Alzheimer: Je zou niet zeggen dat ze Alzheimer heeft


"Toch zou je niet zeggen dat ze Alzheimer heeft", zegt mijn vriendin L. We staan in mijn keuken en roeren in pannen. Mijn dochter viert haar verjaardag. "Je kan nog goed met haar praten. Ze is belangstellend. Ze stelt vragen. Ze luistert naar het antwoord en gaat daar verder op in. Ze kan het nog prima volgen."

Ik leg uit dat haar ziekte met name op het gebied van tijd en ruimte voor beperkingen zorgt. Vraag haar welke dag het is en ze kiest er lukraak eentje. In mei denkt ze dat het bijna kerst is. In november pakt ze zomerkleding. Ze raakt om de haverklap haar spullen kwijt en vraagt elke keer als ze bij me is waar ons toilet ook alweer is. Nee, dat laatste klopt niet. De ene keer moet ze zoeken. De andere keer loopt ze er recht op af. En zo is het met een gesprek eigenlijk ook. Vaak kun je inderdaad nog goed met haar praten. Andere keren vergeet ze telkens wat je gezegd hebt en gaat het gesprek in cirkels. Het is onvoorspelbaar.

"Nou, maar vandaag gaat het goed," zegt L. "Als ik het niet wist, zou ik niet merken dat ze aan het dementeren is. We hebben net zo fijn zitten praten!"

Mijn moeder scharrelt de keuken in. "Kan ik je ergens mee helpen, lieverd?" vraagt ze. Dan merkt ze L. 's aanwezigheid op. Ze begint te stralen.

"Wat heb ik jou lang niet gezien!" roept ze uit. "Ik dacht al. L. kan zeker niet komen. Maar je bent er toch."

Enkele jaren geleden werd er Alzheimer bij mijn moeder geconstateerd. Zij woonde toen nog thuis. Sinds 2017 schrijf ik haar ziekte van me af.

Naar de vorige blog:

Naar de volgende blog;