×

Yoors


exit_to_app Inloggen

camera_alt
Afbeelding toevoegen
60
School

School


Regelmatig komen er berichten voorbij over het basisonderwijs in Nederland. Over de werkdruk voor de leraren, over de onderbetaling van de leerkrachten, over de uitpuilende klassen, over de staat van de gebouwen, over de invloed van religie op scholen, over gezond lunchen, over de verantwoorde (liefst veganistisch, halal en koosjer) traktaties bij verjaardagen, over klassenfoto’s, over kinderen die extra begeleiding behoeven, over mobieltjes in de klas, over het weinige gym of zwemles op school (al dan niet jongetjes en meisjes apart), over de te weinig aanwezige mannen voor de klas. Over al deze zaken maken ouders /opvoeders zich ook zorgen, die dan weer verhaal komen halen op de school van hun kroost.

Bovenstaande zaken vind ik ook de aandacht waard, en denk dan terug aan mijn schooltijd. Ik stam nog uit de tijd van de kleuterschool en de lagere school. Uit de tijd dat je tot je vierde meestal gewoon thuis bij mama bleef, en dan in het jaar dat je vier werd naar de kleuterschool mocht en bij zes jaar naar de basisschool, meestal na de grote vakantie. Zo kon het zijn dat je een vroege leerling was, of een late. Was je na de grote vakantie jarig, dan was je een vroege leerling, was je voor de grote vakantie jarig, dan was je een late leerling. Zo kon het gebeuren dat je op je twaalfde al naar de middelbare school kon, waar de meeste kinderen al 13 waren.

De lagere school waar ik op zat had 6 klassen. Klas 1, 2 en 3 hadden juffen, klas 4, 5 en 6 hadden meesters. De meester van klas 6 was ook het schoolhoofd. Was er een meester of juf ziek, of afwezig om een of andere reden, dan was daar altijd de echtgenote van het schoolhoofd. Zij viel dan in. En als het echt niet anders kon, ging de deur tussen twee klassen open, en werd de tafel van de juf of meester strategisch bij die deur neergezet. Als de ene klas wat extra aandacht nodig had, mocht de andere klas tekenen, of iets anders doen waar minder begeleiding bij nodig was. Of de klassen deden dingen samen.  En natuurlijk was het wel eens een rommeltje, en moest de juf of meester ook ogen in het achterhoofd hebben.

Zo kan ik nog heel veel vertellen over mijn lagere schooltijd, overwegend positief.

Ik heb leren rekenen, ik heb leren schrijven, ik heb geleerd over de geschiedenis van Nederland en andere landen, de landen en de plaatsen waar die geschiedenis zich afspeelde kan ik op een landkaart aanwijzen. Ik heb geleerd stil te zijn als het moet, en aandacht te vragen en krijgen als dat kon. Ik heb discipline geleerd en ik heb geleerd om te gaan met vrijheid en los gelaten worden.

Alles om de periode van ‘de grote school’ te beginnen, met basisvaardigheden, zodat het leren op de middelbare school goed zou uitpakken, en er voldoende ruimte was om als puber de wereld te ontdekken.

Als ik de berichten in de media lees over de problemen op basisscholen of over leerlingen die bepaalde niveaus niet bereiken, dan vraag ik mij af waar dat aan ligt. Het zal wel een complex probleem zijn, waar vele geleerden zich het hoofd over breken. Ik zelf ben niet werkzaam in het onderwijs, dus heb misschien geen recht van spreken, maar ik denk er (wellicht iets te simpel) het mijne van:

Te weinig rekenvaardigheden? Ik leerde staartdelingen maken, vermenigvuldigen door de getallen onder elkaar te schrijven, een streep er onder te plaatsen en daarna op te tellen, af te trekken of te vermenigvuldigen. Wij stampten klassikaal, meerdere malen per week de tafels op. Ondertussen werd bij 4x4, 5x5,6x6, enzovoort, het principe van machtsverheffingen of worteltrekken behandeld. Meneer Van Dalen Wacht Op Antwoord! Te weinig taalvaardigheid? Voorlezen in de klas, (leerde je meteen spreken in het openbaar en iets over presentatie), dictees, zinsontleding en ondertussen de aanwijzende voornaamwoorden, de lidwoorden, de werkwoorden weten aan te wijzen. En weer klassikaal rijtjes stampen. (De rijtjes zitten er nog in: deze-die-dit-dat-gene-gindse-zulke-zo’n.) Die meisje of dat jongen klinkt voor mij als een ernstige vloek. Me vader of me auto, het wordt zo vaak geschreven, maar het staat zo slordig. Wat is er mis met ‘mijn vader’ of ‘m’n auto’? Van die ene letter meer toetsen of schrijven  wordt je echt niet moe. En schrijven? In een lijntjesschrift, op de lijnen, de lus (of het pootje) van bijvoorbeeld de ‘b’ of de ‘p’ mochten de lijn erboven of eronder bijna raken. Oefenen, oefenen, oefenen. Ook thuis aan de keukentafel. Ja, mijn handschrift is zeer goed leesbaar, en heeft door de jaren heen een eigen karakter gekregen. Dit betoog kan u prehistorisch klinken, maar slecht was het niet, ik ondervind er nog elke dag het nut van.

(Het zou goed zijn om als werkgever tijdens de sollicitatieprocedure ook te kijken naar het handschrift van de kandidaat. Hoe vaak wordt op de werkvloer een mededeling als memo op een PostIt neergekrabbeld, en door onleesbaarheid verkeerd geïnterpreteerd. Waardoor verwarring, tijdsverlies en fouten? Maar dit even terzijde.)

Hoe belangrijk is een leerkracht op de basisschool? Ik ben van mening dat de leerkracht heel belangrijk is. Daar begint het!  Maar ergens is het mis gegaan. In het licht van vernieuwing moest er anders les worden gegeven. Staartdelingen waren passé, klassikaal tafels of woordenlijstjes opdreunen waren niet meer van deze tijd, het leek wel drillen, met de leerkracht als drilsergeant. De ‘ouderwetse’ manier van lesgeven moest verdwijnen. Enkele van de resultaten werden pijnlijk zichtbaar; studenten in het hoger onderwijs moeten soms rekenvaardigheid- en taalvaardigheidstoetsen afleggen, alvorens met de opleiding te beginnen. En veel studenten bleken bijgeschoold te moeten worden. Dat hadden ze op de lagere school niet geleerd… Ook de studenten die naar de lerarenopleiding voor basisonderwijs gaan. En hoe kan een leraar, die zelf niet afdoende basisonderwijs heeft genoten, straks kinderen leren hoe het werkt?

Met allemaal excuses wordt deugdelijk onderwijs ondermijnd. Het verval van de Nederlandse taal, want ja, taal veranderd nu eenmaal. Het rekenen, want we hebben toch computers en rekenmachines. En nog veel meer basisvaardigheden zijn minder belangrijk geworden. Maar zo van belang op de basisschool.

Laten we teruggaan naar een goede basis, te starten met de lerarenopleidingen, die mijns inziens ook eerst wel eens iets mogen gaan doen aan hun imago. Met goede stageplaatsen. Scholen met aandacht voor kennis en kunde, en ruimte om het werk goed te doen. Waar de basis wordt gelegd voor alle jaren na het bereiken van de 12e of 13e verjaardag. Waar schoolbesturen zich niet blindstaren op prestatiemodellen, het aantal leerlingen met hoge scores, op de notering in de top tien van de best presterende school in de stad, provincie of het land. Basisschoolleerlingen die later mogen doorleren zonder eerst vaardigheidstoetsen te moeten afleggen. Zodat vervolgonderwijs zal zeggen:  “Dit basisonderwijs zorgt ervoor dat de kinderen bij ons mee kunnen komen, wij hoeven niet eerst aan bijscholing te doen”. Waar de leraren basisonderwijs een goed basissalaris verdienen, al was het alleen maar omdat zij het mogelijk moeten maken voor leraren in het middelbaar- en hoger onderwijs het werk goed te kunnen doen.

Waarschijnlijk strijk ik met dit stukje tegen de haren in van schoolbesturen, onderwijsvernieuwers, de ambtenaren op het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap, lerarenopleiders en vele anderen. Maar om het onderwijs te vernieuwen, goed te laten werken en mee te laten bewegen met  de veranderende eisen van deze maatschappij, dan is het aanpassen van onderdelen niet wenselijk, dan dien je te beginnen met de basis! Al moet je oude, stoffige, maar bewezen methodiek maar weer uit de lade halen…

 




_PetitCorbeau_
Heel goede blog!
01-08-2017 11:36
01-08-2017 11:36 • Reageer
2 antwoorden