Waar is de vrijheid en zijn de verloren dromen?


Ooit zou ik beter worden. Goed zijn. Goed genoeg zijn. Ok zijn.

Ooit.

Daar overleefde ik op.

Ooit. Toen ik nog geloofde dat ik als ik ooit maar hard genoeg mijn best zou doen ik wél dromen kon waar maken. Toen ik nog geloofde dat ik hier uit zou komen.

Ik zou het noorderlicht zien. Het natuurschoon zou mijn ziel diep raken. De stilte zou oorverblindend zijn. En het feit dat ik na de hel de hemel mocht zien zou als allesoverwinnerlijk voelen.

Vrijheid zou ik ademen.

Eindelijk.

Studeren zou ik. Nog een keer. Maar dit keer zou ik een nog veel moeilijkere studie hebben gekozen. Mijn hersens laten kraken, want ik zou niet zo afgeleid zijn door beelden in mijn hoofd die ik moest onderdrukken met uithongering. Ik zou constant doorstuderen en onderzoeken doen die de wereld zouden veranderen. Mijn brein gebruiken voor goede dingen. Nadenken. Veranderen. Ik zou misschien wel dingen bedenken die mensen zouden helpen. Met collega's samenwerken, omdat je met meer altijd meer weet dan in je eentje. Omdat de wereld beter zou zijn als mensen hun ego aan de kant zouden zetten. Dus een aardig mens voor ze zijn. Ik zou gedreven zijn en iets willen bereiken. Niet om de status, maar om het resultaat en het doel daarvan.

Ik zou muziek leren maken. Noten die mij nu alleen diep raken, zou ik zelf kunnen bespelen en het zou me gelukkig maken. Ik had het al lang geleerd. Mij kennende had ik, als mijn wieg ergens anders had gestaan, al lang geleden het conservatorium 'erbij' gedaan. Omdat ik muziek voel en niet had kunnen kiezen, tussen de kunst van de muziek en de wetenschap.

De hele wereld zou ik rondreizen. Bergtoppen beklimmen. Kilometers lange pistes zou ik afdalen. De wind door mijn haren voelen gaan en inner peace voelen. Ik zou niet alleen als reiziger de wereld over gaan, mijn grenzen verleggend. Maar ik zou meteen mijn levenswerk over de wereld verspreiden. Wat het ook moge zijn. Dat zou ik. Ik voel dat ik zoveel te geven had gehad. Want dat kan ik, had ik gekund. Kon ik.

EIGENLIJK.

Het is namelijk zo dat ik precies weet hoe het moet. Hoe je zin moet geven aan je bestaan. En je kunt leven en gelukkig kunt zijn.

Alleen heb ik 1 probleem. Die dromen ga ik nooit meer waarmaken.

Nooit.

Ik ben op. Moegestreden.

Ik ben echt tè kapot.

Ik voel teveel schuld.

Ik raakte in het nu teveel kwijt en heb teveel pijn en moet alleen maar geven. Een schuld vereffenen. Mijn hele leven al.

Wat zonde eigenlijk van een mensenleven...

... met zoveel ambities.

Als het niet om mij ging.

En ik niet deze last met zoveel schuld moest dragen.

Kindermisbruikers. Vervaardigers van kinderporno. Dat soort mensen. Die kinderen helemaal stukmaken. Lees eens goed wat zulke mensen stuk maken. De straffen die deze mensen krijgen. Dat staat toch echt helemaal niet in verhouding. Als het niet om mij ging.

Met deze worsteling moet ik overleven. Maar dat is geen leven.

Dat is slechts uithouden.