Bezoek in de tuin (UPDATE)


Ooit zat een vogeltje op onze slaapkamer. We hoorden gefladder. Ik pakte het van de vensterbank voorzichtig op, opende snel het raam, wou het vogeltje naar buiten laten vliegen en toen... pikte zij in mijn hand. (Niet hard hoor.) Sindsdien zie ik haar regelmatig op een tuinstoel van ons komen zitten. Bovenop de rugleuning. Echt waar. En dan roep ik zoonlief erbij. “Kom eens kijken schat! Daar is ze weer!” Ook als ik onder het afdak zit te eten. Net als ik een beschuit uit de bus neem. Of in de hangmat lig. Of met stiften een mandala maak. Net draaischijven, die dingen!

Dan brabbel ik wat woorden als: “Hallo! Leuk dat je weer op bezoek komt!” Maar dan is ze weer weg en vliegt vast een of andere boom in. Laatst nog, toen kwam ik terug van een vergadering.
~~~~~~

Daar had ik al als een berg tegenop gezien. Moe van een behoorlijke woordenschat die ik moest aanhoren, staarde ik naar buiten en prompt kwam ze weer.
Mijn echtgenoot kwam net terug van z’n werk. Dus ik roep hem erbij: “Daar is ze weer, kijk dan! Snel! Ze blijft nooit lang.” Eer hij eindelijk eens keek, was de vogel natuurlijk al gevlogen, dus hij zag haar niet. “Wat een fantasie heb jij! De vermoeidheid slaat toe, of niet?” “Nee écht! Geloof me nou, ze komt al maanden hier, dát is het vogeltje dat ik heb buiten gezet.” Waarschijnlijk zal hij denken dat ik het verzin of zo. Dan beken ik voorzichtig: “Natuurlijk weet ik niet honderd procent zeker of het precies dát vogeltje was, maar zo’n vogeltje was het!” “Dat zal het zijn. Je slaat de spijker op z’n kop.”

Dit deels autobiografische verhaal doet mee aan de:

Het hele verhaal past in de:

en met 2x 140 woorden elk inclusief het verplichte woord past het tevens in deze uitdaging:

UPDATE 09-04-2019
Het is me eindelijk gelukt om er een foto van te maken:

UPDATE 17-04-2019

Onlangs kwam het vogeltje weer op de tuinstoel zitten. Deze keer niet alleen. Een soortgenootje was erbij. Ze hupten leuk om elkaar heen. Ik vroeg nog: "Ben je verliefd? Kom je me je partner voorstellen?" En weg waren ze weer.