Een dag uit een verpest voltooid shitleven


Constant adem ik de lucht in die ik net heb uitgeademd.
Ik wil wel anders. Probeer het ook anders.
Al dagen. Maar ik krijg geen lucht.
Mijn hele borstkas zit vast. Lijf staat onder hoogspanning.
Al dagenlang. Aaneengesloten.

Zoals ik het voel, kan ik het haast visualiseren.
De lucht, die mijn longen diep in wil stromen. Met elke hap adem die ik neem.
Maar die niet verder komt. Blijft steken.
Niet eens ergens bijna onderin. Was dat maar zo.
Nee, ergens bovenin. Net na de ingang.

En mijn longen horen gewoon te werken. Het gewoon te doen. Ze doen het eigenlijk ook.
Dat is het trieste. Net als dat het lijf van die jonge vrouw in het nieuws, dat nog prima had kunnen functioneren, maar haar hoofd was al zo lang een storm. Ze stierf vrijdag. Euthanasie.
Ik snap het. En al wil ik het eigenlijk niet. Mijn wil om te (over)leven is enorm.
Dat besefte ik mij vanochtend weer. Toen ik na een vreselijke nacht weer opstond met een enorme druk op mijn borst.

Zonder lucht. De gedachte aan nog zo'n dag. Met beelden die mij vrijpleiten van schuld. Maar voelen kun je het niet.
En je zo depressief voelen dat er echt niet iets is waarvan je denkt dat je het nog kunt doen.
Jezelf onder de douche slepen. De wanhoop van de langzaam tikkende minuten voelend. Je moet huilen. Maar er komt niets. Al een hele tijd niet.

Uren van paniek die volgen. Voortduren.
Al een dagenlange spierpijn in je borstkas. Die probeert namelijk uit alle macht nog lucht die longen in te krijgen. Tijdens de paniek.

Alles in mij wil leven. ECHT leven. Leven zoals ik had kunnen leven. Ik weet dat ik er bijna was. Ik weet dat ik eindelijk, dankzij de juiste hulp er bijna was. Kon komen. Ik zag de weg naar die top. Ik wist dat het nog steeds niet makkelijk zou zijn, maar het was mogelijk. Het kon.

Maar dan sta je daar. Zonder adem in de mist. Iemand scheurde alle proviand van je rug. En gooide het pad vol met rotsen.