ze gemaakt was van ijs in de mooiste tinten blauw en meer grijs en bruinig als je omlaag langs de muur of langs het pad keek!

Nieuwsgierig als hij is bleef hij natuurlijk niet staan maar liep in zijn droom de grot in die steeds hoger en breder werd en steeds meer indruk op hem maakte. Zou het nu ijs zijn of edelstenen die de hele grot lieten fonkelen. Op eens klonk er een giechel zo duidelijk en luid dat hij niet hoefde te zoeken waar die vandaan kwam. Hij draaide zijn hoofd en daar stond ze. In een prachtige lichtblauwe jurk en golvend lang blond haar. De mooie vrouw die voor hem stond zag er onwerkelijk en sprookjesachtig uit.

Terwijl hij eigenlijk ongegeneerd naar haar stond te staren viel hem iets op. Ze had een wel heel klein neusje en haar oren waar haar haren achter waren gestoken hadden puntjes die schuin naar boven uitliepen. Toen ze naar hem lachte kreeg hij het koud en warm tegelijk. Zachtjes sprak ze “Ik ben Armada”.

Hij kreeg geen woord uit zijn mond struikelde bijna over zijn eigen voeten en net toen zij haar hand naar hem reikte werd hij wakker. Met een ruk zat hij rechtop in bed. En vroeg zichzelf af: "Nu droom ik weer zo raar, misschien moet ik mijn thee toch maar eens ergens anders gaan kopen of de likeurtjes toch laten staan".

Hij viel wel weer in slaap maar dit bleef een onrustige en droomloze slaap en die ochtend was hij blij toen hij wakker werd en het al kwart over zes bleek te zijn. Hij wou maar wat graag opstaan. Zijn droom over de grot en de bijzondere jonge vrouw kwam meteen in zijn gedachten. Rusteloos voelde hij zich en nadat hij zijn thee ophad en een beschuit met jam dook hij ook meteen zijn atelier in. Hij moest verder met dat schilderij!

In zijn gedachte zag hij de schitteringen van de wand van de grot en het silhouet van hoe had ze ook alweer gezegd dat ze heette Armada? De tubetjes werden uit de kist gegraaid en er werd druk geverfd alsof het hele plan al voor hem uitgestippeld was. Voor hem verscheen de grot en de uitgeslepen grond en aan de zijkant van de grot stond zij en reikte hem haar hand!

De rare Kwast (deel 3).

Verder lezen kan hier!