×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










'Kijk papa, ik zie het hoofdje al!'

'Kijk papa, ik zie het hoofdje al!'


Het is zover. Na, voor mijn eigen gevoel al bijna een week weeën gehad te hebben, weet ik dat de tijd aangebroken is. Natuurlijk midden in de nacht. Een lekkere timing. De verloskundige stroopt haar mouwen op. 'Mooi zo, volledige ontsluiting!' Het echte werk begint.

Ik brul de halve wereld bij elkaar.

'Ssst,' zegt mijn man. Hij wil niet dat ons driejarig zoontje door mijn oerkreten wakker wordt. Maar het onrecht is al geschied, een in de ogen wrijvend jongetje komt poolshoogte nemen. Wanneer mijn man hem met zachte hand wil dwingen weg te gaan, houdt de verloskundige dit tegen.

'Laat hem maar even bij zijn moeder kijken, hij is nu toch wakker en zal hoogstwaarschijnlijk zich van alles in zijn koppetje halen.'

Ik forceer een glimlach en klop op het bed naast me.

'Kom maar, Cas, geef mij maar een zet-hem-op-knuffel.'

Het knulletje kruipt snel op het matras, geeft me voorzichtig een kusje op mijn wang en gaat dan verrassend naast me liggen fanatiek meepuffend. Het is net de ontspanning die ik nodig heb. Na nog een paar fikse persweeën, neemt Cas een kijkje tussen mijn dijen, hij wil ook wel eens weten wat daar allemaal te zien is.

'O, kijk nou eens papa,' roept hij enthousiast. 'Ik zie het hoofdje al!' Hij geeft me met deze woorden het laatste zetje en met de volgende wee, komt het nieuwe wondertje er volledig uit.

Ik laat mijn tranen de vrije loop. Het is gelukt. De door mij zo gewenste thuisbevalling eindigt ditmaal niet in het ziekenhuis.

Cas gaapt, zijn klus zit erop en wanneer papa belooft dat hij morgen zijn nieuwe zusje voor het eerst een kusje mag geven, laat hij zich weer instoppen.

Mijn klus zit er nog niet op. De nageboorte moet er nog uit. Terwijl de kraamzuster zich over het kleine meisje ontfermt, drukt de verloskundige op mijn onderbuik.

'Bel een ambulance... ze verliest teveel bloed... veel te veel... ze redt het niet... ze wordt steeds zwakker... waar blijft die ambulance.'

Drukte om me heen. Holle klanken. Wazige beelden. Ik glijd af in een donker gat. In de verte neem ik een sirene waar. Mijn baby, mijn baby, gaat er door mijn hoofd. Cas, Cas. Zwart. Vaag vang ik gehuil op. Het is te zacht. Weg is het. Ik hoor iemand schreeuwen, besef dat ik het zelf ben. Ik voel me zo moe, zo slap, zo zompig. Ik zak weg. Ik vecht ertegen. Ik weet ik moet bij kennis blijven. Maar het is zo moeilijk. Ik wil niet meer. Het heeft al teveel krachten gevergd. Ik moet, ik moet. Voor Cas. En voor mijn baby. Ze mag niet doodgaan. Ze mag niet wegglijden van ons. Ik mag niet. Ik moet blijven. Wakker blijven. Blijven vechten.

'Mevrouw! Mevrouw!'

Er wordt aan me gesleurd, getrokken. Er is geen tijd te verliezen. Liters bloed heb ik al verloren. De banden worden vastgesjord. Op de brancard word ik de trap afgedragen, in de ambulance geschoven, de deuren klappen dicht. De sirene gaat weer aan.

'Mijn baby?' ik pers de woorden uit mijn mond. Dat lukt. Dat wel.

'Geen zorgen. Alles is goed met haar. Ze is hier. Ze gaat mee naar het ziekenhuis.'

'Cas?'

'U moet zich niet druk maken. Voor uw zoontje wordt ook gezorgd.'

De rit duurt een eeuwigheid. Een lange periode van wegvallen, bijkomen, zwart en helwit, dat constant afgewisseld.

In het ziekenhuis mag ik nog een laatste keer persen en komt alsnog de placenta spontaan uit mij, ze hadden de operatiekamer al in orde gemaakt, het hoeft niet meer.


Drie maanden later zit ik voor nacontrole bij de gynaecoloog.

'Hoe gaat het?' Vraagt de man terwijl hij in de papieren kijkt.

'Met mijn dochter goed, maar ik verlies nog steeds veel bloed, daar maak ik me zorgen over .'

'Mevrouwtje,' hij kijkt me steng aan over zijn brillenglazen. 'De ene vrouw verliest nou eenmaal wat meer bloed dan de andere. U heeft heel erg geluk gehad dat u zo snel hier binnengebracht werd. Nu moet u flink zijn. Niet zeuren, niet klagen, maar dragen. Het hoort erbij. Het zal vanzelf wel stoppen.'

En daar was het voor hem mee afgedaan.

En ik? Ik was zo dom en naïef om naar hem te luisteren in plaats van naar de signalen van mijn eigen lichaam.

Naar aanleiding van dag 20 van de septemberschrijfchallenge van The Little Black Typewriter geschreven





expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties