Smullen van een hapje en een drankje


Deze twee verhaallijnen gingen hieraan vooraf of parallel: 

 

Commissaris Tuinman kijkt op zijn horloge. Het is zes uur en dat betekent dat de dienst er op zit. Het onderzoek heeft lang geduurd, veel te lang, en heeft bovendien helemaal niets opgeleverd. Daar is de commissaris niet blij mee. Hij is moe, zijn keel is droog en zijn maag rommelt. Op dat moment gaat de keukendeur open en verschijnt tante Sjaan met een dienblad vol met eten en drinken.

“De heren zulle wel moe zijn van al dat gesnuffel in me tuin. Ga lekker effe zitte en eet een boutje mee. Er is ook salade. Wil je er een glasie jenever of een sherrietje bij?”

“Wat denk je Polleman? Zullen we er maar eentje nemen?”

Dat laat Polleman zich geen twee keer zeggen. Even later zitten beide gezagsdragers aan een tafeltje in de achtertuin te smullen van een hapje en een drankje.

Maar dan gaat de man die de 140-melding deed plotseling helemaal door het lint. Hij roept dat hij het geen stijl vindt dat het onderzoek gestaakt wordt. Er is wel degelijk een lijk en als de politie z’n werk niet wil doen, dan hij zal dat lijk wel vinden. Hij kijkt om zich heen, pakt  een van de vuilniszakken uit de container die bij de keukendeur staat en gooit deze naast de tafel van de commissaris leeg. Wild graait hij in het afval en gooit het alle kanten op. Iedereen is verbluft. Behalve tante Sjaan.

“Wat zalleme nou krijge? Rotzooi make in me achtertuin? Doe effe normaal of je krijg een mep met me bezem. Hé… kallem worde nou en rustig gaan zitte. Neem een meeuwenboutje met wat kwallesalade. Zit vol met vitamine, daar worje rustig van.” 


© Dewaputra

afbeelding: pinterest.co.uk

Lees ook het vervolg:

 

Lees meer over

 

Bovenstaande episode van pension De Zeester past in twee schrijfuitdagingen: