×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Dolfijnen kijken op de Bali Zee

Dolfijnen kijken op de Bali Zee


BALI REISVERHALEN (5)

> Vorige delen gemist? Begin te lezen bij deel 1:   Aankomst op het vliegveld van Bali

    [ onder elk deel staat een link naar het volgende deel ] 

Als ik mijn hotelkamer verlaat, ligt de tuin nog gehuld in het halfduister dat heerst tussen de nacht en een zich aandienende nieuwe dag. In die langzaam aan licht winnende ochtendschemering straalt de tuin een vreemde, rustgevende atmosfeer uit waarin ik me alleen, maar op een of andere manier ook één mee voel. Ik haal even diep adem. Met volle teugen geniet ik van de koele buitenlucht, die in mijn gewaarwording zwaar en vloeibaar aanvoelt op mijn huid. Ik kijk omhoog. Hier en daar schitteren enkele heldere sterren. In het westen is het nog nacht maar in het oosten wordt de duisternis langzaam maar zeker verdrongen door een nog onzichtbare zon, waarbij de bijna zwarte hemel eerst naar een diep-donkerpaars kleurt om dan langzaam, via steeds lichtere kleurschakeringen in helderheid toe te nemen.


Het is half zes als ik de tuin door de opening in het bamboe hek verlaat en het strand op stap. Tot mijn verrassing heerst er op dit vroege uur al heel wat bedrijvigheid op het nog donkere strand. Een meter of dertig links van me, op de rand van het strand evenwijdig aan de hoteltuin, staat een uit afvalhout opgetrokken keet waarin, steunend op een aantal dwarslatten, de ranke 20pk buitenboordmotoren van de vissersbootjes liggen opgeslagen. Elke buitenboordmotor is middels een ruim twee meter lange stalen schroefstang verbonden met een kleine schroef die zich aan het uiteinde ervan bevindt. In het gelige licht dat door een opgehangen olielamp wordt verspreid, zie ik een half dozijn Balinezen druk in de weer die buitenboordmotoren, met het motorgedeelte rustend op een schouder, van die keet naar in het water liggende bootjes te versjouwen. Even verderop zie ik weer anderen in groepjes bezig de bootjes die nog op het strand liggen bij de bamboe drijvers op te tillen om ze vervolgens zo naar het water toe te dragen. Ik merk op dat de meeste Balinezen die ik zie, gehuld zijn in warme kleding zoals sweaters, mutsen, truien en jassen.

Hier en daar zie ik ook al wat toeristen op het strand, meest in groepjes van twee of drie, die er naar ik aan neem ook staan te wachten om met hun bootje de zee op te kunnen gaan. Zij zijn zonder uitzondering in lichtere kleding gekleed, overwegend in korte broek of badpak en een T-shirtje. Een van de bootjes staat reeds op het punt te vertrekken. Het ligt op een meter of vijf, zes van het strand in zee, met z'n ranke buitenboordmotor horizontaal rustend op het achtersteven als een harpoen die naar achteren staat gericht. Een drietal toeristen waadt in iets meer dan kniediep zeewater naar het bootje toe, waarbij ze hun sandalen en camera's hoog boven het hoofd houden. Nadat ze door hun kapitein geholpen zijn met het aan boord klimmen, krijgen ze elk een geel zwemvest aangereikt. Zodra ze zich geinstalleerd hebben, wordt het bootje door een paar andere Balinezen aan de hoog gebogen, houten spanten welke de bamboe drijvers met het bootje verbinden, verder de zee ingeduwd, naar een dieper gedeelte van alwaar het bootje op eigen kracht verder kan gaan. Als de Balinezen na een meter of dertig meer dan middeldiep zeewater hebben bereikt, geven ze het bootje een laatste zet en laat de kapitein de schroefstang van z'n buitenboordmotor half in het water zakken. Hij trekt een paar keer aan een lang koord totdat de motor sputterend aanslaat, geeft dan langzaam gas en vaart vervolgens met een flauwe bocht verder de zee op, op zoek naar de eerste dolfijnen.

