×

Yoors


exit_to_app Inloggen

camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
Schrijvershotel #11: het lot heeft mij uitgekozen.

Schrijvershotel #11: het lot heeft mij uitgekozen.


Ik doop mijn pen in de inkt en begin te schrijven.

Toen ze na een vermoeiende reis in haar hotelkamer arriveerde, had ze het gevoel dat ze hier niet alleen was. Misschien begon haar gevorderde leeftijd haar parten te spelen. Ze bekeek zichzelf in de spiegel in de badkamer. Dit jaar zou ze 75 worden. Ze zag er geen dag jonger uit. Zou ze dezelfde weg moeten gaan als haar moeder? Die was op haar leeftijd al dement geweest. Ze had haar tot het eind verzorgd en was daarom vertrouwd met de waanbeelden die onderdeel waren geweest van haar ziektebeeld. Ze schudde haar hoofd. “Niet zo negatief denken, Hen. Van waanbeelden heb jij echt geen last. Je bent gewoon wat vermoeid door de reis.”

Ze pakte haar koffer uit en hing de kleding op de daarvoor bestemde haakjes in de grote kast. Kamer 6 was op de begane grond. Daarmee had ze het getroffen. Jammer dat ze geen eenpersoonskamer meer had kunnen boeken. Maar de beslissing om naar Benidorm te komen was een impulsieve geweest: ze mocht allang blij zijn dat ze op deze korte termijn nog een kamer beschikbaar hadden gehad.

“Zo. Dan gaan we nu eerst eens naar het uitzicht kijken.” Ze opende de gordijnen en knikte tevreden toen ze haar terras zag. Met het uitzicht op zee was ze vooral verguld. Wat een prachtige locatie. Dit moest ze haar familie vertellen. Als men tenminste belang in haar ervaringen stelde. Iets waar ze de laatste maanden steeds meer aan was gaan twijfelen.

Daar hoorde ze het weer. Stemmen. Ze fluisterden net niet hard genoeg om te kunnen verstaan wat er gezegd werd. Even hoopte ze dat het geluid bij haar buren vandaan kwam. Maar ze wist beter. De stemmen waren om haar heen. Ze stak haar vingers in haar oren. Dat hielp. Dan beeldde ze zich die stemmen in elk geval niet in. Maar dat maakte het eigenlijk nog angstaanjagender.

Toen ze weer durfde te luisteren, was het gefluister verstomd. Maar ze had het onprettige gevoel dat iemand haar in de gaten hield. “Kom, gewoon maar doorgaan. Er is hier heus niemand.” Ze pakte haar map met briefpapier uit haar koffer en opende de la van het bureau. Daar lag een dik zwart boek. Even dacht ze aan een grote Bijbel. Maar nee. Er stond iets in het Spaans op de kaft geschreven. Nieuwsgierig ging ze ermee op de rand van het bed zitten.

Lang niet alle krabbels en berichten kon ze lezen, maar het was duidelijk dat ze bepaald niet de eerste Nederlandse in deze hotelkamer was. Ze bladerde heen en terug, was ontroerd, glimlachte soms, schaterlachte eenmaal en was gebiologeerd door de foto van de vrouw op de eerste pagina. Haar ogen leken recht in de hare te kijken. Hoe zou haar leven er hebben uitgezien? Zou zij wél een echtgenoot en kinderen hebben gehad? Zou haar leven wél betekenis gehad hebben? Zou zij zich geborgen hebben geweten in een liefdevol gezin?

Haar gedachten dwaalden af naar de periode dat ze nog had durven hopen. In het laatste jaar voor de oorlog had ze een stille liefde gekoesterd voor een keurige man uit de kerk. Hij had haar elke zondag vriendelijk gegroet. Op een dag was hij bij haar en haar moeder aan huis gekomen. Haar moeder was verheugd geweest en Hen had uitgekeken naar een verloving, een huwelijk, kinderen. Na een aantal bezoeken had hij haar uitgenodigd voor een boswandeling. Nog herinnerde ze zich de vreugde waarmee ze de voordeur achter zich dichtgetrokken had en hoe wanhopig en besmeurd ze zich gevoeld had toen ze weer terug was gekeerd. Was dit werkelijk wat man en vrouw samen deden? Ze kon het zich haast niet voorstellen. Niet op die manier. Zo ruw. Zo grof. Zo dierlijk. Ze had hem een brief geschreven waarmee ze hun omgang verbrak. Daarna was er nooit meer een ander gekomen.

