Een nieuw begin voor Jochem


Noodweer op het strand

Het duurt niet lang of de zon verdwijnt ook hier achter het grijze wolkendek. Het diffuse licht dat de wolken eerst nog uitstralen wordt nu snel verdrongen door een steeds dieper wordende en onheilspellende duisternis. De weinige mensen die zich nog op het strand bevinden, haasten zich met grote passen naar een nabijgelegen overdekt restaurant. Zonder enige waarschuwing barst opeens een wolkbreuk los waarbij de regen letterlijk als een waterval naar beneden klettert. De zes meter die mij op dat moment nog van de overkapping van het open restaurant scheiden, zijn voldoende om me volkomen te doorweken. Als een verzopen kat spring ik naar binnen en zoek dan een tafeltje uit, op een rustig plekje achter in het restaurant.

Thee met ballen

De ober komt langs en ik bestel een pot thee. Zodra de thee is gebracht, haal ik het canvas zakje tevoorschijn waarin ik de twee kleine stenen ballen bewaar die mijn vader me op zijn sterfbed heeft gegeven. Volgens zijn laatste woorden zouden die geheimzinnige ballen, die hij tijdens zijn leven altijd bij zich had, van levensbelang zijn. Jammergenoeg heeft hij niet meer kunnen zeggen wat hij daarmee bedoelde. Wel was duidelijk dat ik in zijn ogen een taak te vervullen had en ook dat hij wat dat betreft vertrouwen in mij had. Ik peins me al dagenlang suf op dit raadsel maar ik heb werkelijk nog geen enkel idee wat ik ermee aanmoet. Ik haal het koordje van het zakje los en laat de ballen voor me op de tafel rollen.

De ballen rollen tegen de theepot en komen daar met een dof geklik tot stilstand. Het zijn twee kleine grijsstenen ballen die, op een uitgesleten ring na welke op beide ballen zichtbaar is, volkomen glad zijn. Op welke manier kunnen die stenen ballen nou van levensbelang zijn? Wie het weet, mag het zeggen. Tijdens zijn leven heeft pa ze steeds angstvallig bij zich gehouden maar nu is hij er dus niet meer. Daaruit mag je dan toch wel afleiden dat dat levensbelang in elk geval niet inhoudt dat ze zouden kunnen functioneren als een talisman die je leven kunnen redden, dus door de dood te voorkomen. Evenzogoed zijn ze toch van belang voor het leven volgens pa. Maar hoe dan? Ik peins nog even door maar ik kom er niet uit. Als even later Gedex, de ober, langs mijn tafeltje loopt en de ballen ziet liggen, houdt deze abrupt zijn pas in.

Demonen uit de Balinese Hindu mythologie

“Apa itu, wat heb je daar nou Jochem?”, vraagt hij verbaasd. “Dat zijn de ogen van een Rakhsasa! Hoe kom je dáár in vredesnaam aan?”

“Van m’n vader gekregen, op z’n sterfbed. Hij heeft ze zijn leven lang angstvallig bewaakt en beweerde dat ze van levensbelang zouden zijn. Weet jij er misschien meer over te vertellen?”

Gedex gaat bij me aan het tafeltje zitten en begint een op z’n zachts gezegd nogal vreemd verhaal te vertellen. Rakhsasas zijn demonische entiteiten uit de Hindu mythologie. Je ziet ze op Bali vaak uitgebeeld in de vorm van stenen beelden met bolle ogen die de ingang van de Pura Dalem bewaken, de dodentempel van elk dorp.

Rakhsasas zijn in de laatste periode van de Satya Yuga ontstaan uit de adem van de slapende Brahma. Ze zijn nogal bloeddorstig van aard en direct nadat ze het levenslicht zagen, probeerden ze dan ook Brahma te verslinden. Brahma werd wakker en riep: “Rakhsama” (Sanskriet voor ‘bescherm me’). Vishnu schoot Brahma te hulp en verbande de Rakhsasas naar de Aarde.

Een cyclus van opeenvolgende aeras

Satya Yuga is Sanskriet voor ‘tijdperk van de waarheid’ en slaat op de allervroegste aera van de wereld. In die aera waren de mensen nog puur en onzelfzuchtig met verheven gedachten en liefdevolle gevoelens.  Rakhsasas oefenen een bijzonder slechte invloed uit op de mens en naarmate de aeras verstreken ging het dan ook steeds verder bergafwaarts met de mensheid. Inmiddels bevinden we ons al weer drie aeras verder, aan het einde van de Kali Yuga. Deze vierde aera van de wereld kenmerkt zich als een periode waarin egoisme, onderdrukking, oorlog en geweld onder mensen steeds extremere vormen aanneemt.

