×

Yoors


Inloggen
×

Yoors














#

0 volgers
notifications_noneadd
Rupsje Ria's grandioze groei

Rupsje Ria's grandioze groei


Paula de dagpauwoog, moet een plaatsje vinden voor haar eitjes. Het liefst ergens tussen de brandnetels, dat vinden de rupsjes die uit haar eitjes komen het lekkers. Daar zullen ze van smullen, en groeien en groeien, tot hun lijfje te groot is de harige huid en ze uit hun velletjes knappen. Dit noemen ze vervellen, dat doen rupsen ongeveer vijf keer.

Paula wil een heerlijke netel opzoeken maar komt onderweg een griezelig grote spin tegen. Ze fladdert weg, weg van de spin die het op haar gemunt heeft. Spinnen kunnen niet vliegen, vlinders wel. Ze kan alleen nog maar denken aan de vlucht. Weg hier. De brandnetels is ze helemaal vergeten. Hoog in een boom landt ze op een tak. Ze is moe, heel moe, van de spannende vlucht en denkt niet goed na. Paula legt haar eitjes in het hoogste topje van de boom, onder een eikenblad en fladdert weer weg. Haar belangrijkste taak zit erop. Haar kroost moet het zonder haar redden.

De rupsjes worden geboren. Ze knabbelen gelijk aan het blad van de eik, maar dat is als vergif voor ze, de rupsjes krijgen allemaal buikpijn, krampjes in hun tere rupsendarmpjes. Ze groeien niet goed, vervellen daarom niet, worden ziek, heel ziek. Behalve één rups. Rupsje Ria ruikt aan de bladeren, weigert ervan te eten en wil over de stam naar beneden kruipen. Rupsje Ria volgt haar instinct. Dat is iets wat in ieder dier hoort te zitten, omdat ze uit niets anders kunnen halen wat ze moeten doen om te kunnen overleven. Dieren kunnen altijd vertrouwen op hun instinct. Daar op de grond is vast beter voedsel te vinden. Maar de boom is hoog, te hoog, veel te hoog. Het draait het arme rupsje voor de ogen, ze verliest contact met de stam en valt van tak tot tak naar beneden in duizelingwekkende vaart naar beneden. Een zacht bed van brandnetels breekt haar val.

Ria eet en eet. Ze heeft al een paar keer een nieuw velletje, maar weet dat binnenkort haar rupsenleventje afgelopen is. Ze is een beetje bang, eigenlijk heeft ze wel veel zin om een nieuw avontuur aan te gaan. Ria voelt zich al een tijdje niet meer lekker in haar vel zitten. Maar hoe of Ria er ook naar verlangt om tot een vlinder te ontpoppen, toch is ze bang. Bang voor het onbekende, maar vooral bang voor de vleugels die ze zal krijgen. De val uit de boom ligt nog vers in het geheugen van de rups. Ze heeft daar hoogtevrees aan overgehouden. En vleugels krijg je niet voor niets. Met vleugels hoor je te vliegen, hoog hoger en nog hoger in de lucht. Wanneer Ria daar aan denkt zou ze het liefst een rupsje blijven.

Ria blijft zo lang mogelijk in de veilige cocon zitten, tot ze naar adem snakt. Ze moet naar buiten. Het is het lot van een rups. De natuur moet zijn gang gaan. Met kloppend hart kruipt Ria uit haar schulp. Nerveus kijkt ze om zich heen. De wereld lijkt niet erg veranderd, ziet er nog steeds bijna hetzelfde uit, maar zijzelf wel. Ze ziet hoe ongelofelijk mooi ze geworden is. Haar vleugels zijn nog wat vochtig. Ze klapt ze open om ze de kans te geven te drogen.

Maar dan beginnen haar ogen te tranen. Ria huilt. Dikke druppels vallen uit de vlinderogen. Een nieuwsgierig musje komt haar troosten.

'Wat is er met je aan de hand?'

'Ik was een rups, nu ben ik een vlinder,' snikt Ria.

'Maar dat is toch alleen maar goed? Je bent prachtig, zulke mooie kleuren,' kwettert het musje.

'Maar, maar, vlinders hebben vleugels,' snottert arme Ria.

'Nou en, dat is toch geen probleem? Ik heb ook vleugels, daar ben ik reuze blij mee.' Het musje begrijpt er niets van.

'Ik heb hoogtevrees,' fluistert Ria, het hoge woord is eruit. 'Ik durf niet eens te vliegen.'

Het musje valt van verbazing bijna van zijn stokje, daar had het nog nooit van gehoord, een vlinder met hoogtevrees. Het musje krijgt opeens een idee. Ze pikt met haar snavel voorzichtig Ria op, gooit haar kopje in de lucht,laat met een boogje de vlinder tussen haar eigen vleugels landen en vliegt dan omhoog.

Ria slaakt een gilletje. Het musje vliegt hoger en hoger, tot in de wolken, maakt daar een looping waardoor Ria van haar rug valt en als een idioot fladdert met haar vlindervleugels. Eerst nog wat onwennig, maar al vrij snel krijgt Ria de smaak te pakken en voelt ze zich als een vis in het water.

Vanaf die dag is de vlinder van haar hoogtevrees genezen en ze wordt de beste maatjes met het musje.

Dus zie jij een mus en een dagpauwoog door de lucht fladderen, bedenk dan dat iedere angst, hoe vreemd en raar hij ook mag klinken, te overwinnen valt.





Rudi
Mooi verhaal, jij kan ieder verhaal een speciale draai geven, iets magisch. Je zou bijvoorbeeld een kinderboek kunnen schrijven, iemand de tekeningen laten maken die erbij horen, ik wil wedden dat het goed verkoopt. :)
16-11-2016 22:01
16-11-2016 22:01 • 1 reactie • Reageer
Dana
Ik heb slechts enkele kinderverhaaltjes geschreven, voor verschillende leeftijden, voor een boek moeten het allemaal verhaaltjes zijn voor één bepaalde leeftijd, ik weet niet of ik mezelf de discipline kan opleggen om vast te houden aan één bepaalde leeftijdsgroep. Toch bedankt voor de suggestie, Rudi, vind het erg leuk om te lezen
16-11-2016 22:08
16-11-2016 22:08 • 1 reactie • Reageer