×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Het leed dat kinderporno heet... (28)

Het leed dat kinderporno heet... (28)


Traumabehandeling. Ik wilde het aangaan en ik ging het aan. Want ik kon niet meer en was al maanden aan het afglijden. Ik ben na vijf maanden al door heel wat trauma's heengebroken. Doordat het eindelijk eens niet werd vermeden, hoe moeilijk en pijnlijk ook. Daarom een niet in woorden uit te drukken dank aan de mensen die dit met me aangingen en aandurfden en de manier waarop. Ik vertelde veel van de erge dingen die in mijn hoofd zaten, waar ik nooit zo over sprak. Ik leerde veel, onwijs veel. Harnas na harnas ging eraf, muur na muur werd afgebroken, het waren er veel. Maar het was heftig, even te heftig. Dus een stapje terug en langzaam verder.

Maar dan ben je zo depressief en moegestreden. Dat het open ligt en zelfs de ergste dingen, die je slechts als flard had opgeslagen in je brein omdat het te heftig was om aan te kijken. Te registreren in het 'hier en nu'. Zelfs die dingen denderen je hoofd binnen. Leggen je compleet lam. Die dingen, waarvan je denkt: dat doen mensen niet. Daarvan raak je van de wereld. Het maakt je compleet wanhopig. Want aan de ene kant ben je volledig overprikkeld van alles wat van buiten komt. Elk omgevingsgeluid lijkt keihard door de geluidsbarriere te knallen, je wilt je oren wel dichthouden. De hele dag. Normaal zou je denken: zoek je een rustige prikkelvrije omgeving. Dat probeer ik ook, verstop me onder een dekbed, of op m'n zolder. Stilte, is alles wat ik wil. Maar het komt niet, want de terreur in mijn hoofd is net zo erg, nog veel erger. Het voelt als trapped. Gevangen zitten. Ik ervaar het alsof mijn brein compleet gehijacked is. En geconsumeerd wordt door de trauma's. Daarnaast ben ik depressief en is er niets waarvan ik nog denk dat het me ergens nog blij maakt, dit maakt het extra moeilijk en komt vooral ook door het feit dat de realiteit keihard tot me aan het doordringen is. In mijn hele wezen. Dit vergroot de wanhoop.

Ik weet nu en voel zelfs inmiddels dat dissociatie mijn grootste vijand is. Dat het me als kind hielp om te ontsnappen aan de gruwelijkheden. Om pijn uit te houden, niet te voelen. Het was niet eens alleen de fysieke pijn. Ook de pijn van dat niemand je hielp, dat iedereen je als een object behandelde om de meest bizarre lusten op te botvieren. De angst. Voor wat ze nu weer zouden doen. Of je het wel goed zou doen, wat ze dan ook van je wilden. Zinloos, er was altijd wel iets fout. Een reden om je te als vuil te behandelen, te mishandelen. De pijn van door niemand gezien worden. Wat dat bevestigde wat zij er letterlijk in hadden geramd: dat je slecht was. Slecht was geboren. Een slecht kind die dit allemaal verdiende. Het feit dat niemand zag hoe zwaar je het had, was voor jou een reden om te vinden dat je het niet zwaar mag vinden, niet erg mag vinden, geen pijn mag voelen. En nog veel meer. Zodat je een diepste overtuiging hebt dat je geen behoeftes mag hebben. Jij en iets willen of nodig hebben? Dat bestaat niet in jouw wereld. Dus ook die pijn maakte je weg.

Dissociatie dus. Ik kwam erachter hoe erg ik het deed, zelfs onbewust. Daardoor vermeed ik heel veel. Zodat ik zoveel mogelijk mezelf wijs kon maken dat het allemaal wel meeviel. Alle gevoel ook uit kon schakelen. Anders had ik ook nooit kunnen studeren, werken en kinderen kunnen krijgen. Tot je de dissociatie gaat doorbreken en je gevoel toelaat. Stukje bij beetje. Dat kan niet anders dan op een rustig tempo, het is te pijnlijk, dat wat er allemaal loskomt.

Eenzaamheid. Intense eenzaamheid. Je niet hebben kunnen hechten. Merken hoe je altijd maar mensen op een afstand hield. En houdt. In alle opzichten. Of je een soort van hechten, maar niet helemaal. Altijd ingecalculeerd hebben dat iemand toch anders kan zijn en je daar vast op voorbereiden. Schrap zetten. En dat niet laten merken. Zo heb ik een groot deel van mijn normale leven kunnen opbouwen doordat ik keek hoe andere mensen dat dan deden. Uit overlevingsinstinct om uit de psychiatrie te komen, want zo dacht ik, als ik 'normaal' doe laten ze me vast met rust. Dus ik deed alsof. Alsof alles normaal was. Ik deed zo hard alsof dat ik het zelf geloofde. Alleen haalde het verleden me steeds weer in. Het gaat niet zomaar weg helaas.

