Het leed dat kinderporno heet... (29)


Het overspoelt me.

Wat er opkomt.

Duidelijk wordt.

Alsof doordat ik die traumaverwerking steeds meer aanga terwijl ik dissociatie doorbreek, er ruimte komt voor dat wat ik nog maximaal probeerde en wilde verdringen, grotendeels onbewust. Alsof ik het beter aan zou kunnen, nu er ook beelden en gebeurtenissen zijn die ik redelijk 'goed' aan kan kijken. Waarvan de realisatie dat dit mij is overkomen is doorgedrongen. Waar ik over kan praten zonder meteen te dissociëren. Waarvan ik weet dat het mijn schuld niet was.

Beter aan zou kunnen. Dat klopt niet helemaal. Ik kan het niet aan.

Het vervult me met afschuw. Soms loop ik uren verdwaasd en in pijn rond. In een soort shocktoestand, lijkt wel. Waarna mijn lijf voelt alsof dat wat me zo doet shockeren, net is gebeurd. Alsof ik nu voel wat ik toen niet kon blijven voelen, ik was te klein om dat aan te kunnen.

Ik ben in shock van de wreedheid. Ik wist het op mijn ratio. Nu voel ik het.

Hoe duidelijker alles wordt, des te meer besef ik hoe erg ze mij mezelf lieten haten. Om hun gruwelijke daden verborgen te houden. Hoe geraffineerd en vooropgezet ze gehandeld moeten hebben. En ik geloofde alles.

Het was niet eens alleen het geweld en alles wat daarbij kwam kijken. Ook het totale gebrek aan normaal menselijk contact. De eenzaamheid. Die ene keer dat ik zo was misbruikt en mishandeld, onder de koude douche was gezet, alleen gelaten om compleet in elkaar te storten in de badkamer. Huilend. Iets wat me altijd was verboden en wat gelijk stond aan straf. Blijkbaar hebben ook doodsbange en geindoctrineerde kinderen een breekpunt.

De twee mensen die vervolgens binnen kwamen troostten me, voor het eerst in mijn leven. Ik was een jaar of acht en huilde nog erger omdat er aardig werd gedaan. Ik klampte me bijna als een gewond dier vast. Een hand over mijn haren, in mijn nek. Die ineens niet meer zacht voelt en me ruw op de grond duwt. Mijn wang op de koude badkamertegels, de hand nog altijd in mijn nek terwijl er weer iemand mijn lijf betreedt. En ik een felle pijn voel, die ik ken maar me misselijk blijft maken. Niemand die nog iets zegt, ik heb geen enkel verzet. ,,Dit gebeurt er als kleine meisjes huilen." Is het laatste wat ik hoor terwijl ik apathisch op de vloer achterblijf.

Ik weet dat ik niet anders kan zijn dan intens slecht. Althans, dat was mijn enige logica in deze hel. En die logica werkte jarenlang door.

Het is juli. De zon schijnt eindelijk, de temperatuur is aangenaam. Het is vakantie. Ik zie mensen om mij heen genieten van de zomer, de vakantietijd. Ik blijf maar overspoeld worden.

Hoe moet ik hiermee leven?