Aan meneer Alzheimer


U laat de laatste jaren nogal sterk van zich horen. Onder ons gezegd vind ik dat u eigenlijk best wel veel aandacht nodig heeft de laatste tijd. Waarom bent u zo inhalig geworden, heeft u niet meer dan genoeg slachtoffers verzameld waarvan u het leven vergald? Waarom bent u zo veeleisend en moeten de slachtoffers die u maakt werkelijk op alle fronten uitgebuit worden? Niet alleen geestelijk leeggezogen worden maar ook lichamelijk kapot gemaakt zijn. Beroofd van alle waardigheid. Wat heeft u aan al die herinneringen die u steelt?
Kunt u er niet gewoon een paar achterlaten in het geheugen van uw vele slachtoffers?
Bijvoorbeeld de namen van de partners, de kinderen en de kleinkinderen, u zou er vele families intens gelukkig mee maken. De vaardigheid om die vanzelfsprekende en eenvoudige dagelijkse handelingen uit te kunnen blijven voeren, wel zo waardig, vindt u niet? Of dat ze doodgewoon zelf de weg naar hun eigen veilige huis terug kunnen vinden, zonder te verdwalen in een gemeente waarin ze al zoveel jaren wonen. Maar nee, dat is teveel gevraagd.

Voorheen kon ik u niet zo goed en wilde ik u eigenlijk ook niet kennen. Ik kon u alleen maar van horen zeggen.
Inmiddels weet ik precies wie u bent. U bent diegene die nu ook zijn klauwen in mijn moeder heeft gezet…die haar liefdevolle en gekoesterde herinneringen steelt. U bent het die ons gezin verscheurd. Ik haat u daarvoor.
Ik haat u, omdat de vrouw die mij gebaard heeft mij straks niet meer kent. Omdat mijn moeder straks niet meer weet hoeveel ik van haar hou en zij niet meer weet hoe ze van mij moet houden.

Maar ik zal u eens wat vertellen. Voor mijn moeder en alle andere slachtoffers die u heeft gemaakt, is het misschien te laat. Maar in de toekomst zult u overwonnen worden. Net zoals andere ziektes voor u, voordat zij in remise waren of helemaal overwonnen en geëlimineerd werden. Zo zult u worden weggevaagd en gewist.
Bent ú degene die langzaam zal gaan verdwijnen uit onze geheugens.
Alleen zal in dit geval niemand u missen, geen familie om u treuren en geen kind om u huilen.