Eigen risico


Vanaf morgen worden, als het goed is, eindelijk mijn reiskosten naar de traumabehandeling die ik aanga weer vergoed. Want met het ingaan van 2018 kon ik ondanks een machtiging van mijn verzekeraar voor de vergoeding van deze kosten, de eerste 485 euro aan reiskosten weer zelf betalen. Eigen risico, en een eigen bijdrage. Daar heb ik best krom voor moeten liggen, vooral dit jaar. Maar ja: eigen risico. Toch? Dat ik als peuter al werd misbruikt, en de vele jaren daarna. En dat er hoogstwaarschijnlijk door criminelen geld is verdiend aan beelden hiervan.

Kijk, ik moet natuurlijk gewoon blij zijn. Het wordt tenminste vergoed, zonder die vergoeding voor de rest van het jaar had ik niet eens kunnen gaan. Nog belangrijker: iemand durft mij tenminste te behandelen. Iemand loopt godzijdank niet walgend weg voor de ellende die ik meemaakte en ik weet dat dit zeldzaam is. Nog iets: zulke eigen risico's en eigen bijdrages gelden voor iedereen. Zo maken we samen de zorg betaalbaar toch? En niemand kan er wat aan doen dat 'ie ziek wordt. Ik kan het met mijn hoofd best allemaal relativeren. Als het moet. Ik kan heel veel relativeren. Bij bijna alles wat ik tegenwoordig nog meemaak denk ik: ach, het kan nog erger. Dat weet ik als geen ander. Schouders eronder. Blik op vooruit.

Maar het steekt me. Soms. Wanneer ik me besef dat ik meer dan twee jaar geleden alleen nog maar dood wilde, omdat niemand het aandurfde me te behandelen, ik niets liever wilde omdat ik eigenlijk heel graag wilde leven, en ergens nog het idee had dat ik dit 'even' kon doen. Dat ik niet alles hoefde kwijt te raken wat ik ondanks die jaren van misbruik had opgebouwd. Dat wat ik tòch had bereikt: studie, werk, gezin, hobby's, heeft mij ik weet niet hoeveel pijn en meer moeite gekost dan de gemiddelde mens. En omdat je je hele leven hoorde hoe slecht je was, vind je niet eens dat je het hebt verdiend. De pijn leren voelen en verdragen èn tegelijk alles kwijtraken. Het voelde als een bevestiging. Zie je wel. Voelen hoeveel je al is afgepakt, dat eigenlijk keer op keer maar niet aankunnen en in de zelfhaat schieten. Want dan had het tenminste een reden dat ik zo werd behandeld, een logica en dan klopte er nog iets aan de gruwelijkheid. Het is niet de waarheid. Die is dat ik machteloos was, dat het niet aan mij lag en ik vette pech had. Niets meer dan dat. En de gevolgen zijn desastreus. Allemaal voor het genot van zieke geesten.

En ja. Ik raakte alles kwijt. Toen die harnassen, mijn copingsmechanismes, er (bijna) allemaal af lagen, kon ik dus niet meer doen alsof, denderend het leven door. Dat wat ik altijd had gekund werkte niet meer. Dat werkte al een tijdje niet meer, maar ik hoopte dat met een behandeling voor die trauma's wel snel weer te kunnen.

What was I thinking?
Het was niet alleen een kwestie van trauma's aanpakken, maar alles bij elkaar verdragen en accepteren. Er zijn dingen die ik nooit geleerd heb. Zoals het verdragen van pijn zonder kwaad op mezelf te worden. Ik kan zo nog een waslijst opnoemen met dingen die ik gewoon niet heb geleerd door de manier waarop ik heb moeten overleven sinds ik een heel klein kind was. En als ik op zeldzame momenten echt kan voelen wat me is aangedaan zonder die zelfhaat waarmee ik normaal de pijn van de herbelevingen kan verdragen, dan voel ik ook de verstrekkende gevolgen en hoe erg het is dat ik niet alleen op alle mogelijke manieren ben misbruikt en gepijnigd, maar dat ik zelfs mezelf zo erg ben gaan haten dat het een automatisme is geworden. Dan voel ik hoe moeilijk het nog steeds is om me daarvan los te maken, want het lijkt wel in mijn dna te zijn gaan zitten. De macht die ze hiermee dus nog over me hebben. Dan kan ik even zien en voelen hoe ik door toedoen van anderen over mijzelf denk, om maar niet te voelen hoe erg het is wat ZIJ hebben gedaan. En dit kan ik alleen maar zien en vooral voelen, als ik naar de doodsangst ga van het kleine kind dat ik toen was. Pas als ik voel hoe klein dat kind was en hoe vreselijk bang, dat het geen kutkind was die het allemaal verdiende, dan pas kan ik met hoofd en hart voelen dat er geen 'ja maar' meer is die dit rechtvaardigt. Het was gewoon verwoestend en gewelddadig en wreed. Onmenselijk. Ik heb daar geeneens woorden voor.

