Het leed dat kinderporno heet...(6)


Er wordt altijd maar vanuit gegaan dat je mensen die als kind misbruikt zijn, geen aanraking kunnen verdragen. In mijn opinie is dat weer zo'n verzinsel van de psychiatrie, dat bijdraagt aan je vies en eenzaam blijven voelen.


Ik snap dat er regels en grenzen moeten zijn. Dat mensen die zijn misbruikt mogelijk niet goed hun grenzen aan kunnen geven omdat deze nooit belangrijk is geweest voor de dader(s) en dat bijvoorbeeld hulpverleners niet over deze grenzen moeten gaan. Maar ik geloof dat men daar nogal in door is geslagen. Het is niet zo zwart/wit.


Ik zal een voorbeeld geven:

Als je een kind gewond ziet huilen. Pak je het op om te troosten of wapper je in de verte met een tissue?


Ik heb heel veel problemen met huilen omdat de mensen die me misbruikten er films van maakten, en zij enorm razend werden van gegil en gehuil. Dat is me verboden en werd afgestraft. Het was ook niet wenselijk op de film en ik las laatst in het artikel dat ik in mijn eerste blog aanhaalde, dat pedofielen soms zelfs (klassieke) muziek onder de beelden zetten, om het gegil niet te hoeven horen. (Sommigen kicken er juist op, het gegil en gehuil geeft weer hoeveel pijn een kind lijdt. Ik vind het ook onvoorstelbaar maar ze bestaan helaas). Bij mij was dat niet nodig uiteindelijk, na een tijd was het huilen wel afgeleerd. Bovendien: als er toch niemand is die je troost dan stop je er vanzelf mee. Ook had ik een overlevingsmechanisme ontwikkeld dat wanneer het weer zover was, het net leek of ik er niet bij was, ik voelde niks meer.



Die tranen en het verdriet, die zijn niet zomaar weg. En nu ik eindelijk zonder schaamte en schuldgevoel kan zien wat me is aangedaan, voel ik dat deze niet gehuilde tranen er wel degelijk zijn. In mijn eerste blog schrijf ik dat ik maar geen therapeut kan vinden die me kan helpen dit te dragen, nu ik niet meer doe alsof het er niet is, maar gebukt ga onder allemaal klachten die ik al heel lang heb maar nu pas echt voel.



Vijf jaar lang kwam ik bij een traumacentrum, waarover ik in deze blog schreef. Na een jaar of drie/vier, tijdens een individueel gesprek met een behandelaar klapte ik ooit plots in elkaar en moest ik vreselijk huilen. Iets wat ik bijna nooit eerder had meegemaakt. De psychologe bleef stil zitten. Uiteindelijk wapperend met een doos tissues. Mijn gehuil, wat een soort oerhuil was van onuithoudbare pijn, verstomde. De kilheid van het feit dat zij op die afstand bleef en enkel een tissue tevoorschijn kon toveren, zonder verder ook een woord te zeggen, bevestigde mijn gevoel van slechtheid, viesheid en een psychiatrisch patiënt zijn. En hulpverleners worden geacht deze mensen op afstand te houden. Ze kunnen wel eens gevaarlijk zijn. (In Amsterdam zit een instelling waar je geen koffie of thee kunt krijgen, want ja, je bent en blijft in hun ogen een psychiatrisch patiënt, straks gooi je het over je hulpverlener heen. Even een zijspoor om aan te geven hoe onmenselijk je wordt behandeld, terwijl je geen crimineel bent maar gewond). Nou hoeft een hulpverlener echt niet bovenop een huilend persoon te springen. Maar er is ook een middenweg, die heel wat menselijker is. En ook daadwerkelijk pijn verlicht in plaats van dat het iets bevestigt wat nou juist zo destructief is.


