Het leed dat kinderporno heet...(40)


Alsof ik het bijna niet kan geloven, maar hetgeen wat voor mij vaststond als een onmogelijk gegeven werd mogelijk: ik versloeg één van mijn grootste fobieën. Een fobie die er sinds mijn vroege jeugd voor zorgde dat ik elke dag meerdere malen doodsangst voelde bij het zien van deze trigger. Waarvan ik nog niet eens zo heel erg lang door had hoe erg dit mijn leven bepaalde, want het is nou eenmaal een niet te vermijden trigger. Ik heb het over honden.

Jarenlang negeerde ik dit volkomen. Ik vermeed honden zoveel mogelijk, maar omdat volledig vermijden onmogelijk is en elke dag constant bloot worden gesteld aan doodsangst niet is uit te houden, negeerde ik de angst ook weer. Ik deed gewoon of het er allemaal niet was, en of die beesten niet bestonden. Of mijn angst niet bestond. De doodsangst die ik voelde die stopte ik weer weg, ik liep sowieso jarenlang gedissocieerd rond om te overleven. Het kon zomaar dat ik heel bang werd voor een hond, meteen dissocieerde, de angst niet voelde en gewoon door kon gaan en dat ik dan een half uur later volledig onterecht tegen iemand uit mijn slof schoot. Zulke dingen. Want omdat ik me doodschaamde voor mijn angst, ja dat ook nog, en ik heel graag normaal wilde zijn en het ook heel lang van belang was dat het grote geheim verborgen bleef, maakte ik mijn angsten weg.

Nog een reden waarom ik die angst negeerde? Dan moest ik erkennen waarom ik zo bang was, welke trauma’s daarvoor verantwoordelijk zijn, welke mensen me dit aandeden en wat deze mensen dan precies hadden gedaan. En daarvan wilde ik ook dat het niet waar was. Want ja, ik wilde niet erkennen dat dit soort pedofielen zelfs dieren gebruiken voor het vervaardigen van hun smerige materiaal en daar blijkbaar lol aan beleven. Of ze gebruiken als middel om kinderen doodsbang te maken. Dus als ik maar heel hard deed alsof er geen honden waren op deze wereld en ik er maar ver uit de buurt bleef, dan kwam het vast wel goed, hield ik mezelf lange tijd voor (de gek). Dat hield ik natuurlijk niet vol en al jarenlang is dit een van mijn ergste triggers. Ook toen ik met traumabehandeling begon bleef dit lastig, mijn angst was zo ontzettend groot.

De laatste tijd stond ik steeds meer stil hoe dit mijn leven bepaalt. Hoe ik sowieso al rondloop als een wandelende scanner, en dus constant de bewegingen van al dan niet loslopende honden detecteer (en al het andere gevaar, in een poging tot maximaal controlebehoud). Waarna ik vaststel of er een eigenaar aanwezig is, hoe ik deze inschat, hoe ik de hond inschat, of er vluchtwegen zijn enz. Over het algemeen krijg ik zo goed als meteen een herbeleving, zodat het onmogelijk is mijzelf op een of andere manier rationeel rustig te krijgen. Ik blijf het als monsters ervaren die verschrikkelijke dingen zullen doen. ALTIJD probeer ik een vluchtroute te nemen indien mogelijk. Dus zie ik in de verte een hond, en geloof mij, ik ben er zo op getraind dat ik ze van verre al waarneem, dan sla ik direct rechtsaf wanneer dit kan. Of ik keer om. Kan dit niet, omdat de terugweg bijvoorbeeld nog langer is en ik de hond dan in mijn rug zou hebben, hem niet meer in de gaten kan houden en nooit snel genoeg weg zou kunnen komen. Dan loop ik compleet schrap gezet, met ingehouden adem en klaar om te incasseren door. Ik ben dan inmiddels in mijn hoofd gaan zitten en zou bij de aanval niets meer voelen. Ik zet me sowieso schrap als ik er een zie, maar moet ik ‘m noodgedwongen passeren dan is dat van een ander niveau en tune ik echt uit.

