×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










De warungs van Binaria

De warungs van Binaria


BALI REISVERHALEN (4)

> Vorige delen gemist? Begin te lezen bij deel 1:   Aankomst op het vliegveld van Bali

    [ onder elk deel staat een link naar het volgende deel ] 

Het loopt al weer tegen vieren als ik over de oprijlaan van het hotel in de richting de hoofdweg van Lovina loop, de Jalan Raya Singaraja-Seririt, op weg om het dorp wat te gaan verkennen. Volgens de receptie van het hotel wordt het centrum van Lovina ‘Binaria' genoemd en ligt het even verderop, op een kleine twee kilometer ten westen van het hotel. Verreweg de meest bekende plek van dat centrum moet een direct aan het strand grenzend pleintje zijn waarop een groot standbeeld van een dolfijn te vinden is. Ik passeer de imposante candi-poort van het hotel en sla dan rechts af, het hoge trottoir volgend dat langs de hoofdweg loopt. De straten zijn nat, want het heeft zojuist gedurende een minuut of twintig even flink geregend - een voorbode van het moesson seizoen dat weer voor de deur staat. De lucht is nog steeds bewolkt, maar vertoont hier en daar gelukkig al weer wat dunne plekken waar de stralen van de zon steeds sterker doorheen beginnen te prikken.

De omgeving is hier landelijk, met veel groen van palmbomen (links) en rijstvelden (rechts) dat zo nu en dan onderbroken wordt door bebouwing van huisjes, warungs, kleine winkeltjes en hotelletjes die zich vaak al van verre aankondigen met grote, kleurige uithangborden. Ook het hoge trottoir wordt regelmatig onderbroken, telkens na een meter of vijftien, en wel door een diepe afstap die een goede meter breed is. Een paar honderd meter verder, als ik op die manier al zo'n twintig keer die hoge stoep ben af- en opgestapt, krijg ik er schoon genoeg van. M'n knieën beginnen zeer te doen en door de temperatuur in combinatie met het hoge luchtvochtigheidsgehalte ben ik inmiddels als gevolg van die oefening behoorlijk gaan zweten. Ik besluit om verder maar over het asfalt langs het hoge trottoir te gaan lopen, dat loopt een stuk prettiger. Nu ik erover begin na te denken, het is me eigenlijk een volkomen raadsel waarom ze die stoepen hier zo hoog gemaakt hebben.

Aan de andere kant van de weg rijdt een jongen me op een motorfiets tegemoet. Als hij me langs het trottoir ziet lopen, remt hij af en maakt dan abrupt een U-bocht. Met een felle claxon uithaal weet een achteropkomende auto hem maar ternauwernood te ontwijken. Even later rijdt de jongen stapvoets naast me. “Transport?”, kijkt hij me vragend aan. Ik wijs zijn aanbod vriendelijk van de hand en stamp even met mijn voeten op het asfalt, ten teken dat ik er de voorkeur aan geef om te wandelen. Hij blijft nog een paar tellen stapvoets naast me rijden, geeft dan gas en maakt opnieuw een gevaarlijke U-bocht om zijn weg te vervolgen.

Na een minuut of wat passeer ik aan mijn rechterhand een kleine, plaatselijke markt. Bijna alle kraampjes zijn er dicht dus ik vermoed dat het een ochtendmarkt moet zijn. “Pasar Sari”, lees ik op een bord dat naast de ingang ervan tegen een muur is bevestigd. Weer even verderop links, nagenoeg op de hoek van een a-symmetrisch kruispunt, bevindt zich een kleine supermarkt. Daar is het wel druk. Op het bijbehorende parkeerplaatsje staan tientallen motorfietsen geparkeerd. Een wit uithangbord roept me in grote zwarte letters de naam van dat supermarktje toe: “Angsoka”.

Op het kruispunt besluit ik om rechtsaf te slaan, weer in de richting van het strand en de zee. De weg die ik nu volg, is een stuk smaller dan de hoofdweg van zoeven. Ik weet niet hoe deze weg heet want ik kan nergens een naambordje ontdekken. Het is een rustige, bochtige weg die ongeveer een kilometer lang blijkt te zijn en waarlangs enkele hotels, een paar restaurantjes en wat winkeltjes zijn gevestigd. De weg eindigt op een als parkeerplaats gebruikte open plek, gelegen tussen het strand en een gezellig uitziend restaurantje, “Waru Bali” genaamd. Er zie er echter geen standbeeld van een dolfijn staan. Op het strand achter het parkeerplaatsje ligt een hele serie traditionele vissersbootjes op een rij die elk aan beide zijden zijn voorzien van lange, witte bamboe drijvers. De bootjes zelf zijn voornamelijk in de kleuren blauw en wit geschilderd. Op de meeste van die bootjes lees ik een nummer en daarnaast dragen ze vaak ook nog eens een naam. Ik blijf even staan en kijk of er een bootje tussen ligt met nummer 12, maar ik kan hem niet ontdekken.

