×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors








Magie in Denpasar (1)


VOOR HET BLOK NA EEN VREEMDE OPTOCHT

(geschreven in 2004)

Ik voel een windvlaag over mijn gezicht strijken en een tel later begint het te regenen. Niet zachtjes en geleidelijk aan, zoals thuis, maar in ene keer, gelijk met bakken uit de hemel! Ik pak m’n tas op en voel me als een figurant in Monty Python's "Ministry of Silly Walks" als ik, al plassen en vuilhopen ontwijkend, over de slecht bestraatte Jalan Pulau Misol een sprintje trek naar de hoek met een hoofdweg die een meter of honderd verderop ligt te lonken.

Volkomen doorweekt sla ik even later het hoekje om. Witte letters op een groen straatnaambordje vertellen me dat ik me op de Jalan Teuku Umar bevind. Het is een vrij drukke straat waarlangs veel bedrijfjes, winkeltjes en restaurantjes zijn gevestigd. Ik speur de nabije omgeving af, op zoek naar een geschikte gelegenheid om voor dit noodweer te schuilen. Mijn oog valt op een eethuisje met de naam "Rasa Sayang", daar links een meter of vijftig verderop aan de overkant van de straat. Met een laatste krachtsinspanning trek ik er nog een sprintje uit.

Druipend van het water open ik de deur van het eethuisje en stap er naar binnen. Ik sta even stil in de ingang om op adem te komen en met half gespreide armen sla ik het water enigszins van me af.

Ondanks de regen zweet ik als een otter en ik ben dan ook blij als ik merk dat deze eetgelegenheid van airconditioning is voorzien.

Terwijl ik met de vingers van een hand de natte slierten van mijn haardos naar achteren strijk, kijk ik even rond waar het lot me naartoe heeft gebracht.

Het is hier behoorlijk druk, zie ik. De meeste`tafeltjes zijn bezet, maar bij het raam daar is gelukkig nog een tafel vrij. Met m’n voeten soppend in m’n schoenen stap ik op het tafeltje af om het voor ‘t komende uur te confisceren. Het personeel is attent, glimlachend brengt iemand me vrijwel direct nadat ik op de stoel ben neergestreken een menukaart. Rasa Sayang blijkt een Chinees-Indonesisch eethuisje te zijn. Ik zie dat het onder andere ook vegetarisch gerechten op het menu heeft staan. Bovendien is het spotgoedkoop.

Terwijl de Balinese ober geduldig naast me staat te wachten, zoek ik wat lekkers uit. Ik bestel tenslotte een thee en een chap chay met witte rijst. De ober knikt glimlachend en loopt dan naar achteren weg om mijn bestelling aan de keuken door te geven. Terwijl ik wacht op de versterking van de inwendige mens, kijk ik door het raam naar de door de regendruppels op de ruit grillig vervormde bedrijvigheid op de Jalan Teuku Umar. Ik ben vanmiddag om twee uur pas op Bali gearriveerd en heb me in de namiddag, vanuit mijn hotel in Legian, per taxi in Denpasar laten afzetten om te voet de stad wat te gaan verkennen. Maar ik had niet verwacht dat ik door zo'n noodweer overvallen zou worden. Ah, daar komt de ober al aan met mijn bestelling.

Een kwartiertje later schuif ik met een tevreden gevoel m’n bord van me af. Het heeft heerlijk gesmaakt, alhoewel de sambal wel erg heet was. Ik bestel nog een thee en kijk weer naar buiten. Het is inmiddels opgehouden met regenen, maar zo aan de lucht te zien kunnen we elk moment nog wel meer verwachten. Dan wordt mijn aandacht getrokken door een vreemde, kermisachtige optocht die met vlammende fakkels en met veel lawaai van knallende rotjes en schelle fluitjes over de Jalan Teuku Umar voorbij trekt.

Een stuk of vijf, zes grote bamboe platforms, waarop afzichtelijke reuzen zitten, worden elk door enkele tientallen Balinezen op de schouders meegetorst en rondgedragen. De meeste van hen dragen rode hoofdbanden en zwarte T-shirts, waarop op de achterkant met witte letters de tekst “Tahun Çaka 1925" staat gedrukt.