Ik heb veel vrienden. Ken veel oprecht fijne mensen. Leuke en lieve mensen. Mooie mensen, waar ik respect voor heb. Ik voel het inmiddels wanneer mensen oprecht zijn. En toch, nu ik me volledig in puin voel liggen, weet ik op zulke momenten niet wie ik moet bellen. Hoe ik dit er moet laten zijn, hoe vreselijk elke dag voelt. Hoe moet je mensen dit uitleggen? En het lukt me niet alleen, het triggert me om alleen te huilen, terwijl dit voelt als het enige wat nodig is. Op veel momenten. Alleen blokkeer ik. Het herinnert me aan die intense eenzaamheid. En ik mocht niet eenzaam zijn van mezelf, ik was immers slecht. Ik verbood mezelf daar pijn van te voelen. Alsof ik automatisch precies wist hoe ik het allemaal zo draaglijk mogelijk kon houden. Dat zit zo diep. En ergens wilde je dat iemand aardig deed, maar daar voelde je je te slecht voor. Dus hechtte je je aan niemand. En geloofde je dat je niemand nodig had. Ik voel dat nu. Dat dit is wat er allemaal gebeurde. Dit zijn gewoon de gevolgen van hun misdaden. Die hebben mijn hoofd gedwongen uitwegen te vinden, waardoor ik nu geen leven heb. En ervoor moet vechten. En als je die eenzaamheid voelt, dat is zo pijnlijk, want dan voel je hoe het echt zit. Dat je een kind was, een onschuldig kind, dat in deze hel niemand had en zelfs zelf geloofde dat ze het niet verdiende. En nu als volwassene wanneer ze dat voelt, woedend wordt op zichzelf zodat dit gevoel weggaat. Zoveel pijn doet het.

Jezelf afzonderen, maar diep vanbinnen niet alleen willen zijn. Het als kind al draaglijk maken door je voor te houden dat dit nou eenmaal zo is, door jezelf te herinneren aan de indoctrinatie: dat je slecht bent. De momenten dat ik wel kon huilen de afgelopen periode, doordat me werd gezegd dat ik mocht huilen. Alsof ik toestemming nodig had. Maar ik brak er doorheen. Het gaf lucht. Al was het maar een klein beetje en voelde ik direct hoe onwijs groot die zee van tranen is die nog in mijn lijf vast zit. Het gevoel hebben dat wanneer dat eruit is, je je beter zult voelen. En dan de frustratie wanneer de pijn in je borstkas, in je hart, zo groot is dat het er bijna uit knalt. Dat je voelt dat je doodgaat. Het verdriet dat blokkeert door de angst. Zo vaak ging je bijna dood. Stikte je bijna. Verdronken ze je bijna in bad. Of alleen al een zwaar mannenlijf dat je kleine kinder borstkas plette. Geen lucht. Denken dood te gaan. Voelen dood te gaan. Bewustzijn verliezen. Het opgeven. Totale overgave.

Als ik dit zo opschrijf dan voel ik me bijna weer breken.

Maar ik moet dit opschrijven. Ik besef me meer dan ooit hoe beschadigd ik ben. Ik besef me ook dat ik een goed werkend brein heb. Dat ik talenten heb, en dat ik die ondanks alles zo goed als mogelijk heb geprobeerd te benutten en daarmee heb ik toch een soort van stabiel leven weten op te bouwen. Dat nu heel wankel is. Dus ik besef mij dat ik dit vermogen niet kan gebruiken om daarmee een gelukkig en stabiel leven te leiden. Dat is van me afgenomen. En ik moet dit opschrijven, voor alle andere kinderen en inmiddels groot geworden kinderen die zulke wreedheden meemaken of meemaakten en moeten leven met de gevolgen daarvan. Die net als ik zo hard knokken en toch iedere dag weer opstaan en zich door de dag moeten slepen, vechtend tegen herbelevingen en dissociatie. Die zichzelf net zo waardeloos en alleen voelen. Die elke dag denken: wat doe ik hier nog? Hoeveel meer pijn moet dit nog doen? Eruit willen stappen. Dat als laatste mogelijkheid zien. Daar ook elke dag tegen vechten. Zo bang van hun eigen gedachtes worden over hoe hun eigen leven te beëindigen, want diep vanbinnen willen ze niet dood, ze kunnen alleen niet zo verder leven. Het niet meer uithouden. De vreselijke pijn. De angst dat je de realiteit verliest en je in een moment van wanhoop verkeerde keuzes maakt. Want zo groot voelt de wanhoop. En daarom moet ik dit opschrijven. Voor wie dit niet zelf kan.