Dan voel ik hoe mijn arm even wordt aangeraakt. Ik kijk om en zie kapitein Nyoman staan, gekleed in een versleten wollen trui. Hij wenst me een goede morgen en vraagt me of ik er klaar voor ben. Ik knik bevestigend. “Mai”, zegt hij dan met een lichte, uitnodigende beweging van zijn hoofd terwijl hij met de duim van zijn tot een vuist gebalde, neerhangende rechterhand even in noordoostelijke richting wijst. Ik volg hem door het koele zand naar zijn bootje, dat een meter of zestig verder naar rechts al in zee ligt. Met m'n sandalen in mijn hand blijf ik even op het natte gedeelte van het strand staan, toekijkend hoe Nyoman met langzame, trage stappen door het water naar zijn bootje waadt, dat een tiental meter van de vloedlijn rustig op zee ligt te dobberen. Op de boeg staat het getal 12 geschilderd en halverwege op het witgeschilderde gedeelte lees ik de naam van het bootje, “Jegeg”. Een nog in zwart tot diepblauw gehulde, donkere zee strekt zich schijnbaar zo glad als een spiegel achter het bootje uit.

Zodra Nyoman aan boord is geklommen, kom ik weer in beweging en loop op de waterlijn toe. De uitloper van een op het strand rollend laagje koel zeewater omspoelt even kort mijn voeten om zich daarna zacht borrelend weer terug te trekken. Bij elke stap die ik zet, zakken mijn hielen steeds even lichtjes weg in het donkere natte zand dat net onder de vloedlijn ligt. Voorzichtig waad ik verder de zee in en ik voel hoe het water nu langzaam via mijn kuiten naar m'n knieen kruipt. Af en toe houd ik even in om op mijn tenen te wippen, om zodoende een aanrollende golf de gelegenheid te geven me te passeren zonder daarbij m'n broek nat te spetteren. Een enkele keer moet ik me met een zwaai van mijn armen in evenwicht houden als ik met mijn blote voeten op een stuk koraal of een grote kiezel stap die er onzichtbaar onder het wateroppervlak op de zeebodem liggen. Bij het bootje aangekomen steekt kapitein Nyoman me een hand toe en even later heb ik me met zijn hulp aan boord gehesen.

Het bootje is ongeveer vijf meter lang en het is zo'n zestig centimeter breed. Op gelijke afstand van elkaar zijn drie plankjes tussen de beide boorden bevestigd welke als zitplaats moeten dienen. In de kuip van het vlonderloze bootje staat een laagje water, waarvan ik hoop dat het door de regenval van de afgelopen nacht of door inspetterend zeewater is veroorzaakt. Nyoman vraagt me of ik een zwemvest wil. Ondanks dat laagje water schud ik van nee. De zee is bijzonder kalm en bovendien kan ik zwemmen als een waterrat, dus die in een gele kleur uitgevoerde voorzorgsmaatregel is wat mij betreft overbodig. Ik neem plaats op het middelste plankje, met mijn gezicht naar de boeg toe gekeerd. Zodra we met behulp van Balinese mankracht dieper water hebben bereikt, start Nyoman de motor en varen we ronkend weg, in de richting van de horizon. Intussen speuren mijn ogen links en rechts de zee af, in de hoop er al dolfijnen te kunnen ontdekken. Er is echter nog geen dolfijn die zich laat zien. Wel zie ik in een straal van een paar honderd meter om me heen een twintigtal andere bootjes die zich ook van het strand aan het verwijderen zijn, op weg naar de plek waar de dolfijnen zich elke ochtend plegen te vertonen.

