Het kan natuurlijk gewoon toeval zijn


Dit ging hieraan vooraf:

 

“Jij ook nog een paar worstjes?”

“Ja lekker, doe er nog maar twee. En ook nog wat gebakken aardappeltjes en tomaat.”

“Je klinkt trouwens weer normaal. Ik heb je nog niet horen niezen vanochtend.”

“Volgens mij ben ik die verkoudheid kwijt. M’n neus is vannacht weer opengesprongen. Ik heb weer lucht. Maar ik voel me nog wel wat gammel. En ik heb een irritante kriebel in m’n keel.”

“Hier, neem een slok thee dan verdwijnt die kriebel vanzelf.”

“Dank je. En geef de ketchup even aan wil je? Lekker voor bij de gebakken aardappeltjes.”

“Gelukkig is het niet meer zo koud buiten. In dat lentezonnetje knap je vanzelf wel weer op.”

[Gerrit slaat een paar keer met z’n vlakke hand op de onderkant van de ketchupfles die hij ondersteboven boven zijn aardappeltjes houdt. ]

“Heb jij dat nou ook altijd als je verkouden bent? Dat als je op je linkerzij gaat liggen je rechterneusgat verstopt raakt en zodra je je omdraait, het rechts opengaat en het links verstopt raakt?”

“Nou je het zegt… inderdaad ja. Vreemd… Je zou toch denken dat door de zwaartekracht juist je onderste neusgat door het snot verstopt zou moeten raken.”

“En als je dan even overeind gaat zitten, dan springen ze opeens allebei open.”

“Inderdaad ja. Typisch. Hé kijk…. Daar loopt die vent weer.”

“Welke vent?”

“Die we gisterenavond in de lift zagen.”

“Wat kan jou die vent nou schelen.”

“Ik weet al waar ik hem van ken. Ik heb hem tijdens operatie ‘herfststorm’ in pension De Zeester gezien, waar ik het instructieboekje heb gekregen.”

“Waar die meeuwenragout werd geserveerd?”

“Inderdaad.”

“Jakkes… daar krijg ik kriebeluitslag van. Geef mij dan maar gebakken champignons met lente-uitjes.”

“Toch vreemd dat die vent hier opeens weer opduikt. Daar krijg ik nou spontaan de kriebels van. En dan die pensioneigenaar met z’n vrouw …. het is bijna eng zoals we die gasten telkens maar overal tegen blijven komen.“

“Het kan natuurlijk gewoon toeval zijn. Ik kan me niet herinneren dat ik die vent in het vliegtuig heb gezien. En hij kon toch moeilijk weten waar we heen zouden gaan want dat wisten we zelf nog niet. Die taxichauffeur heeft ons dit hotel aanbevolen.”

“Daar heb je gelijk in. Maar toch… ik hou m’n ogen vanaf nu in elk geval goed open. Je weet maar nooit.”

“Weet je wat? Het is lekker lenteweer. Na het ontbijt gaan we Londen in en dan merken we wel of hij ons volgt. We hoeven toch pas vanmiddag in Madame Tussaud’s te zijn.”


© Dewaputra

afbeelding: unsplash.com

Lees verder:

 

Deze episode van het vervolgverhaal  telt precies 420 woorden past 3x in de 140 woorden uitdaging van maartvan FrutselenindeMarge.

Meeschrijven of reageren?

Log snel in! (het is gratis)