Toen ik na jaren op de volautomatische piloot, ondanks/dankzij een nutteloze behandeling in dat traumacentrum, getergd werd door ontzettende rugpijn, besefte ik me dat dit in mijn lijf opgeslagen stress was. Ik merkte toen pas dat ik constant gespannen was en meldde me bij een haptotherapeute. Ik wist eerst niet wat het inhield, maar besefte me dat alleen een fysiotherapeut me laten helpen met de rugpijn, slechts symptoombestrijding was. Ik besloot de kern aan te pakken. Doodeng vond ik het. Ik vertelde hoe gespannen ik was, stroopte mijn mouw op en zei: ,,Kijk dan, zelf mijn arm is helemaal aangespannen, maar ik weet niet hoe ik dit moet ontspannen! Het voelt als Chinees voor me."


Na 2,5 jaar, afgelopen zomer, klapte ik bij haar net zo in elkaar als destijds in het traumacentrum. Weer, of beter gezegd: eindelijk, moest ik vreselijk huilen. Alleen deed deze persoon iets wat zo'n wezenlijk verschil maakte. Ze schoof haar stoel dichterbij en vroeg of ze mijn hand vast mocht houden. Of dat ok was. Iemand die zich bezig hield met of iets voor mij ok was en mijn grens respecteerde. Door mijn tranen heen negeerde ik dat wat mijn hoofd me graag wilde doen geloven, namelijk dat ik vies ben, en knikte ik ja. Dus ze hield mijn hand vast en er gebeurde iets wonderbaarlijks. Tot die tijd verstomde iedere emotie altijd omdat dat mijn aangeleerde mechanisme was. Ik voelde dan letterlijk een pantser optrekken uit zelfbescherming. Zij doorbrak dit juist door fysiek contact te leggen waardoor ik voor het eerst in mijn leven geen afwijzing maar warmte kon ervaren op een moment dat dit heel hard nodig had. Tussendoor checkte ze af en toe of het nog steeds ok voor me was.


Wat dit kleine gebaar mij heeft gegeven is dan ook haast niet uit te drukken in woorden. Doordat ze dit deed bleef ik maar huilen, en waar normaal hulpverleners altijd bij emotie in de stress schieten, benoemde zij dat dit slechts enkele van mijn niet gehuilde tranen waren. En dat die er mochten zijn. Dat het ok was en me niet druk hoefde te maken om wat zij ervan vond.


Dit gaf mijn pijn bestaansrecht.

Dat had ik nodig.

Dat het erkend wordt.


Het leverde alleen het volgende probleem op, zoals zij laatst benoemde: wij hebben dit nu blootgelegd. En nu is er iemand bij nodig die je kan helpen dit te dragen. Anders is het niet te doen.


En dat is wat ik voel. Dat het zo niet te doen is.


Maar nu ik dus niemand kan vinden die èn wordt vergoed door de verzekeraar, niet is verbonden aan een instelling, en die het wèl aandurft me te helpen deze trauma's enigszins te verwerken, kan ik ook met dit traject niet meer verder.


Deze zogenaamde hulpverleners haken namelijk niet af omdat ik een wrak ben ofzo. Ze spreken me en zien het helemaal zitten om met me aan de slag te gaan, jonge moeder die in het leven staat, kan zich goed verwoorden, is gemotiveerd. Maar als ik ze wijs op details die ik ik mijn blogs weiger nog langer te schuwen, dan is er ineens een probleem. ,,Ik kan je niet de zorg bieden die je nodig hebt", schreef de laatste die me afwees.


Een kulargument. Zeg me dan gewoon dat je het niet aan kunt horen, net zoals de rest. Ik schreef nog terug dat ze dat wel kan vinden, maar dat ik nu helemaal niks heb. Als ik dan zoveel zorg nodig heb (wat ik niet geloof, alleen wel de juiste) dan is iets beter dan niets toch?

Maar daar kreeg ik niet eens meer een antwoord op.


Ps. Ik zie mijzelf absoluut niet als psychiatrisch patiënt. Ik weet dat alles wat ik voel en ervaar normale reacties zijn op de meest abnormale gebeurtenissen.