Direct links van de bootjes, zich uitstrekkend in westelijke richting, zie ik een onverwachte strook groen van bomen en struiken die daar gewoon op het strand groeien. Op mijn dooie akkertje loop ik door het zand tussen die schaduwrijke bomen en struiken door, naar ik hoop in de richting van het Binaria plein. Op de grens van dat groen met het strand liggen en zitten hier en daar wat toeristen in het zand. De meesten van hen zijn, net zoals ik vanochtend, omringd door blij lachende strandverkopers; de toeristen zelf blijken dit of wel of juist niet leuk te vinden, aflezend aan hun gelaatsuitdrukking die in het eerste geval overwegend opgetogen glimlachend is en in het andere een verwrongen mix van misnoegen, ongeduld en sjacherein toont, waarbij ze, overigens zonder succes, hun uiterste best blijven doen daar te zitten alsof die vrolijk lachende verkopers er helemaal niet zijn. Dan eindigt de strook groen en kijk ik uit over een groot plein.

Het plein is nagenoeg vierkant en het meet ongeveer veertig bij veertig meter. In het midden van de aan het strand grenzende zijde, omzoomd door een hoge, groene heg, staat het standbeeld van een dolfijn. De basis van het standbeeld bestaat uit een verhoging die via vier hoge treden kan worden beklommen. Precies in het midden van die verhoging en omringd door een dubbel gelaagde, vierkante stenen bak waarin een laag water staat, bevindt zich een taps toelopende, vijfhoekige pinakel van zo'n zes meter hoog met op de top ervan een op zijn staartvin staande dolfijn; de pinakel wordt aan z'n basis aan elke zijde geflankeerd door een kleine stenen dolfijn. De koppen van deze dolfijnen blijken, tot mijn verrassing, gedrapeerd in sprookjesachtige, zwart-wit geblokte doeken.

Tegenover het standbeeld, aan de andere zijde van het plein, zie ik een uit donkergrijze stenen opgetrokken tempel. Links van die tempel is een smalle weg die op het plein uitkomt. Langs de zijde direct links van me bevinden zich wat kleine, kleurrijke souvenirwinkeltjes die voornamelijk T-shirts en andere kleding verkopen. Verdeeld over de zijde recht tegenover me en het stuk links van het dolfijnenstandbeeld zie ik een aantal kleine kraampjes waar drankjes en lokaal voedsel wordt verkocht. Ik steek het plein over om bij die kraampjes eens een kijkje te gaan nemen.

Vanachter de heg bij het standbeeld komen een paar sarong verkoopsters op me afgelopen: “Buy sarong, sunset price!”. Ik schud mijn hoofd, “vanochtend al een sarong gekocht”, en loop door in de richting van de kraampjes. “You buy more, present for your friends”, roept een van de verkoopsters, haar pas versnellend tot ze naast me loopt. “No thanks”, reageer ik resoluut terwijl ik op mijn beurt mijn pas wat versnel. De sarong verkoopster geeft het op en loopt terug in de richting van het standbeeld.

Bij de kraampjes aangekomen zie ik dat elk van die kraampjes gespecialiseerd is in een bepaald soort voedsel, zoals bakso (een soort van soep), nasi ‘campur' (‘campur' betekent ‘gemixt', slaande op de plukjes groente, stukjes kip en vis, wat mie en het stokje saté dat bij een schep witte rijst wordt geserveerd), kleine loempiaatjes en gado-gado. De meeste kraampjes hebben een geïmproviseerde overkapping van een stuk zeil, wat de klanten dient te beschermen tegen de eventuele regen die vandaag wellicht nog uit de lucht kan komen vallen. Ik kies het kraampje uit waar gado-gado wordt verkocht.

