×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










JOHN

JOHN


Je vraagt je nu nog steeds af waarom jij, uit al die tientallen mensen, degene moest zijn op wie híj af moest stappen. Je stond te wachten op de bus, net zoals ieder ander op het plein. Je was onderweg naar huis, had het verschrikkelijk koud en daardoor ook flink chagrijnig. Met ongeveer nog 5 minuten wachttijd beende je een beetje heen en weer, om vervolgens iedere 10 seconden op het bord te kijken of er hopelijk wat veranderd was. Niet dus. Je zuchtte, het was een lange dag en verlangde naar een warme douche, een warm bed en geen wekker de volgende ochtend. Diep in gedachten verzonken hoorde je plots achter je een ‘pardon mevrouw’, en het duurde eventjes voordat je doorhad dat de stem tegen jou gesproken had. Je draaide je om, en daar stond hij.

Hij, met bloeddoorlopen donkere ogen. Hij zei het nog een keer; ‘pardon mevrouw’. Het allereerste wat er door je hoofd schoot was dat hij je niks aan zou doen op zo’n vol plein als deze en dat je je telefoon in je linkerhand moest houden – voor het geval dat. Het was geen zuiver type, hij was donker getint, zo rond de dertig en voor dit vriesweer was hij er niet helemaal opgekleed. Behalve een rood gebreide muts droeg hij niets meer als een zwart jasje, zwarte broek en schoenen waar, alsof het zo moest wezen, precies twee gaten aan allebei de voorkanten zaten. Nadat je hem zo vluchtig had bekeken en daarna ook even links en rechts keek beantwoordde je zijn nog onbeantwoorde attentie. ‘Ja?’
Hij hield zijn hand uit zijn jaszak en opende hem voor je, waar je 4 muntjes op zag liggen. ‘Mevrouw, ziet u, ik heb hier maar 4 euro maar heb 7,60 euro nodig voor mijn treinkaartje naar Amersfoort.’ Was het een bedelaar, zwerver of verslaafde sloeber? Je was er nog niet helemaal over uit en besloot hem lichtelijk uit te horen voordat je überhaupt geld wilde geven. ‘Waarom heb je zelf niet genoeg geld meegenomen?’ antwoordde je. Hij stopte zijn hand, met de muntjes, weer terug in zijn jaszak en keek somber om zich heen. ‘Mevrouw, ik kom nu zojuist van het opvangcentrum. Mijn broertjes en zusjes zitten daar en heb ze vandaag mee kunnen nemen naar het centrum, zodat we ergens een broodje konden eten. Ziet u mevrouw, ik heb geen baan. Ik doe mijn best. Maar het enige wat ik nu wil is naar het opvangtehuis in Amersfoort waar ik verblijf om te zorgen dat ik daar niet in de problemen kom.’ Hij zuchtte, een zucht van verdriet, een stille schreeuw om aandacht en jouw hart brak. Je weet niet of hij de waarheid spreekt, je weet niet wat er werkelijk met het geld gaat gebeuren mocht je hem de overige 3,60 willen geven. ‘Je zit in een opvangtehuis?’ vroeg je terug. Kort daarop heeft hij je uitgelegd hoe het werkt met opvangtehuizen in Nederland. Het leven, het eten, het contact met vrijwilligers, het tekort aan contact tussen vluchtelingen en gemeentes. Het tekort aan informatie tussen de vluchteling en de akkoorden in de Tweede Kamer. Hij is slim. Hij snapt het allemaal. Maar ondertussen, ondertussen is het verdomme diep triest hoe de vork werkelijk waar in de steel zit.

‘Je gaat er geen drugs van kopen, hé?’ vroeg je terwijl je na jullie gesprek je portemonnee uit je tas haalde. ‘Mevrouw, geen drugs. Nooit geen drugs. Ik wil werken aan de toekomst, voor mijzelf en mijn broertjes en zusjes.’ Terwijl hij het woord broertjes en zusjes uitsprak verscheen er kleine lampjes in zijn ogen. Je had met hem te doen. Je wilde hem het liefst je laatste salaris doneren en met hem, met de rest van de vrijwilligers en iedereen om je heen, je uiterste best willen doen om het allemaal een stukje beter te maken. Maar dit is jouw positie niet, jij kan doen wat een ieder ander ook had moeten doen.

Uiteindelijk stonden jullie daar. Bij de kaartjes automaat. Je tikte Amersfoort in, moest inderdaad 7,60 afrekenen en toen het kaartje er aan de onderkant uitrolde, gaf je zijn 4 euro weer terug. ‘Je mag die 4 euro zelf houden, je krijgt je kaartje van mij. Ik hoop dat je veilig terecht komt in Amersfoort en dat alles gaat zoals je hoopt.’ Hij keek beteuterd en verbijsterd naar zijn eigen 4 euro die jij zojuist weer had teruggegeven en pakte zijn treinkaartje aan. ‘Mevrouw, dank u wel. U helpt me enorm. Mag ik vragen hoe U heet?’ Je moest lachen, zei je naam en wenste hem succes. Sterkte. Met alles wat er komen gaat. Want niemand weet het, en hij al helemaal niet. Heel even was hij weer blij, en zorgeloos. Heel eventjes maar, en dat deed hem goed. En jou ook. Hij keerde zich om en baande zich een weg door de mensenmassa heen naar het juiste perron. Na een paar meter keek hij nog even om, en schreeuwde je na;

‘Mevrouw, noem mij maar John. Ik heet vanaf nu, John.'

Click herefor my personal website!




expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties