Het ware gezicht


Mijn niet aflatende nieuwsgierigheid breekt me soms op. Niet vaak hoor, want ik ben behept met een toegestane gezonde dosis. Verpakt in het mooie woord interesse, vaak niet eens geveinsde, kom ik er makkelijk mee weg en valt het niemand op. Nou ja, niemand, ikzelf weet hoe ik dingen bedoel en meen, en ik ben wel degelijk ook iemand, dus.... Ja, soms struikel ik over mijn eigen zogenaamde goede bedoelingen, en wat ik dan in de spiegel zie is op zijn zachts gezegd, niet echt fraai.

Vanmorgen ging mijn  vriendin op vakantie en overhandigde mij de sleutel van haar woning.

'Dana, ik vertrouw  erop dat jij de post dagelijks uit de brievenbus vist en mijn planten van het nodige voorziet. Voor je gemak heb ik ze allemaal bij elkaar gezet en de rondslingerende rotzooi achter de houten panelen gestopt zodat je gaan kans hebt om over iets te struikelen.'

Ik nam de sleutel in ontvangst en kon haast niet wachten tot ze wegging en ik achter de schotten kon duiken. Op mijn strooptocht naar verborgen schatten waarvan ik zeker wist dat ze in het huis van mijn vriendin verscholen lagen, raakte ik verstrikt in mijn eigen belangstellendheid. Ik had mezelf weten te overtuigen dat zuiver interesse en behulpzaamheid ten grondslag lagen aan mijn snuffelactiviteiten, ik zou niet alleen orde brengen in de troep, het zou mij ook inzicht geven in het leven van mijn vriendin zodat ik er nog beter voor haar kon zijn. Ja ja, het ging me helemaal niet omdat ik jaloers was op haar integriteit en beslist moest weten of er niet wat te vinden zou zijn wat een smet zou werpen op haar onkreukbare blazoen.

De rommel viel beslist niet mee. Ze had duidelijk haar best gedaan om de zoektocht voor mij zo ingewikkeld mogelijk te maken. Maar omdat ik me nooit uit het veld laat slaan door chaos, ploeterde ik net zo lang door tot alles netjes gerangschikt stond. Wanneer ik me eenmaal ergens mee bemoei lever ik grondig werk af. Achter het gele paneel de kleren en het schoeisel, achter het rode paneel allerlei frutsels en knutselwerkjes en papieren, mappen en overige kantoorbenodigdheden stopte ik na ze geheel doorplozen te hebben, achter het groene schot. Tot mijn verrassing bleef er slechts één kistje over.  Daar moest iets waardevols inzitten. Ik voelde het. Het was best zwaar en leek op een juwelenkistje. Ik ging zitten en lichtte het deksel op.

Maar in plaats van verwachte ringen, broches en kettingen, was het kistje gevuld met make-up en aan de binnenkant van het deksel zat een beslagen spiegeltje. Ik blies de waas eraf en bekeek mijn reflectie.

Was ik dat? Een klein bekrompen 'monster'  met grijpgrage enge dunne lange vingers,  keek me aan. Ik draaide mijn hoofd, naar links en naar rechts. De kop draaide mee.  Ik keek omhoog, het monster ook. Ik haalde diep adem, de slijmerige borstkas van het vreemde wezen zwol op.

Het was best schrikken toen ik mijn ware evenbeeld aanschouwde, ik besloot om mezelf wat te verfraaien met de grimespulletjes uit het kistje. Maar de rouge kleurde groen, de mascara deed mijn wimpers verbleken tot ze bijna opgelost waren en bij het stiften van mijn lippen smeerde ik er enkel witte blaasjes op. Hoe meer ik mijn best deed om mijn uiterlijk mooier te maken, hoe meer mijn 'ware' aard naar boven kwam. Ik was een klein bekrompen slinks monstertje.

Op het moment van realisatie pakte ik mezelf rigoureus aan. Met reinigingslotion smeerde ik de grime van mijn snufferd, deed het kistje dicht en bracht alles weer in originele staat terug. Wat voelde dat goed om de chaos weer rustig chaotisch te laten zijn. Ik haalde de post uit de brievenbus, zonder ze tegen het licht te houden om de inhoud te checken, gaf de plantjes water en besloot nooit meer mijn nieuwsgierigheid en bemoeizucht de overhand te laten krijgen. Eenmaal thuisgekomen liep ik langs de gangspiegel, bleef even staan en gaf mezelf een opgestoken duim. Mijn frisse onopgemaakte weerspiegeling lachte me vriendelijk toe. Ik had de eerste stap naar een integer bestaan succesvol gezet.