Het leed dat kinderporno heet... (31)


Oneerlijk. Soms voelt het zo. Als ik het mezelf slecht vinden heel even aan de kant kan zetten. Omdat ik me op dat moment besef wat ik kwijt ben.


Weten dat je zoveel zou kunnen. Eigenschappen hebt waarvan je weet dat je dingen zou kunnen doen in het leven, die voldoening geven. Op welk vlak dan ook. Ik kan niet echt weten welke dingen precies, want ik heb dat nog nooit ontdekt. Mijn hoofd is ergens anders mee bezig: toen.


Nog steeds. Na al die jaren. Al die horror en pijn.


Het is er nog steeds: horror en pijn.

En dan besef je ook nog eens wat je kwijt bent. Wat je zou kunnen doen. Op een dag alleen al. Dat deze niet doelloos had hoeven zijn, hopend hem maar weer snel door te komen. Want dat is het, elke dag.


Ergens leef je heel intens. En dat is precies de reden dat je er nog bent. Op een of andere manier, en vaak is het jezelf een raadsel, heb je het vermogen om tussen dagen en momenten en uren van ellende, mooie dingen te zien en te maken, zodat je in de momenten van onuithoudbare pijn daar nog op kunt teren. Maar dan echt als laatste strohalm. Dat weet je, voel je met je hele wezen. Je doet de meest leuke dingen met je kinderen, in de hoop dat ze hun moeder als ok herinneren, mocht je dit niet overleven. Ook wil je ze iets heel anders meegeven dan je zelf kende. Ook al maak je het zelf mee vanuit een bubbel. Je mag erbij zijn maar niet helemaal.


Steeds sta je maar op die rand te balanceren. Je hebt die laatste strohalm zo hard nodig dat je ook op de meest depressieve dagen je voeten in die hardloopschoenen dwingt om naar buiten te gaan voor iets wat goed voor je is.


Het gaat op verstand, maar het werkt en dat weet je. Daarom doe je het ook, probeer je angsten niet de overhand te laten nemen. Op verstand. 'De vorige keer ging het ook goed, net als alle keren daarvoor. Je kunt het.' En je gaat. Verstand op nul, luister naar de muziek. Stop de pijn in dat hoofd.


Het is meestal wat rustiger na een kilometer of vijftien. Maar meestal werkt het maar maximaal een uur door. En als er al eerder een heftige trigger is, of bijvoorbeeld veel drukte om me heen en alle geluiden vormen zoals het galmende geluid in een zwembad, dan ben ik ook meteen vaak wel in de stress. Ook met mijn lijf, alles zet zich schrap. Klaar om te incasseren. En kom ik een wandelaar met een loslopende hond tegen, dan bereidt mijn lijf zich vast voor op de aanval. Zoals ik vroeger nooit kon ontsnappen toen mijn daders opgejaagde honden achter me aanstuurden en me het idee gaven dat ik misschien wel zou kunnen ontsnappen. Wat ik steeds weer probeerde, maar nu achteraf gezien was ik sowieso kansloos. Toen was ik vooral boos op mezelf, dat ik niet hard genoeg kon rennen. Dus elke keer als ik nu heelhuids langs een hond kom, heb ik de doodsangst gevoeld en is het alsof ik op het nippertje iets vreselijks heb overleefd. Gebeurt op zich iedere dag wel een keer of vaker.


Zo leef ik gewoon. Besef ik me nu pas. Zo heb ik altijd geleefd. Ook dat besef ik me. Hoe gestoord sowieso mijn hele thuissituatie was. Als kind maak je in je hoofd de meest bizarre dingen nog 'normaal'. Alsof je ook anders wist. Niks klopte en ik probeerde wanhopig overeind te blijven in een soort van tornado uit de hel. Naast dat, volgens mij ook best schadelijk besef ik me aangezien ik zelf moeder ben, heb ik als kind überhaupt amper genegenheid ervaren. Fysiek, op een manier die niet gewelddadig en schadelijk was. Ik doel dan op gewoon, knuffelen met je kind. Aanraking, liefdevol. Dit zijn dingen die ik zelf als moeder pas instinctief heb ervaren. Mijn kinderen zacht en liefdevol vasthouden, op je buik in slaap laten vallen, of hun ruggetjes aaien. Ik deed het toch. Alsof ik voelde dat mensen, kinderen, dat nodig hebben. Terwijl ik zelf eigenlijk alleen maar gewelddadige grensoverschrijdende 'aanraking' gewend was.


Dit alles besef ik me slechts soms. En dan voel ik echt heel veel pijn. Die simpelweg niet uit te houden is.


En als ik dit niet besef, zit ik gevangen in beelden en enorme schuld en voel ik ook heel veel pijn. Sta ik op hoge gebouwen of viaducten omdat ik zo graag wil dat het stopt en me zo wanhopig voel. Maar steeds de 0,00001 % wil naar het leven op zoek, en dat blijkbaar nog altijd vind.