Ik ken nou effe niet op de naam komme


Dit ging hieraan vooraf:

En hier is het begonnen:

 

Met behulp van Sjaan krabbelt Cornelis weer overeind. De gevonden enveloppe gaat in de binnenzak.

“We kijken strakjes op ons gemakkie wel wat daarin zit. Eerst even m’n pyjama afrekenen bij de kassa. En daarna lekker ergens een ijskoud borreltje drinken”.

“Ja lekker, Cor. Wat een onbeleefde trol van een vent was dat zeg. Je zomaar ondersteboven lopen en dan weglopen zonder sorrie of wat dan ook te zeggen. En net doen of tie je niet meer kent. Hij hep trouwens z’n kamer in het pension ook nog niet betaald.”

“Hij heeft zich ingeschreven met z’n paspoort, dus dat komt wel goed. Waar zullen we wat gaan drinken?”

“Op de Meent zit een leuke zaak Cor, met zo’n heel hoog plafond. Een grand café. Ik ken nou effe niet op de naam komme, maar ik loop er zo naar toe”.


© Dewaputra

afbeelding: topper-verpakkingen.nl

Lees ook het vervolg:

 

Bovenstaande episode van het vervolgverhaal pas in de volgende schrijfuitdaging van FrustselenindeMarge, waarbij een verhaal van exact 140 dient te worden geschreven met het verplichte woord 'ijstrol' (mag ook in delen).