De ober zet een vers glas thee voor me neer op tafel, en ik blader in m'n "Indonesisch voor op Reis", een handig vertaalboekje dat ik voor m'n vertrek op de Albert Cuyp heb gekocht van een bereisde, kalende man die Herman heet. Nou, díe kan verhalen over Bali vertellen! Ik zoek het woord 'tahun' op en lees dat dit ‘jaar’ betekent, maar het woordje çaka kan ik nergens vinden. Ik neem een slok thee en peins me suf wat de reden voor die optocht zou kunnen zijn. Wie of wat is Çaka, en wat gebeurde er 78 jaar geleden, in het jaar 1925? Ik kom er niet uit en concentreer me weer op die merkwaardige optocht.

De platformdragers zwalken nu van links naar rechts over de volle breedte van de Jalan Teuku Umar. Zo af en toe draait zo’n platform een wilde pirouette en helt daarbij dan gevaarlijk over. De buitenste dragers slierten door die wilde bewegingen met vrij grote snelheid in het rond, en de toeschouwers die langs de kant van de weg staan te kijken, springen zo nu en dan gehaast naar achteren als de platformdragers hen dreigen te torpederen.

Als de merkwaardige optocht voorbijgetrokken is, begint het weer te regenen. Ik bedenk me dat ik het beste nog maar even blijf zitten totdat het weer droog is … het lijkt hier jandorie Nederland wel! Maar ik ben op vakantie, praat ik mezelf moed in, en de regen duurt hier nooit lang (dat heb ik tenminste ooit eens gelezen in een artikeltje dat ik op het Internet vond).

Ik blader nog een tijdje door Herman's boekje in een poging om me het Indonesisch wat beter eigen te maken. Als ik na verloop van tijd van m'n boekje op kijk, is het gelukkig al weer droog. Ik merk ook dat ik inmiddels de enig overgebleven klant in het zaakje ben. De andere klanten hebben alle inmiddels al afgerekend en zijn met onbekende bestemming vertrokken. Een grote witte klok die aan de muur tegenover me hangt, wijst tien voor half elf aan.

Ik heb nog geen zin om naar m'n hotel in Legian terug te gaan en ik voel er veel voor om maar van de gelegenheid gebruik te maken om, per taxi dan, Denpasar bij Nacht eens wat te gaan verkennen. Een avondje stappen in Denpasar is, zelfs als het regent, toch een heel stuk opwindender dan teruggaan naar je hotel om daar in je kamer op bed naar de regen te gaan liggen luisteren, bedenk ik me.

Het bedienend personeel staat bij een kleine balie achter in de zaak zacht met elkaar te praten. Zo nu en dan werpen ze een blik naar me. Ik begin erop te letten, en ik krijg het gevoel dat ik weggekeken wordt. Ik denk dat het al over sluitingstijd is en dat het personeel naar huis wil. Ik steek m’n hand op en maakt het internationale ‘betalen’ gebaar. Een van de leden van het bedienend personeel begeeft zich achter de balie en noteert daar iets in een klein bloknoot. Hij staat even met de pen in z’n mond naar het zojuist geschrevene te kijken, verbetert dan wat, en scheurt het velletje tenslotte van het bloknoot. Met het velletje in zijn hand loopt hij naar me toe en legt het voor me neer op tafel. Ik pak het op, en terwijl ik lees wat er geschreven staat, staat de boodschapper naast me ongeduldig van het ene been op het andere te wiebelen. Ik lees dat ik dertienduizend rupiah moet betalen.

Ik open m’n knip en vis er een briefje van 20.000 rupiah uit. Terwijl ik zit af te rekenen, vraag ik of ik misschien een taxi kan bestellen om Denpasar wat te gaan verkennen. Glimlachend wordt me verteld dat dat helaas niet meer gaat. Iedereen zit al thuis, dus ook de taxichauffeurs, is de verbijsterende reden. Maar m’n portefeuille valt uit mijn hand als er aan toe wordt gevoegd dat over een goed uur niemand meer de straat op mag, erger nog, tot zonsopgang overmorgen ochtend mag niemand zich nog op straat vertonen!

“Njeppie”, besluit de ober terwijl hij zich omdraait en naar de toonbank loopt om het wisselgeld te halen.

Ik geloof dat ik een probleem heb.....

> Ga naar deel 2 en lees verder

Wil je meer weten over Bali? Kijk dan op mijn website, https://www.wonderfulbali.com

Hierop staan veel interessante artikelen en mooie slideshows.

© Dewaputra |  (eigen foto's)

 

 



expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts