×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











De kat en de hommel

De kat en de hommel


Nou we niet meer zo veel op vakantie en eigenlijk veel thuis zitten gebeurt er niet zo veel om over te schrijven, maar soms zijn er gekke dingen.

Onze tuin is een vogeltuin, egels en kikkers zijn ook welkom, maar de achtertuin is voor poezen verboden gebied. In de voortuin zijn ze welkom.

Maar sommige katten zijn doordouwers en komen toch achter. Het is daar een dichte begroeiing dus ze kunnen zich goed verstoppen. En dat gebeurde gisteren. Ik stond nietsvermoedend de planten water te geven met de tuinslang, juist ook even bij de grote planten toen er een kat een meter de lucht in sprong en ik hem direct evenaarde. Hij rende de tuin uit en ik staarde hem na. Een natte poes.

Daarna deed ik een ander perk waar een woedende kikker van uit het groen naar de vijver rende, omdat hij ook nat gesproeid was. Duh,… een kikker!! Die zijn toch niet bang van water!

Vanmorgen zaten Henk en ik lekker in de schaduw. Dat is een kleine plek met een paar tegels die helemaal bemost zijn en dat laten we zo. Niet alleen omdat het mooi is, want dat is het niet, maar als we zeggen dat we het mooi vinden hoeven we het mos niet te verwijderen. Dus vinden we het mooi.

Nou was er een hommel die maar heen en weer liep en… aan het mos trok en rommelde.
Ik dacht, zal ik hem honing geven, misschien is hij zwak, heeft hij honger. Dus ik ging een beetje halen, want je ziet van die filmpjes waarop mensen met hommels bezig zijn en hen wat geven.

Ik legde dus een paar druppeltje op een takje en hield het hem voor. Hij keek me aan en zei: “ik eet de hele dag honing, heb je geen lekkere karbonade?”

Eerlijk, hij liet de honing voor wat het was! Ik vroeg wat hij deed.
Hij antwoordde: “ het is warm en ik ben en beetje in de war, maar ik ben geloof ik een grondhommel. Ik wil onder dat mos een hol graven, maar ik kom steeds op steen uit.”

“Ja, dat klopt, het is mos dat op stenen groeit.”

“Heb jij geen hol?”

“Nou….. :-)

“Luister, kleine hommel, hier liggen wat tegels anders zakken we met onze stoeltjes in de grond, maar verder is bijna alles aarde, dus plaats genoeg.”

“Vooruit dan maar, ik zal wat honing nemen en dan zal ik wel zien wat ik doe, in ieder geval bedankt.”

Hij likte wat honing op en vloog weg, hij zwaaide nog naar me en toen was het weer stil.

Annette