Volgens de overlevering wordt het einde van de Kali Yuga aangekondigd door de geboorte van een goddelijk wezen, waarmee de wereld zoals we die kennen op zal houden te bestaan. Met die geboorte begint dan tevens een nieuwe astronomische cyclus die weer met een Satya Yuga begint. Het kwaad zal dan langzaam maar zeker uit de mens verdwijnen en de goddelijke goedheid keert weer in hem terug. De ultieme overwinning van Dharma over Adharma.

De ontbrekende ogen van een Rakhsasa

“Dat klinkt prachtig Gedex, maar wat heeft dat hele verhaal met de ballen van mijn vader te maken, of met de ogen van een Rakhsasa zoals jij ze ziet?”

Gedex geeft toe dat hij dat ook niet weet. Hij weet wel te vertellen dat er ongeveer 40 kilometer verderop naar het westen een Pura Dalem is waar een eeuwenoud stenen beeld van een Rakhsasa staat die geen ogen heeft.

Als Gedex is uitverteld, verdwijnt de duisternis weer even snel als ze zojuist was neergedaald. De zon breekt door en het lijkt alsof de wereld om me heen weer tot leven komt. Gedex staat op om weer aan het werk te gaan. Ik bedank hem voor zijn verhaal en blijf nog even zitten om nog wat na te denken. Zou dat toeval zijn? Dat de stenen ballen van pa op de ogen van een Rakhsasa lijken? En dat er hier in de buurt een stenen beeld staat van een Rakhsasa zonder ogen? M’n verstand zegt dat dat toeval moet zijn maar voor mijn gevoel twijfel ik. En ook al zijn het de ogen van een Rakhsasa, dan snap ik nog steeds niet waarom die ogen dan van levensbelang zouden zijn. Het enige wat ik me kan bedenken, is naar die Pura Dalem te gaan waar Gedex het over had om die Rakhsasa te zoeken. Want wie weet loop ik hier wel al die tijd al met z’n ogen in m’n zak rond. Terwijl ik dat bedenk, moet ik er zelf om lachen. Maar toch....

Verslonden door een Rakhsasa

Anderhalf uur later parkeer ik dus mijn motor bij de bewuste Pura Dalem en ga op onderzoek uit. Terwijl ik op de tempel afloop, verdwijnt de zon weer achter de wolken. Al snel zie ik net links van de de imposante ingang van de Pura Dalem het bemoste stenen beeld van een Rakhsasa waarvan de ogen ontbreken. Waar je normaalgesproken aangestaard wordt door uitpuilende bolle ogen, zijn nu twee lege oogkassen zichtbaar. Zo op het eerste gezicht lijkt het me dat de stenen ballen van pa best wel eens in die holle kassen zouden kunnen passen. Terwijl deze gedachte door me heen schiet, daalt plotseling opnieuw die onheilspellende diepe duisternis neer.

Er loopt een koude rilling over mijn rug. Met trillende handen haal ik het zakje weer tevoorschijn. Op het moment dat ik de stenen ballen eruit neem, merk ik hoe de duisternis op een vreemde manier zwaar en verstikkend begint aan te voelen; de lucht lijkt met golven te vibreren. Ik moet steeds meer moeite doen om te ademen. Het kost me kracht om mijn armen op te tillen en met veel moeite lukt het me om de ballen één voor één in de lege oogkassen van de Rakhsasa te drukken. Zodra de ogen op hun plaats zitten, begint de aarde onder het geweld van harde, krakende donderslagen heftig te schudden. Bliksemflitsen zigzaggen onophoudelijk door de lucht. Ik val neer en op het moment dat ik de grond raak, hoor ik hoe de Rakhsasa een ijselijk kreet slaakt. Dan wordt alles zwart.

Een nieuw begin

Ik bevind me in een tijdloze vergetelheid waarin ik me thuis en geborgen voel. Het lijkt wel alsof ik zweef in een cocon van vloeibare warmte. Plotseling houdt het gevoel van zweven op om plaats te maken voor een sensatie die ik letterlijk en figuurlijk als schokkend ervaar. De cocon van vloeibare warmte lijkt te scheuren en ik wordt bevangen door een kou die ik als niet prettig ervaar. Op de een of andere manier voel ik me naakt. Dan voel ik hoe ik wordt beetgepakt en opgetild. Plotseling krijg ik een pets op mijn achterwerk. Ik schrik enorm en impulsief begin ik te huilen.

“Het is een jongetje”, hoor ik een mannenstem zeggen.

Ik voel hoe ik door zachtere handen wordt overgenomen en de warmte van zoëven keert weer terug. Dan klinkt een tweede stem, een stem die even zacht en warm is als de handen die me vasthouden.

“Kom maar dicht bij mamma, lieve Thomas”.

© Dewaputra