Ik verplaats me voorzichtig naar voren toe en ga op de boeg van het bootje zitten, wat een veel beter uitzicht biedt. Ik laat mijn onderbenen over de rand van de boeg bungelen en de zolen van mijn opgetrokken voeten raken daarbij net even het water. Als ik mijn voeten wat dieper laat zakken, worden ze door de snelheid van het aanstromende water telkens even naar achteren geworpen, daarmee twee extra fontijntjes van opspetterende zeewater veroorzakend. Ik kijk even achterom. Nyoman zit geconcentreerd achterin aan het roer en ik zie hoe zijn ogen speurend de zee afzoeken. Achter hem zie ik in de verte de vage, grijszwarte contouren van de noordelijke uitlopers van de bergen, waaronder zich nog onzichtbaar de kustlijn moet bevinden vanwaar we een klein kwartiertje geleden zijn vertrokken. Het oostelijke deel van die contouren wordt nu snel scherper en daar waar de zon achter de bergen bezig is om op te gaan, vertoont ze inmiddels, afstekend tegen een lichtrood kleurende hemel, een met fel licht omzoomde scherpe rand. Dan kijk ik weer voor me en tuur vol verwachting links en rechts de zee af, op zoek naar de eerste dolfijnen.

“There!”, hoor ik Nyoman opeens achter me roepen. Ik kijk om en zie hem naar het noordwesten wijzen. Ik kijk in de richting die hij aanwijst, maar kan niets ontdekken dat op een dolfijn lijkt. Nyoman heeft inmiddels het roer omgegooid en het bootje is nu bezig een halve cirkel te draaien, om daarna op volle snelheid in noordwestelijke richting verder te varen. Ik zie de meeste andere bootjes dezelfde manoeuvre uitvoeren. “There!” roept Nyoman opnieuw. Ik kijk weer om en zie hem nu schuin naar voren wijzen. Snel draai ik mijn hoofd terug maar hoe ik ook kijk: ik zie geen dolfijnen. Geconcentreerd dwalen mijn ogen van links naar rechts en weer terug over het zeeoppervlak. “There, there!”, roept Nyoman opnieuw en weer kijk ik in een reflex achterom. Je raadt het al, als ik me weer heb omgedraaid, is er opnieuw niets te zien. Ik vraag Nyoman daarom vriendelijk om niet meer te roepen als hij dolfijnen ziet, want ik kan onmogelijk omkijken om te zien welke richting hij aanwijst en tegelijkertijd die richting opkijken, om er de door hem waargenomen dolfijnen te zien.

Even later zie ik dan gelukkig zelf mijn eerste dolfijnen. Het is een groepje van een stuk of zes kleine, grijze dolfijnen die elk zo'n anderhalve meter lang zijn. Ik zie ze op nagenoeg hetzelfde moment bovenkomen en door het water tuimelen, waarna ze razendsnel in zuidoostelijke richting verdwijnen. Een paar honderd verderop zie ik ze opnieuw bovenkomen om even door het water tuimelen. Daarna verdwijnen ze uit het zicht. Nyoman geeft een ruk aan het roer, keert de boot en vaart vervolgens vol gas in de richting waar de dolfijnen zojuist zijn verdwenen. Ik zie de andere bootjes hetzelfde doen. Dan opnieuw een ruk aan het roer, en weer maakt het bootje een bocht. De dolfijnen blijken zich kris-kras door zee te verplaatsen en lijken een spelletje kat-en-muis met de bootjes te spelen. Ik frons mijn wenkbrauwen. Door telkens opnieuw in de richting te gaan varen waar de dolfijnen op enig moment boven water komen, varen we naar mijn bescheiden mening op een onzinnige manier achter de feiten aan. Als je weet dat die dolfijnen zich kris-kras door dit deel van de zee verplaatsen, is het toch veel zinniger om gewoon, met een uitgezette motor, lekker rustig ergens te blijven dobberen? ....het moet wel heel gek lopen, wil je dan géén dolfijnen zien. En het spaart nog benzine ook.