Het gezin van haar broer groeide intussen gestaag. En toen haar schoonzuster voor langere tijd in het sanatorium verbleef, had zij de zorg voor de kinderen op zich genomen. Nimmer had ze zich zo geliefd en onmisbaar geweten als toen. Armpjes om haar nek. Snotterige zoentjes. “Wil je me nog een verhaaltje voorlezen, tante Hen?” “Zullen we een spel doen, tante Hen?” “Ik ben bang voor de vliegtuigen, tante Hen. Mag ik bij jou slapen?” "Jij bent mijn allerliefste tante, tante Hen." "Tante Hen, laat je ons nooit alleen?" Zelfs aan de hongerwinter bewaarde ze mooie herinneringen. Door de kinderen, altijd door de kinderen.

Nu waren haar broer en schoonzuster al lang overleden en haar neven en nichten ruimschoots volwassen. Ook voor hún kinderen had ze gezorgd als dat zo uitkwam. Omdat hun ouders op vakantie wilden. Of als er iemand ziek was. Ze had het altijd met liefde gedaan. Maar wat kreeg ze er voor terug? De laatste jaren steeds minder. Ze had de indruk dat niemand haar nog nodig had. De jongste generatie had nu een eigen leven. Geen logeerpartijtjes bij tante Hen, maar op vakantie met een groep vriendinnen. Zelfs op verjaardagen werd ze lang niet altijd meer uitgenodigd. “Hij viert het dit jaar liever met zijn vrienden,” werd er dan gezegd. Of: “we vieren het later nog wel een keer. Van haar hoeft het niet zo nodig met de hele familie”. Ze kon hen dat niet kwalijk nemen. Maar ze betrapte zich er steeds meer op dat ze zich overbodig voelde. Niemand die van haar het allermeest hield: niemand voor wie zij de belangrijkste was. Zonder haar zouden ze het prima redden. Zij kon best gemist worden.

De vorige zomers waren gevuld geweest met familiebezoekjes, verjaardagen, gezamenlijke wandelingen en etentjes. Maar dit jaar had ze het angstige voorgevoel dat het anders zou worden. Daarom had ze in een impuls besloten drie weken naar Benidorm te gaan. Liever drie weken alleen in het buitenland dan drie weken wachten op bezoek dat niet kwam. Alleen haar buurvrouw had ze op de hoogte gesteld. En hier was ze nu. Ze zou er maar het beste van maken.

Die nacht sliep ze onrustig. Eenmaal dacht ze een man in haar oor te horen fluisteren. Stel je voor dat... verstond ze. Daarna alleen nog stilte. Tot ze tegen de ochtend wakker werd van een hevig gesnik. Hoort iemand mij? Doe iets! Onmiskenbaar een vrouwenstem. Heel dichtbij en tegelijkertijd ook ver weg, ijl, als een echo van woorden die al jaren geleden waren uitgesproken. Een golf van angst overspoelde haar. Ze verliet het bed, waste zich snel bij de wastafel en verliet de kamer. Weg! Weg van alles wat zich hier moest hebben afgespeeld.

Ze kwam na het ontbijt niet terug. Ze zocht bezigheden in de omgeving. En die waren er genoeg. Ze maakte een wandeling. Ze dronk koffie bij een gezellige gelegenheid. Ze raakte in gesprek met een Nederlands echtpaar. Ze kocht een paar ansichtkaarten op de boulevard. Pas toen het tijd voor het avondeten was keerde ze schoorvoetend terug naar het hotel. Misschien kon ze bij de receptie informeren of er nog een andere kamer vrij was. Je wist tenslotte maar nooit. Ze sloot aan in de rij wachtenden en schrok toen iemand op haar schouder tikte.

“Tante Hen! Mijn God, wat heb je ons laten schrikken!” Haar oudste neef stond voor haar. Een kopie van haar broer, met dezelfde haviksneus en dezelfde groene ogen.

“Erik? Wat doe jij hier?” Verbijsterd keek ze hem aan.

“Dat kan ik beter aan jou vragen.” Zijn stem sloeg over van ongerustheid. Hij pakte haar bij de arm en nam haar mee naar het terras waar hij, begreep ze later, al uren had gezeten. “Ik zou vanochtend vroeg terugvliegen uit Valencia, maar de familie vroeg of ik jou wilde zoeken. Waar was je nou? We zijn allemaal zo bezorgd geweest. Eerst nam je twee dagen de telefoon niet op. Jet en Leo wilden je uitnodigen om mee te gaan naar de diploma-uitreiking van Maud. Met de sleutel van Coen zijn ze uiteindelijk naar binnen gegaan. Iedereen was bang dat je dood in je huis zou liggen. Maar je was er niet meer. Je koffer was weg. We begrepen er allemaal niets van. Ik kon vanuit Valencia natuurlijk niets doen. We waren bang dat je rare dingen zou doen. De laatste tijd vonden we je zo somber. Eergisteravond kwam je buurvrouw gelukkig terug van haar dochter. Zij vertelde dat je de volgende dag naar Benidorm zou vertrekken.”

