×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Gesnapt (deel 5)

Gesnapt (deel 5)


Samen met drie andere schrijfsters van facebook schrijvelarij, is dit korte 12-delige verhaal tot stand gekomen. Omdat de andere drie niet bij yoors aangesloten zijn en ik mijn volgers niet wil aandoen om alleen mijn deeltjes te kunnen lezen, heb ik toestemming gevraagd om alle delen hier ook neer te zetten.

Dit vijfde deel is geschreven door Trudy Brinkman.

Geniet van het ervan, vanaf morgen is het de bedoeling dat er elke dag 1 deel geplaatst word


 

Met een ruk aan zijn stuur, dwingt Peter de zware auto een afslag in. Net op tijd want anders hadden ze de boom geramd die precies in de splitsing staat.
Corine probeert rechtop te blijven zitten maar door haar verlamde benen gaat dat erg moeilijk en moet ze zich met al haar krachten vasthouden. 
Als ze net haar evenwicht terug heeft gevonden, zwaait Peter een andere weg in en valt ze met een harde klap tegen de deur aan en stoot haar hoofd. Zijn snelheid heeft hij flink opgevoerd en als er nu een mama-eend de weg over wil steken dan komt zij of haar kroost niet veilig aan de overkant. Corine knijpt haar ogen stijf dicht als ze een oud vrouwtje op de stoep ziet lopen. In gedachten ziet ze deze al oversteken en over de motorkap zeilen, met rollator en al.
Ze hoort echter geen bons en voelt de auto ook niet schokken. Het zal wel goed gegaan zijn.
Voorzichtig opent ze haar ogen en ziet tot haar schrik dat haar broek nat is. Raar want ze hebben niets te drinken mee genomen. 
Als ze wat beter kijkt dan lijkt de plek zich vanuit haar kruis uit te breiden. Het liijkt verdorie wel of ze in haar broek geplast heeft! Dat kan toch niet? Ze heeft niets gemerkt.
Peter ziet haar ontzetting en lacht zachtjes.
"Hmm, die verdoving werkt prima zie ik."
"Je bedoelt dat je niet alleen mijn been verdooft hebt maar dat ik nu gewoon in mijn broek zit te plassen zonder dat ik het merk? Wat is dat voor vreemd spul wat je me gegeven hebt. En waar is dat ziekenhuis waar je me naar toe zou brengen?" Van angst wordt haar keel wat dichtgeknepen en Corine hoort hoe pieperig en hoog haar stem klinkt.
Peter reageert niet. Zijn gezicht staat hard en op zijn slaap klopt een adertje.
"Hou je bek. Zie je niet dat ik aan het autorijden ben? Ik moet me concentreren. Waar is die afslag nou ook al weer..."
Corine begint ardig bang te worden. Wie is deze man? Het ene moment is het de helpende ridder waat ze zo voor zou kunnen vallen en het volgende moment wordt ze alleen maar bang van hem. Haar hersens vertellen haar dat ze moet zorgen dat ze hier weg komt. 
Haar hand beeegt zich naar de deurhendel en tegelijkertijd hoort ze een klik alsof het slot er op springt. Tevergeefs rukt ze aan de klink. De deur gaat niet open.
"Haal je niks in je hoofd. Ik ga niet stoppen om je uit te laten stappen. Staan kan je toch niet dus bespaar je de moeite." Zijn lach klinkt hard en kil. Corine voelt een koude huivering langs haar ruggegraat en het zweet breekt haar uit. Ze blijft zo stil mogelijk zitten terwijl haar hersens op volle toeren werken.
Weer slaat Peter op hoge snelheid een andere straat in en ineens rijden ze buiten de bebouwde kom. Weilanden maken al snel plaats voor een bos waar Peter wederom een zijweg inslaat. Deze weg is meer een bospad dan een weg. De auto hotst en botst door de kuilen maar vaart minderen doet hij niet. Niet merkbaar tenminste.
Corine voelt zich steeds verder versuffen en tegen de tijd dat ze een gebouw voor zich op ziet doemen, kan ze haar ogen bijna niet meer open houden.

Naast het hek waar ze door moeten, staat een man in uniform onder een bordje met privékliniek. De naam kan ze niet lezen omdat het hoofd van de bewaker er voor zit. 
Corine probeert te schreeuwen naar hem maar haar keel lijkt wel dicht te zitten. Geen geluid komt over haar lippen. 
De man kijkt even kort in de auto, herkent de bestuurder en opent het hek. Ze kunnen doorrijden.
Het grind knerpt onder de banden. Voor de ingang van het gebouw ligt een ronde vijver met een fontein in het midden.Peter rijdt rond de vijver en stopt voor een bordes met grote dubbele deuren. Bovenaan de trap staat een vrouw in een verpleegstersuniform te wachten naast een rolstoel.
Peter stapt uit, loopt om de auto heen en nadat hij de deur geopend heeft tilt hij Corine voorzichtig uit de auto.
"We zijn er meisje."
Corine kan niet anders dan zich slap tegen zijn schouder laten vallen terwijl hij haar de trap op draagt en haar behoedzaam in de rolstoel laat zakken. De stem van Peter klinkt heel ver weg als ze hem hoort zeggen dat er foto's gemaakt moeten worden. Haar hoofd lijkt gevuld te zijn met watten.


©Trudy Brinkman