Zo complex is het allemaal. En zo erg beheerst dit dus mijn dagelijks leven. Want op dit moment, nu ik dit tik, zit ik op een plek. Waar meer mensen werken, schrijven, overleggen, doen waar ze goed in zijn. Zoals ik ook altijd deed toen mijn harnassen nog werkten. En ik niet, zó oneerlijk, eerst alles moest verliezen om al mijn pijn onder ogen te zien, om te kunnen gaan ontdekken hoe ik moet leven. Dan werd ik niet helemaal gestoord van alle beweging om mij heen in deze ruimte waar ik mij over het algemeen redelijk ok voel. Maar alle hoekjes zijn bezet dus ik zit centraal en ik weet dat ik niet alles moet vermijden. Dus in plaats van te vertrekken ben ik gaan zitten, mezelf vertellend dat ik hier prima kan zijn. Om er vervolgens na enige tijd echt niet meer tegen te kunnen, dat er mensen achter me bewegen en ik het niet in de gaten kan houden. Iets wat ik onbewust ALTIJD doe. Mijn omgeving scannen. Op dreigend gevaar. Het gaat al zoveel beter, maar het zit nog steeds in mijn systeem. Het zit zo diep.

Heb ik een keuze? Die vraag stel ik mezelf regelmatig. Soms wil ik sowieso ermee stoppen, traumabehandeling, omdat ik dan de lange termijn niet meer kan zien. Niet kan zien wat ik allemaal al wel heb bereikt sinds de start. Wat erg veel is. Enkel en alleen de constante paniek ervaar. De uitzichtloosheid van mijn bestaan voel. Bang dat de herbelevingen en de bijbehorende fysieke pijn die ik daardoor elke dag voel niet weggaan. De angst hier nooit uit te kunnen komen. Omdat ik zo vreselijk bang ben dit te verdragen en me helemaal alleen te voelen. Te zijn. Ik ben het ook. Niemand snapt het en in the end vertrouw ik niemand. Dat kan ik maar niet, merk ik. Omdat de eerste en enige persoon die ik in mijn leven wel vertrouwde, niet te vertrouwen bleek. In dezelfde periode dat ik toch iemand heb moeten vertrouwen om dit allemaal te kunnen vertellen alleen al. Dit had ik anders nooit gekund. Om te durven voelen hoeveel pijn ik heb. En waardoor. Om een ravijn in te springen. Ik deed dàt waarop mijn hele leven lang de doodstraf stond. Een ander vertellen wat me allemaal was overkomen, zonder de ergste details over te slaan, terwijl ik nog steeds dacht slecht te zijn. En toen een ander mijn vertrouwen in die periode zo schaadde, voelde ik dat er op dat vlak echt voor altijd iets stuk is gemaakt. Ik ben echt bang andere mensen nooit te kunnen vertrouwen.

En dus, wanneer ik weer eens voel hoe onmogelijk het allemaal is, probeer ik mezelf compleet af te sluiten. Die harnassen weer aan te trekken. Niets meer binnen te laten komen. Om maar niet te hoeven voelen dat ik net als vroeger dit allemaal in mijn eentje moet uithouden en verdragen. Toen kon ik dat niet. Nu ook niet. Wie wel?! Denk ik, wanneer ik die doodsangst van toen voel. Maar het werkt niet meer. Die harnassen passen gewoon niet meer. Want eerder, toen dit nog werkte, was ik onwetend. Ik wist niet dat ik alles wat me aan mijn trauma's deed denken zo ontzettend vermeed dat dit mijn tweede natuur was. Vooral dat ik mijn gevoel te pas en te onpas kon uitzetten.

Het antwoord is dus: nee. Ik heb geen keuze. Geen andere keuze dan doorgaan met deze behandeling voor ptss. Wat ik dacht te hebben was niet echt, opgebouwd met onmogelijke copingsmechanismes. Zoals zo ontzettend goed beschreven in dit stuk van schrijver Junot Díaz in The New Yorker:

(..) trauma is stronger than any mask; it can’t be buried and it can’t be killed. It’s the revenant that won’t stop, the ghost that’s always coming for you. The nightmares, the intrusions, the hiding, the doubts, the confusion, the self-blame, the suicidal ideation—they didn’t go away just because I buried my neighborhood, my family, my face. The nightmares, the intrusions, the hiding, the doubts, the confusion, the self-blame, the suicidal ideation—they followed. All through college. All through graduate school. All through my professional life. All through my intimate life.(...)

En:

(...) I spent more energy running from it than I did living (...)

Het is hard, maar ik moet het accepteren. Schouders eronder, niet wegrennen of controle willen behouden, maar in het ravijn springen. Eigen bijdrages voor lief nemen. Eigen risico's al helemaal. Blij zijn dat er eindelijk hulp is. Zodat ik hieruit kom. Oneerlijk was het allemaal toch al. Als ik dat voel is het feitelijk winst, want dan vind ik in ieder geval niet dat ik het allemaal zelf heb verdiend. Hoe moeilijk te verdragen ook.

Foto copyright: Jeremy Bishop