Waarom iedereen met ptss hiervoor behandeld moet worden...


Wie mij een beetje heeft meegemaakt de afgelopen twee jaar zal zich wellicht afvragen of dit het allemaal waard was. Zo'n traumabehandeling. Voor de meeste mensen leek ik namelijk nog best redelijk te functioneren. Dat ik echt iedere dag dood wilde en op de brug boven de snelweg stond, zei ik natuurlijk niemand. Nee, ik glimlachte nog even als ik je trof. Op het schoolplein bijvoorbeeld. Maakte een praatje. Antwoordde vluchtig 'goed' wanneer je vroeg hoe het ging. Vraag vooral niet verder, ik zal toch niets zeggen over al het vreselijke in mijn hoofd, al sta ik volledig op instorten. Dat was twee jaar geleden. Toen ik maar geen psycholoog kon vinden die me wilde behandelen voor ptss en ik me roepende in de woestijn voelde. Alsof mijn water al lang geleden op was. Ik schreef toen deze blog en vond hierdoor hulp. Godzijdank. En ik zal er niet omheen praten, want zo erg was het echt: hierdoor hebben mijn kinderen nog een moeder.

En daarmee geef ik meteen antwoord op de vraag in mijn eerste zin. Ja, dit is het allemaal waard. Mijn mooie prachtige kinderen, dat die nog lachen en stralen, en zorgelozer zijn dan ik ooit geweest ben of zal zijn. Zij doen dat nog steeds, omdat ik er nog ben. Omdat kinderen een moeder nodig hebben die onvoorwaardelijk van ze houdt. Waar ze 's nachts tegen aan kunnen kruipen. Die hun lunchtrommeltjes 's ochtends met eten en liefde vult. Hun favoriete kleertjes sneller wast dan de rest, omdat ze weet hoe graag ze die dragen. Die lange haren kamt met een speciale borstel, zodat het geen pijn doet. Die ondanks dat ze het nooit kon, met YouTube-tutorials leerde invlechten. Die een nieuwe school moest zoeken en ze helpt hun talenten te ontwikkelen. Die traktaties bedenkt en maakt, soms tot diep in de nacht daarmee bezig is. Die verhaaltjes voorleest, aanhoort en helpt met huiswerk maken. Die kinderfeestjes organiseert als ze jarig zijn. Die keihard met ze meezingt met hun favoriete liedjes, 's ochtends op weg naar school. Die meehelpt met het schrijven van 'Mijn Grote Dromen'-boekjes. Die ondanks een hekel aan kou ze meeneemt naar de schaatsbaan, een nieuwjaarsduik met ze doet of zich met ze begeeft in de hel van iedere ouder: de indoor speeltuin. Die moeder ben ik. Ik heb ze onder mijn hart gedragen en ze het leven gegeven. Ik voel niets dan liefde voor ze.

Ze waren me bijna kwijt geweest. En nee, dat weet bijna niemand. Maar dat leed was niet te overzien geweest, al dacht ik daar op de diepste momenten anders over. Dus ja, het was het waard. Het was het waard om niet meer te kunnen werken. Om niets in het leven nog leuk te vinden. Geen hobby meer over te houden. Ook geen relatie meer. Want ik ben er nog. Ik moest een hele barre tocht afleggen en ik ben nog steeds niet bij de top. Maar het lijkt wel of ik het pad steeds beter ga zien. Welke richting ik op moet gaan om die top te bereiken. Omhoog zou je denken, maar elke bergbeklimmer weet: je kunt bijna nooit recht omhoog. Je zult het pad moeten volgen en door moeten zetten. En dat was erg moeilijk toen ik dat pad lange tijd niet eens zag. Alsof alle stenen om mij heen hetzelfde leken en de wereld om mij heen net een maanlandschap was.

Ik hoorde dit jaar weer van zoveel mensen, die niet worden geholpen bij complexe ptss. Waarvan hulpverleners veelal roepen dat het verstandiger is om eerst te stabiliseren. Dat stabiliseren klonk me jaren lang als een soort hogere wiskunde in de oren. Voor de duidelijkheid: wiskunde was niet mijn sterkste kant. In theorie kon ik dat stabiliseren misschien een soort van snappen. Maar hoe dan? Hoe moet je stabiel worden als er binnen in je een immens vuur brandt? Dat constant wordt aangewakkerd door enorme wind. Al heel lang. Zo'n vuur dooft niet vanzelf. Ja je hebt copingmechanismes, die gebruik je immers al jaren. Dus ik ging steeds maar keihard werken, normaal proberen te zijn, en sporten. Veel sporten. Letterlijk wegrennen voor alles. Zo leek ik behoorlijk stabiel. Maar steeds weer voelde ik me vreselijk. Op de vlucht. En ik hield het allemaal niet meer vol want het is vreselijk uitputtend. Zo leven.

Nog verdrietiger is het wanneer ik lees over mensen die kiezen voor euthanasie. Of nog erger, die er zelf in alle eenzaamheid uit stappen. Omdat ze nooit adequaat geholpen zijn en niet kunnen leven met de gevolgen van wat hen is aangedaan of overkomen. En omdat veel hulpverleners het niet aandurven deze mensen te behandelen, wordt het allemaal erg uitzichtloos voor ze. Ik weet hoe vreselijk dit voelt. Hoe erg je kunt verlangen naar de dood. Dat de pijn eindelijk stopt en het lijden voorbij is. Omdat je ook niet weet hoe je jezelf moet helpen, dus hoe moet je beter worden als zij die ervoor geleerd hebben het niet eens willen?