“Ik was toen al weg,” zei Hen schuldbewust. “Ik zat op dat moment in de nachttrein vanaf Parijs. Daar was ik eerst een paar dagen geweest. Bij die oude schoolvriendin waar ik wel eens over verteld heb.”

Hij knikte. “De familie vroeg of ik langer in Spanje wilde blijven. Dus vanochtend ging ik naar Benidorm in plaats van naar huis. Goddank had je het adres bij je buurvrouw achtergelaten.”

Ze zwegen. Ze keek naar de man die ze als een soort zoon beschouwde. Hoe had ze haar familie zo gemakkelijk achter kunnen laten?

“En we hadden nog wel zulke leuke plannen,” ging hij verder. “We wilden je uitnodigen om met ons op vakantie te gaan. Met mij en Loes en de kinderen. Net als vroeger. Of is dat te druk voor jou, met drie van die levendige pubers? We hadden er allemaal zo'n zin in.”

“Ik kan me niets mooiers voorstellen,” zei ze naar waarheid.

Voor het laatst bezocht ze de kamer waar ze maar een nacht had doorgebracht. Terwijl haar neef op haar wachtte pakte ze haar koffer in. Ze negeerde het grote zwarte boek dat haar tot tweemaal toe bijna liet struikelen. Ze negeerde de stemmen die steeds luider en wanhopiger klonken.

Ze ging naar huis waar ze gemist werd.

Ik leg de pen neer en wrijf in mijn ogen. Ik heb het gevoel wat dichter bij de kern te komen. Er is hier iets gebeurd. Hier in kamer 6. En dat moet verteld worden. En het lot heeft mij daarvoor uitgekozen. Ik heb me daar maar bij neer te leggen.

<< vorige deel ----- volgende deel >>




LWAlmanak
Mooi geschreven weer, met plezier gelezen!
12-07-2017 14:37
12-07-2017 14:37 • Reageer
lekkerereceptenvoor2
Ik heb hem voor je gedeeld in een groep op Facebook met de naam: de columnist. Daar zitten uitgevers in, schrijvers en lezers. ;-)
12-07-2017 13:03
12-07-2017 13:03 • Reageer
lekkerereceptenvoor2
Oh dear. Kippenvel. Wat kan jij toch prachtig schrijven. Dit moet een uitgever lezen.
12-07-2017 12:59
12-07-2017 12:59 • Reageer
Ingeborgenzwerm
In een adem uitgelezen, alsof je een ui afpelt, tot aan de kern.
11-07-2017 14:32
11-07-2017 14:32 • 1 reactie • Reageer
Alzheimerblog
:-)
11-07-2017 20:53
11-07-2017 20:53 • Reageer
Encaustichris
Wat een prachtverhaal! Opnieuw verlang ik naar een vervolg..... mens, wat kun jij schrijven!
11-07-2017 13:51
11-07-2017 13:51 • 1 reactie • Reageer
Alzheimerblog
Dankjewel! Wat zijn jullie allemaal complimenteus...
11-07-2017 13:58
11-07-2017 13:58 • 1 reactie • Reageer
Dana
Magistraal, geweldig, wat een verhaal. Heerlijk.
11-07-2017 13:10
11-07-2017 13:10 • 1 reactie • Reageer
Alzheimerblog
:-) Bedankt!
11-07-2017 13:58
11-07-2017 13:58 • Reageer
Albert van den Berg
Prachtig geschreven, zeer ontroerend en ik lees er ook herkenbare dingen in.
11-07-2017 13:00
11-07-2017 13:00 • 1 reactie • Reageer
Alzheimerblog
Dankjewel!
11-07-2017 13:58
11-07-2017 13:58 • Reageer
Hans van Gemert
Een geweldig verhaal, ik word er weer helemaal in meegezogen!
11-07-2017 12:57
11-07-2017 12:57 • 1 reactie • Reageer
Alzheimerblog
Dankjewel!
11-07-2017 13:57
11-07-2017 13:57 • Reageer
notifications_noneadd
27-02-2017 10:26
1 volger , 1 antwoord