Het feit dat ik meteen herbeleefde bij het zien of horen van een hond, gaf aan dat ik de trauma’s moest behandelen die hiervoor verantwoordelijk zijn. Want ik bleef me iedere keer voelen alsof ik dood zou gaan, en als ik een hond was gepasseerd en er was niets gebeurd (dagelijks meerdere keren) dan concludeerde ik daar níet uit dat mijn angst niet gegrond was en er niets met me zou gebeuren. Nee, ik voelde dan dat ik het deze keer dus op het nippertje had overleefd. Mijn hele wezen voelde dit. En het was ook niet alleen bij de hondenrassen uit mijn herbelevingen, nee inmiddels had ik het bij elke soort hond, groot en klein. Hond stond synoniem voor doodsangst en een heleboel meer. Dus, deze trauma’s behandelen vond ik moeilijk want ik was er doodsbang voor en daarnaast geloofde ik ook eigenlijk niet dat iemand ooit iets zou kunnen doen wat ervoor zou kunnen zorgen dat ik dit niet meer zou voelen. Ik had jaren geleden rationeel ook al beredeneerd dat niemand mij honderd procent kon verzekeren dat een hond mij niets zou doen, dus niets en niemand kon mij van deze angst af helpen. Punt.

Tot mijn therapeut mij onlangs een gouden zin meegaf. Dat niets van wat een hond nu kon doen, bijvoorbeeld tegen mij opspringen, of bijten of blaffen, zo erg zou zijn dan dat wat er al was gebeurd. Niets van wat er kan gebeuren zal ooit nog zo erg zijn dan dat wat er al is gebeurd. Het bleef maar door me heen gaan. Het was alsof ik volslagen nieuwe info kreeg. Dit had ik me nog nóóit gerealiseerd. Het zorgde eerst voor een hoop verwarring, maar ik liet deze informatie keer op keer door mijn hoofd gaan. Om mezelf eraan te laten wennen. Ook als ik de doodsangst weer had gevoeld bleef ik dit tegen mijzelf zeggen: want ik realiseerde me: ik zet me al die jaren al schrap voor iets wat nooit meer zou gebeuren. En natuurlijk, ik voelde en zag nog iedere dag wat er was gebeurd. Maar dáár was wat aan te doen. En ja, dit was heel moeilijk, want steeds bleef alles in mij vermijden. Dáár wilde ik niet naartoe, niet aan worden herinnerd ik wilde niet voelen wat ik allemaal had gevoeld en hoe erg het was. TOEN. Maar we vonden een manier om er doorheen te komen zodat de angst uiteindelijk kon doven.

Toen ik deze week plotseling oog in oog stond met een hond die ik niet vooraf had gescand, constateerde ik dat er niet een enorme doodsangst door mijn lijf trok. Dat mijn hart niet als een gek tekeer ging. Het zweet me niet uitbrak. Ik niet zocht naar uitwegen. Ik vertrok niet alvast naar een uithoek in mijn hoofd. Mijn lijf zette zich niet schrap voor de aanval. Ik werd niet boos op mezelf dat ik hem niet op tijd had gesignaleerd en mezelf niet had behoed voor dit onheil. En toen ik - voor het eerst in mijn leven níet met ingehouden adem - voorbij het dier was had ik níet het gevoel dat ik het allemaal maar op het nippertje had overleefd. Want nee: hij had mij niet eens kunnen doen waar ik al die tijd bang voor was geweest. En ik voelde een soort overwinning dat mijn lijf dit nu ook eindelijk leek te snappen. En de afgelopen dagen bleef ik dit maar waarnemen, hoewel ik ergens bang werd dat het weg zou gaan.

Vanochtend. Ik rende door het bos. Kilometer na kilometer na kilometer. Ik zag en passeerde hond na hond na hond. Zonder angst.