Een geheimzinnig zakhorloge (1)


Wat eraan vooraf ging

Het is allemaal begonnen met een inbraak in het statige landhuis van Gert von Rotz, die vanwege zijn gevorderde leeftijd (aanstaande zaterdag 9 november wordt hij al weer 98) door steeds meer mensen met 'opa' wordt aangesproken. Maar wie hem al langer kent, noemt hem gewoon 'Ome Gerrit'.

Gert had het zakhorloge op de schouw van de open haard gelegd, zoals elke nacht. Overdag droeg hij het bij zich; ging nergens naar toe zonder dit kostbare sieraad. Stoïcijns keek hij voor zich uit.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Vanmorgen, toen hij uit zijn slaap ontwaakte, kwam Gert erachter dat het zakhorloge niet meer op de schouw lag. Het raam van de kamer stond op een kier en een modderspoor van voetafdrukken liep regelrecht naar de open haard. ’s Nachts had hij een geluidje gehoord maar hij had de kat, ‘Drommels’ genaamd, hiervan verdacht.

Wie kon vermoeden, dat dit zakhorloge een code bevatte, die hij achter de foto van zijn overleden vrouw had verborgen? Als die code ontcijferd zou worden… Een diepe frons tekende zijn bleke gelaat.

Gert's zakhorloge duikt op in een Engelse trein

De trein raast ratelend over de rails door het donkere Engelse landschap. Ik ben tegen het vallen van de avond samen met Ana Beatriz Barros, een mag ik wel zeggen zéér mysterieuze Braziliaanse schone,  vanuit Liverpool vertrokken naar Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysilio-gogogoch, een klein dorpje op het eiland Anglesey vlak voor de kust van Wales dat via de Brittania Brug met het vasteland is verbonden.
Hoe die sexy Ana mijn pad heeft gekruist en nu samen met mij onderweg is naar Llanfairpwll,  vertel ik misschien later nog wel eens :)

Net op het moment dat de trein een wissel passeert en het treinstel schokkend heen en weer schudt, wordt de coupédeur opengeschoven en een man met Mediterrane trekken glipt haastig naar binnen.  De man oogt nerveus, op z’n voorhoofd parelt zweet. Hij gaat tegenover ons zitten, laat zijn ogen even op Ana’s borsten rusten en kijkt dan schichtig naar mij. Ik knik hem vriendelijk toe en kijk vervolgens naar buiten, waar alles diepzwart is. Er is nergens een lichtje te zien. Plotseling een oogverblindende flits, vrijwel direct gevolgd een geweldige klap die alle ruiten van de coupé in de sponningen doet trillen.

“Madre de Dios”, roept de man uit terwijl hij met de achterkant van zijn hand het zweet van zijn voorhoofd veegt. Boven de trein hangt een zware onweersbui die zich met felle flitsen en krakende klappen electrisch ontlaadt. “Madre de Dios” roept de man telkens weer na een nieuwe klap. Ana doet zichtbaar moeite om niet in de lach te schieten en knijpt steeds als dat "Madre de Dios" door de coupé klinkt, even in mijn been.

De man wordt door al dat lawaai steeds nerveuzer en ik krijg werkelijk met hem te doen. Ik vraag me af wat er met hem aan de hand is. 

"Los perros del infierno, ya vienen", hoor ik hem zeggen. "Ellos quieren el reloj de bolsillo". Dan staat hij op, graait in zijn zak en werpt een zakhorloge op de zitting van de bank, waarna hij de schuifdeur openrukt en als een haas de coupé verlaat,

"¿Que pasa?" roep ik hem nog na maar hij hoort me niet meer en ik zie hem het smalle pad langs de coupés afrennen alsof de duivel hem op de hielen zit. "Hasta la vista", mompel ik terwijl ik het zakhorloge van de bank raap en weer naast Ana ga zitten.

Ik kijk naar het rijkbewerkte deksel van het zakhorloge en vraag me af wat dit alles te betekenen heeft.

> lees verder in deel 2

© Dewaputra