Ik geef Nyoman daarom instructie om zijn motor af te zetten en te blijven dobberen op de plek waar we ons nu bevinden. Hij protesteert eerst even door in de richting te wijzen waar we nog steeds op volle snelheid naartoe varen: daar zijn de dolfijnen! Ik houd vol dat ik hier op deze plek wil blijven dobberen. Uiteindelijk zwicht hij voor mijn argumenten en zet hij de motor van het bootje af. Onmiddelijk daalt er een weldadige rust op ons neer. Op het zachte geklots van het zeewater na is het nu overal doodstil om ons heen. De andere bootjes zijn inmiddels al ver van ons verwijderd en we kijken toe hoe ze telkens opnieuw van richting veranderen, een stuk op volle snelheid varen, dan abrupt weer stoppen, om vervolgens opnieuw gezamelijk een andere richting op gaan. Onwillekeurig schiet ik even in de lach. Dan opeens is er overal gespetter en licht geplons om ons heen: links en rechts zie ik tientallen dolfijnen door het water schieten. Het zijn er misschien wel honderd! Als de dolfijnen even later op volle snelheid uit het zicht verdwijnen, wil Nyoman de motor van de boot opnieuw starten, met de bedoeling om weer achter de dolfijnen aan te gaan. Ik herinner hem eraan dat we hier best liggen en hij gaat met duidelijke tegenzin weer zitten. Ik zie hoe de andere bootjes nu op volle snelheid onze kant op komen, om ons even later zonder snelheid te minderen te passeren. Een van de kapiteins schreeuwt in het voorbijgaan iets naar Nyoman, die als antwoord een vertwijfeld handgebaar maakt.

We blijven zo nog een minuut of twintig rustig op zee dobberen en gedurende die tijd nemen we nog twee keer de dolfijnen waar, zij het iets verder weg dan die eerste keer. De zon is inmiddels al helemaal opgegaan en ze staat in een inmiddels lichtblauwe lucht laag boven de oostelijk gelegen uitlopers van de nu grijsgroen getinte bergen. Een dunne beige lijn waarop een band van donkerder groen staat, verraadt waar de het strand en het kustgebied zich moeten bevinden. Met volle teugen geniet ik van de opwarmende stralen van het vroege ochtendzonnetje. Als ik na verloop van tijd op mijn horloge kijk, zie dat het al weer tegen achten loopt. Ik krijg trek in een kop koffie en knik naar Nyoman dat het zo wel genoeg is geweest. Met een paar halen aan het koord start hij de motor en vaart dan weer terug naar de kust. Naarmate we de kustlijn dichter naderen, worden de details ervan steeds duidelijker zichtbaar: eerst de roodwitte zendmasten en de palmen, dan de bebouwing van huisjes en hotels, en tenslotte de mensen op het strand.

Rond kwart over acht vaart het bootje weer door het ondiepe zeewater voor het strand achter het Sol Lovina hotel. Op het strand staat een aantal strandverkopers de toeristen in de arriverende bootjes op te wachten. De meesten van hen dragen een blad waarop houten beeldjes van dolfijnen staan, uitgevoerd in verschillende kleuren en maten, van groot tot klein. Als we het strand tot op een paar meter zijn genaderd, schuurt de boeg van het bootje plots over het zand en ligt dan met een lichte schok meteen stil. Ik spring met mijn sandalen in mijn hand het bootje uit en loop door lauw, enkeldiep water het strand op.

“Hello, good trip, see many dolpin ya? You buy dolpin, nice present, good memory!” Ik koop er drie: kleine, uit donker hout gesneden dolfijntjes die, zo stel ik me voor, het straks goed zullen doen op mijn winterse vensterbank thuis, als herinnering aan een heerlijk tropisch Bali.

- wordtbinnenkort vervolgd -


Wil je meer weten over Bali? Kijk dan op mijn website, https://www.wonderfulbali.com

Hierop staan veel interessante artikelen en mooie slideshows.

3

© Dewaputra

Hou je ook van reisverhalen schrijven of gewoon gezellig lezen en delen ? Meld je aan en deel mee vanaf het moment dat je bent aangemeld 

Wordt gratis lid en ontvang een aantrekkelijke startbonus.
 
 



expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties