En dan is hij dood, wat moet ik doen?


Een veel te vroeg telefoontje.

De dag van het overlijden van mijn man was heel onwerkelijk. Hij zou die dag van de IC naar een gewone afdeling gaan voor mensen met NAH. Ik stond op het punt om onze zoon naar Dikkie Dik te brengen. Ik had mijn jas al aan en toen ging mijn telefoon, mijn mobile telefoon! Zo vroeg dat is fout, heel erg fout! Ik open mijn mapje en zie dat het een privé nummer is. Ik pak op en ik herken de stem van de IC arts en die klonk niet goed. Ik vraag het maar meteen. Is mijn man (ik noemde de naam van mijn man) overleden? De arts zei ja.

Mijn paniek

Wat er toen gebeurde is dat ik in een soort van paniek schoot. Bij mij betekend dat dat ik ga handelen. Ik zei dat ik eerst voor onze zoon moest zorgen en dat ik dit nog moest doen en dat en… Hij stelde mij gerust en zei dat mijn man daar bleef liggen (hij lag voor zijn rust of de isoleerkamer) en wanneer ik de dingen zo ver klaar had dat ik dan kon komen. Het was niet erg dat dit even duurde.

Papa is dood.

Toen ik de telefoon neerlegde moest ik onze zoon vertellen dat papa dood was en dat hij nooit meer thuis zou komen. Hoe doe je dat in vredesnaam??? Hoe vertel je een kind dat zijn papa nooit meer thuis komt. Dat hij nooit meer met papa kan spelen en dat hij je nooit meer op bed kan leggen. Ik deed wat ik normaal ook deed. Ik zakte door mijn knieën en sprak hem aan bij zijn naam. Ik zei papa is dood en hij komt nooit meer thuis. Of hij het op dat moment echt begreep weet ik niet. Ik knuffelde hem en hield hem vast, de tranen liepen mij over mijn wangen. Te beseffen dat hij het nu zonder vader moet doet, zonder zijn grote voorbeeld. En ik zonder mijn man, mijn maatje. Het verdriet was voor mij zo groot. Het ongeloof ook.

Bellen, regelen en bellen.

Ik moest ook zorgen voor alle hulp die ik nodig had. Ik belde iedereen die ik NU nodig had.

  • Iemand die mee moest om onze zoon te brengen en straks te halen. Ik wist dat het bijna onmogelijk zou zijn om hem uit Dikkie Dik op te halen.
  • Mijn ouders moesten het weten want ik had ze nodig. Dus ik belde ze en zij belde mijn broer. Ze wonen en werken niet bij mij in de buurt.
  • Mijn schoonzusters. Een van hun werkt in de uitvaartsector en zij had mij op het hart gedrukt te bellen wanneer het verkeerd zou gaan. Toen ik belde was zij op weg naar haar werk en zou na ze daar verteld had wat er hier aan de hand was gelijk door komen.
  • Een andere schoonzuster was ook (op mijn verzoek) door het ziekenhuis gebeld. Iets later bede ik haar zelf.
    Diezelfde dag zou ik ook mijn derde schoonzuster bellen.
  • Een goede vriend die elke avond trouw naar de IC was geweest. Hij zou zodra zijn jongste op school was komen.
  • Dikkie Dik, want ik zou veel te laat komen en zij moesten weten hoe de situatie er nu voor stond. Ook moesten zij diegene zien die Andreas zou ophalen aan het eind van de dag.

Zoonlief naar Dikkie Dik

Het was even wachten op die gene die samen met mij naar Dikkie Dik zou gaan. Zo zij er was gingen we op weg. Toen we met z’n tweetjes zoonlief op Dikkie Dik gebracht hadden werd het tijd om naar huis te gaan. Ik moest zorgen voor schone kleding voor mijn man. Wanneer je zo ziek op de IC komt krijg je OK kleding aan. Zo kunnen de artsen gelijk ingrijpen wanneer dat nodig mocht zijn. Dit was dus ook één keer gebeurd. Omdat ik die kleding die ik mee zou geven voor mijn man nooit meer zal zien heb ik gekozen voor kleding die ik niet zo hard zou missen maar wel kleding die mijn man vaak droeg. Een nieuwe broek die ik gekocht had voor hem, een vest wat veels te oud en versleten was maar waar hij zowat in woonde, een overhemd, een T-shirt. Allemaal wat hem echt maakte wie hij was. Ik had alleen zijn mutsje niet meegegeven, geloof ik. Die had hij ook altijd op. Soms trok ik die van zijn hoofd als hij binnen was.

