×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Aartsengel

Aartsengel


Kreunend draaide ik mijn hoofd en beweeg voorzichtig één voor één mijn ledematen.
De klap echode nog na in mijn hoofd en de korte helse pijn die daarop volgden kwamen langzaam terug in mijn geheugen. Wat gek, dat ik geen pijn meer voel. Ik opende mijn ogen en alles wat ik zag was duisternis.
Paniek sloeg hard door mij heen en snel stond ik op. Ik begreep het niet, wat was er gebeurd, was ik blind?
Verlamd van angst staar ik in de zwarte leemte, tot ik achterin de duisternis een wit puntje zag ontstaan.
Terwijl ik ingespannen bleef kijken, zag ik hoe het puntje alsmaar groter werd. Licht! Ik begon te rennen richting het veilige en liet de griezelige duisternis achter mij. Plotseling stond ik in een verlichte ruimte.
Wat vredig hier, dacht ik, terwijl ik nieuwsgierig verder liep. Uit het niets zag ik een vrouw mijn kant op lopen en opgelucht lachte ik zachtjes in mijzelf. Zie je nou wel, aansteller, niets aan de hand.

‘We hebben geen tijd te verliezen, dus ik zal snel zijn.’ Verward vroeg ik wat zij bedoelde.
‘Het is normaal dat je in de war bent, dat zijn de meeste die hier arriveren maar vanaf nu zal alles anders zijn.
Aan het einde van deze ruimte zul je een trap vinden en die zal je de weg wijzen. Het zal je allemaal duidelijk worden en je taak zal niet eenvoudig zijn. Ga nu maar.´
Ik was niet bang of in paniek, terwijl ik er alle reden toe had. De rust en sereniteit om mij heen kalmeerden mij.
Op één of andere manier kon het mij niet eens schelen waar of wat ik was. Deze manier van ‘zijn’ beviel mij eigenlijk wel. Ik begon te lopen naar de trap. Nee, ik liep niet…ik leek te zweven en al snel doemde de trap voor mij op.

De trap leek een eindeloze lengte te hebben. Ik had geen keuze en ik begon te lopen. Aan het einde van de trap…zag ik haar. Een prachtige vrouw met enorme vleugels. Om haar heen hing een aureool van licht en vol eerbied viel ik op mijn knieën. Vorsend keek zij op mij neer, reikte mij haar hand toe en ik stond op. Ze zweeg, maar toch sprak ze indringend tegen mij. Ik begreep haar en praatte terug, zonder te spreken.
Ik was een aartsengel en moest terug om een moeilijke taak te volbrengen. Vereerd sloeg ik mijn ogen neer en toen ik weer voor mij keek, was zij verdwenen. In plaats daarvan zag ik mijzelf in een enorme spiegel. Vol bewondering keek ik naar de prachtige vleugels die mij sierden. Ik was één van de velen die terug moesten naar het aardse.
Voor de zoveelste poging om de mensen daar te leren menselijk en vreedzaam te zijn, om ze eraan te herinneren hoe ze lief moeten hebben, compassie te voelen en hulp te bieden aan elkaar. Een moeilijke maar niet ondenkbare taak. Ik sla mijn vleugels uit en vlieg.


Bijdrage schrijfuitdaging september 2018, van Hans.
Foto, pixabay.com