×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Agent Polleman kan z'n geluk niet op

Agent Polleman kan z'n geluk niet op


Dit ging hieraan vooraf:

Dan hebben we nog tijd

bij Cornelis en Sjaan

Alle hoop op Polleman

bij de commissaris en agent Storm | door Hans van Gemrt

 

Het kost agent Polleman geen enkele moeite om Lou te volgen. Het lijkt de verdachte ook weinig te kunnen schelen dat hij gevolgd wordt. Agent Polleman vraagt zich daarom terecht af of het nog wel zin heeft om steen na steen te blijven vegen. Z’n schoonmakers vermomming is in de huidige situatie totaal niet belangrijk meer. Bij de eerste de beste pilaar die hij tegenkomt, laat hij dan ook direct z’n zwabber achter. Met z’n handen diep in de zakken van zijn schoonmakers overall slentert hij vervolgens op z’n gemakje achter Lou aan die een meter of tien voor hem uit loopt. 

Bij een barretje houdt Lou z’n pas in en gaat naar binnen. Hij neemt plaats aan een tafeltje op het terras. Agent Polleman gaat een paar tafeltjes verderop zitten, op een plekje waar hij de verdachte goed in de gaten kan houden. Als de ober komt, bestelt Lou een pilsje en een dubbele uitsmijter rosbief. Zo te zien blijft de verdachte hier dus nog wel een tijdje zitten. En daar heeft agent Polleman helemaal moeite mee. Z’n maag knort, sinds vanochtend vroeg heeft hij niets meer gegeten. 

Als de ober komt, bestelt hij ook een pilsje, en een grote biefstuk van de steengrill. Dit is pas een fijne manier om een verdachte te volgen. Als de ober het pilsje heeft geserveerd en agent Polleman op z’n gesteengrillde biefstuk zit te wachten, ziet hij plotseling de eigenaar van pension De Zeester en zijn vrouw het terras oplopen. Ze lijken hem niet te herkennen en nemen plaats aan het tafeltje naast hem. 

Agent Polleman kan z’n geluk niet op. Wie weet komt hij nu nog iets belangrijks te weten over wat er in het kluisje gevonden is.  Met één oog op Lou en twee gespitste oren richting het tafeltje van Cornelis en Sjaan begint agent Polleman aan zijn biefstuk die zojuist door de ober geserveerd is.

“Hallo ober, een steenkoud borreltje en een glaasje sherry graag. En we wouwen er wat bij eten. Wat wil jij Sjaan?”

“Doe maar een koppie tomatensoep, met van die knapperige stengels erbij.”

“En doet u mij maar een portie bitterballen met veel mosterd ober.”

“Prima, komt eraan mijnheer.”

“Oh ik heb er zo’n zin in Cor, en wat kijk ik uit naar die ontmoeting.”

“Welke ontmoeting bedoel je?”

“Nou, met de Kwien natuurlijk. Wie had je dan gedacht?”

“Oh ja, in Londen, op Buckingham Palace. Hopelijk is ze thuis als we komen.”

“Nou dat hoop ik ook, want die ontmoeting is wel belangrijk hoor.”


© Dewaputra

afbeelding: hotelgroningenwesterbroek .nl

Lees verder:

 

Bovenstaande episode van het vervolgverhaal telt precies 420 woorden en past 3x in de 140 woorden uitdaging van januari van FrutselenindeMarge.

 

Meeschrijven of reageren?
Log snel in!