Voor de deuren van de IC

We konden al ruim voor bezoektijd op de IC. Ik kwam daar met mijn schoonzus, een vriend en dus een vriendin. Ik belde aan en we konden zonder twijfel gewoon doorlopen. Ik ben al die dagen nog nooit met zo veel mensen de IC opgelopen. Dat mocht ook niet. Normaal waste ik bij binnenkomst grondig mijn handen volgens voorschrift. Vandaag niet. We liepen de kamer binnen en daar ligt hij dan. Dood, met open mond maar gelukkig wel schoon. Het was heel onwerkelijk. Ik pakte alle spullen die er nog waren en zette de tas met zijn kleding klaar. Ik vraag mij nog steeds af hoe hij zijn laatste reis genomen heeft en hoop maar dat het rustig was. Dat hij niet in paniek raakte. Maar ik vermoed dat ze op de IC daar de medicatie ook voor dicht in de buurt hadden. Er was mij verteld dat wanneer hij weer een longbloeding zou krijgen er palliatieve sedatie toegepast zou worden.

De familiekamer

Hierna gingen we allemaal naar de familiekamer. De kamer die ik al zo vaak gezien had die week. Waar ik vele gesprekken van slecht nieuws gehad heb en waar ik één dag vele uren gewacht heb tot ik mijn man weer kon zien. De kamer waar ik ook had mogen slapen als ik had willen blijven maar dat was niet mogelijk want onze zoon had alle stabiliteit en rust nodig die ik hem op dat moment kon geven. Dat betekende dat ik thuis nodig was op de uren dat onze zoon thuis was. Het was die dagen zo verscheurend om te moeten kiezen tussen de een en de ander. Het was eigenlijk geen keuze. Beide hadden mij nodig. Mijn zoon kon niet zonder mij en mijn man wilde dat ik voor onze zoon zorgde. Hij was alleen zo ziek. Ik had zo graag bij hem gebleven. Ook dat laatste uur. Ook hem in dat uur rustige willen loslaten.

Het laatste gesprek

Hier, in die familiekamer, werd besproken wat er gebeurd was de afgelopen 5 dagen en wat er die ochtend was gebeurd. De arts vroeg mij of ik had begrepen wat er allemaal gebeurd was (of zoiets in die strekking). De vraag over obductie wordt ook gesteld en ook over orgaandonatie. Nu was ik al te laat voor de meeste organen maar ook stelde ze de vraag of zijn hoornvlies gebruikt mocht worden voor donatie. Met alles wat zijn lichaam te verduren gehad heeft de afgelopen dagen (en zijn zeer slechte ogen) heb ik nee gezegd. Ook heb ik nee gezegd tegen obductie. Ik wist wat er gebeurd was en ik wist welke medicatie waar voor nodig was en waar tegen nodig was. Mijn simpele conclusie was dat de mediatie die hij nodig had voor het een tegen hem werkte en de medicatie die hij voor het ander nodig had ook tegen hem werkte. Ik wilde hem rust gunnen. Er kan toch niets veranderd worden aan de dood door de bevestiging te krijgen waaraan hij is overleden. Gelukkig had ik de folders al gepakt en gelezen dus ik was op deze vragen voorbereid.

Lees hier deel 1 van deze serie
Lees hier deel 2 van deze serie
Lees hier deel 3 van deze serie
lees hier deel 5 van deze serie
Leer hier deel 6 van deze serie

Op krachtige moeders staat veel meer van mijn hand. Ook over deze periode. Op facebook vind je de links naar al mijn blogs. Ook de gastblogs die ik mag schrijven.