Het is zo vreselijk onnodig. Als er maar meer hulpverleners op deze aarde zouden bestaan zoals degenen waar ik te maken mee heb. Die durven en in je geloven. Je behandelen als een normaal en gelijkwaardig mens en vooral niet constant roepen dat je iets niet aankunt. Die je niet aanpakken met fluwelen handschoentjes maar je keer op keer laten inzien hoe sterk je bent, dat je dit aankunt, dat het ergste in je leven al voorbij is en dat het tijd is om je hoofd en je lijf dit ook te leren. En nee, ik snapte dit niet meteen. Ik snapte eerst niet eens wat ik aan het doen was. In eerste instantie was ik alleen maar bang weg te worden gestuurd, en dat dan niemand me kon helpen en ik me voor altijd zo zou voelen. Tot ook ik voor de dood zou kiezen. Iets wat ik diep vanbinnen niet wilde.

Naast de vele trauma's ik al heb verwerkt en nog verwerk, zat ik ook vast in manieren van denken die me mijn hele leven zijn wijsgemaakt. Waar ik in geloofde als zijnde dit de absolute waarheid. Dus werd mij uitgelegd dat ik als het ware paadjes in mijn brein heb die zijn aangelegd met verkeerde informatie. Als je altijd als kind hoort dat je slecht bent geboren, dan ga je dat geloven. Ik moest nieuwe paden aanleggen. Met wel kloppende informatie over mijzelf en wat me is aangedaan. Dat lukt mede doordat ik die trauma's nu begin te zien zoals het echt was. Dat ik nu kan voelen hoe vreselijk erg het was. Gevoelens van intense schuld en zelfhaat leer te vervangen door verdriet om wat het kind dat ik was is aangedaan en woede richting de daders. Het is heel moeilijk, de bekende paden zijn hardnekkig diep ingesleten. Maar er is nog steeds wel ruimte voor nieuwe. Ze moeten alleen nog heel vaak bewandeld worden.

En dat is dus allemaal mogelijk. Ja, je moet er compleet voor gaan. Nee, het is niet makkelijk, het is loodzwaar. Maar toch minder loodzwaar dan het uitzichtloze dood-willen-zijn. Ja, je moet jezelf iedere keer weer moed inpraten. Jezelf over een grens pushen. Vertrouwen hebben in het kunnen van je behandelaar. Over een rand durven te stappen, in het diepe durven te springen, vermijding doorbreken, en nog meer, en nog meer. Elke keer een laag van de ui afpellen. Tot het moment dat je kunt zeggen: ja pijn, kom maar. Ik ben niet meer bang. Ik kan je aan, ik kan het uithouden. De pijn voelen, doorstaan, en weer opstaan. Dat waar je altijd bang voor was, en ook de hele GGZ altijd bang voor was gebeurt niet: je stort niet in! Je stortte keer op keer in toen je alleen maar werd volgestopt met pillen. En niemand naar je luisterde en de beelden uit het verleden je steeds weer omver maaiden. Maar je ergste angsten en pijn doorstaan, dat kun je: het ergste heb je namelijk al overleefd. En je bent juist zo sterk, anders had je het niet eens gered tot hier.

Je staat altijd weer op. Je gaat niet dood. Ook al is het donker, het zal uiteindelijk vanzelf weer licht worden.

Steeds vaker sta ik stil bij mijn 'winst'. Dat doe ik om mijzelf eraan te herinneren wat ik al heb bereikt. Voor de momenten dat ik weer zoveel pijn voel en even niet zie waar die bergtop is die ik probeer te bereiken. Pardon: ga bereiken. Zal bereiken. Het zijn kleine dingen voor een ander. Voor mij zijn ze groot. Een grote donkere hond die in het bos blaffend op me af komt rennen, tot een half jaar geleden éen van mijn grootste angsten. Maar in plaats van te dissociëren of in paniek te raken kan ik tegenwoordig 'gewoon' alles toepassen wat ik heb geleerd. Denken: ok, uitademen. Hij kan je niets aandoen wat erger is dan wat je al hebt meegemaakt. Waarschijnlijk doet hij niet eens iets. Het is namelijk gewoon nu, en er rent een hond blaffend op je af. Vervolgens VOELEN dat je er bijna in schoot, maar nu dus niet in de gebruikelijke paniek schiet. Je niet meer schrapzet voor het erge dat komen gaat. Dat gaat namelijk niet komen. Je bent veilig. De verontschuldigende eigenaar van het dier zelfs nog bedanken, dat je zo bang was voor honden maar nu echt toch wel je 'final test' hebt doorstaan. Echt, wie me dit vorig jaar had verteld, had ik voor gek verklaard.

En zo zie je maar weer. Niets is onmogelijk. Maar het allerbelangrijkste: mijn kinderen hebben hun moeder nog. En de mensen in mijn leven die daar mede-verantwoordelijk voor zijn. Die ben ik eeuwig dankbaar. En ik hoop voor alle kinderen als de mijne, dat hun moeders en vaders ook geholpen worden. Ook al zegt iedereen dat het zinloos is. Dat is niet zo. Er is altijd hoop. Als er maar in je wordt geloofd.