'Is oma in de hemel?'


Hij is bijna zes. Zijn oma is nog niet zo lang geleden overleden. Het is eigenlijk zijn overgrootmoeder, maar hij noemt haar oma. Het houdt hem erg bezig. Zijn moeder heeft me gevraagd of ik eens langs kan komen, want hij heeft veel vragen. Vragen over de dood. Vragen over oma. Kinderen zie ik bij voorkeur in hun eigen omgeving, dus ik stem in met een huisbezoek.

De hond is enthousiast als ik binnenkom. Wat heet, hij is niet te houden! Springt om me heen, vraagt aandacht en rust niet voordat hij op mijn schoot zit. Triomfantelijk kijkt hij het vrouwtje aan, met zijn tong uit zijn bek. 'Dat doet hij anders nooit hoor!' zegt ze verontschuldigend. Het geeft niet, ik ben gek met honden, en ik heb gemerkt dat als ik bewust mijn energie verhoog, de honden op me af komen als vliegen op een strooppot.

De jongen is een ander verhaal. Verlegen komt hij op me af en legt een tekening op mijn schoot. In blauwe letters staat bovenaan 'h - e - m - e - l', onderaan in groen 'g - r - a - s', hij heeft een bruine trap getekend met op de treden t - r - a - p. Een poppetje in oranje met daarbij o - m - a staat bij de trap, en er is ook een gele z - o - n. Het is duidelijk wat hij bedoelt.

'Wat een mooie tekening heb jij gemaakt!'
Hij kijkt me aan.
'Is mijn oma in de hemel?'
Zo, hij laat er geen gras over groeien.
'Ja vent, je oma is in de hemel. Maar weet je, de hemel is ook gewoon om ons heen. In de lucht.'
Ik gebruik mijn vergelijking met een ballon, die ik wel vaker gebruik met kinderen. 'Weet je wat er gebeurt met de lucht in een ballon, als de ballon stuk is? Die lucht is gewoon nog om ons heen. Je ziet die lucht alleen niet meer omdat de ballon stuk is. En datzelfde is gebeurd met oma. Haar ballon is stuk, maar haar geest is nog bij jou.'

Hij denkt even na.

'Kun jij haar zien?'
Ik antwoord dat ik haar niet met mijn ogen zie, maar met mijn gevoel, in mijn hoofd. Net zoals wanneer je droomt, of dagdroomt dat je op vakantie bent of zo.
Ik vraag hem of hij oma wel eens ziet of voelt, want dat had zijn moeder me ook verteld. Hij blijkt oma om zich heen te voelen, en ook wel eens te zien. Met zijn fysieke ogen. Niet heel duidelijk, als schim, maar hij weet wel dat zij het is. Nee, hij is niet bang, als ik daarnaar vraag. Alleen nieuwsgierig of het kán dat hij dat ziet.

'Natuurlijk vent! Jazeker kan dat. Jij ziet het toch? En dan is het waar! Zeg maar gewoon 'hallo oma, ik mis je!' als je haar weer ziet.'
Hij ontspant.
'Is oma vaak bij mij?'
Ik voel in, en meteen voel ik een dame die heel liefdevol en zorgzaam over haar kleinzoon waakt.
'Ja, eigenlijk bijna altijd, vent! En als je aan je denkt, dan is ze er meteen. Ze weet het altijd als je aan haar denkt.' Ik vertel hem dat ze hem ook mist, en beschrijf wat dingen die ze samen altijd deden, en details van hoe ze woonde.

'Hoe is het in de hemel?'
Ik vertel hem dat het daar heel mooi is, met prachtige kleuren en mooie muziek, en dat iedereen die oma gekend heeft en ook naar de hemel gegaan is, nu weer bij haar is om een feestje te vieren.
'Ook Snuffie?'
Ik kijk moeder even aan. Snuffie blijkt het konijn te zijn dat onlangs is gaan hemelen.
'Ja vent, ook met Snuffie.'

Hij vraagt nog even door, totdat al zijn vragen over de dood en over oma beantwoord zijn. Ik vraag hem of hij blij is met mijn antwoorden, en opgewekt knikt hij van ja. Na afloop leg ik zijn ouders uit dat kinderen heel vaak contact hebben met de Spirituele Wereld, en dat dat kan verdwijnen naarmate ze ouder worden. Maar dat hóeft niet zo te zijn. Dat het kan zijn dat hij helder blijft zien en voelen.

Feit is dat het vaak als onzin wordt afgeschilderd als kinderen zeggen een overleden grootouder, zusje, broertje of vriendje zeggen te zien. Bijzonder jammer! Laat kinderen in hun puurheid vertellen over wat ze zien en voelen, ze spreken de waarheid. De Spirituele Wereld, de wereld waar we heen gaan als we ons fysieke 'jasje' afleggen, is écht maar een gedachte van ons vandaan...