“Hello, you wan' cold drink?”, begroet de uitbaatster me van achter haar kraampje. Ik strijk neer op het lage houten bankje dat er langs de tafel welke het kraampje vormt staat opgesteld en vraag of ze Bintang bier heeft. De dame knikt bevestigend: “you want large or small?”. Ik bestel een grote. De dame opent een rode, met ijsblokken gevulde eski die op de hoek van de tafel staat en trekt er een fles Bintang bier uit. Naast die eski staat een kleine glazen vitrine en daar weer voor een keurig rijtje van flesjes cola, sprite en fanta, wat roze kartonnen pakjes ‘Fruit-ti' en een setje plastic flessen mineraalwater van het merk ‘Aqua Danone'. In de glazen vitrine liggen een paar dozijn pakjes sigaretten van verschillende merken – ik zie onder andere Marlboro, Gudang Garam, Dim Sam Soe. Bovenop de vitrine staat een rode plastic bak waarin een aantal pakjes ABC koffie en wat zakjes met verschillende soorten chips liggen.

De dame reikt me mijn flesje bier aan en vraagt me of ik wellicht ook iets wil eten, ze verkoopt namelijk heerlijke gado-gado. Afgaande op wat ik vanmiddag in mijn Bali reisgidsje over kraampjesvoedsel heb gelezen, denk ik dat het maar beter is om niet van een kraampje te eten. De kans is namelijk heel groot, zo schrijft het gidsje, dat je er ziek van wordt. De hygiëne is er in het algemeen stukken minder dan wat we bij ons in het westen gewoon zijn en bovendien is onze maag niet aan Aziatisch voedsel gewend. Het eten van kraampjesvoedsel kan daarom ernstige diarree of zelfs nog erger tot gevolg hebben. Het vlees, vooral dat van het varken, kan soms dagen oud zijn en het water dat gebruikt wordt om het voedsel te bereiden, schijnt van ondrinkbare kwaliteit te zijn, vol met schadelijke bacteriën. Vooral als het niet of niet goed gekookt is. Ik schudt dus mijn hoofd en wijs naar een zakje paprika chips.

Het volgende half uur breng ik al mensen kijkend op dat bankje bij het kraampje door terwijl ik zo nu en dan een slokje van mijn fles Bintang neem. De kraampjes op het plein blijken voornamelijk door op motorfietsen arriverende, lokale bewoners te worden bezocht om er een kleinigheidje te eten en wat met elkaar te kletsen. Een jongen van een jaar of zestien stopt bij het kraampje waar ik zit en koopt voor een paar honderd rupiah een sigaret, die de uitbaatster voor hem uit een aangebroken pakje haalt. Wanneer er toeristen vlak langs het kraampje lopen waar ik zit, begroet de uitbaatster hen steevast met het zinnetje, “Hello, you wan' cold drink?” en het valt me daarbij op dat ze dat zinnetje met een andere stem, met een hogere intonatie uitspreekt dan welke ze tijdens een vervolg gesprek gebruikt. In de schaduw van de heg bij het standbeeld zie ik de sarong  verkoopsters nu gehurkt bij elkaar zitten. Zodra er nieuwe toeristen op het plein verschijnen, staan ze op en lopen dan met een sarong reeds gespreid in hun handen op hen af. Slechts weinig toeristen houden daarbij hun pas in om de koopwaar te bekijken, de meeste van hen lopen stug door zonder ook maar op of om te kijken. Het is een typische scene die in de loop van het half uur dat ik zit toe te kijken, telkens opnieuw herhaald wordt.

Als m'n fles Bintang bier op is, staat de zon inmiddels al weer laag aan de hemel boven de Bali Zee, op het punt om weg te zakken in een gekartelde band van diep grijze bewolking die op de horizon rust - tot grote teleurstelling van de toeristen die ik even verderop met hun camera's in de aanslag op het strand zie staan om de beroemde zonsondergang van Lovina te fotograferen.

Ik sta op, betaal mijn rekening en begeef me dan weer op weg, terug naar mijn hotel. Morgen is het namelijk vroeg opstaan geblazen: om zes uur dien ik me op het strand achter het hotel te melden bij kapitein Nyoman, om samen met hem dolfijnen te gaan kijken op zee.


> Lees verder: Dolfijnen kijken op de Bali Zee

Wil je meer weten over Bali? Kijk dan op mijn website, https://www.wonderfulbali.com

Hierop staan veel interessante artikelen en mooie slideshows.

 

Hou je ook van reisverhalen schrijven of gewoon gezellig lezen en delen ? Meld je aan en deel mee vanaf het moment dat je bent aangemeld.

Wordt gratis lid en ontvang een aantrekkelijke startbonus.

 

© Dewaputra

 



expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties