Magie in Denpasar (4)


Vorige delen gemist? Begin te lezen bij deel 1. Onder elk deel staat een link naar het volgende deel.

4. Ogoh-Ogoh, Nyepi en Nasi Campur

Ik schuif de ring om mijn rechter ringvinger en houdt mijn hand omhoog, de ring bewonderend. 

Ik kijk Pak Jero weer aan en weet niet goed wat ik moet zeggen. Ik ben nog helemaal beduusd van die merkwaardige ervaringen van zoëven……

“Bedankt Pak Jero, ik ben werkelijk heel blij met dit geschenk”, zeg ik uiteindelijk, verlegen glimlachend. Ik kijk weer naar de ring, en naar het motief van de tijger, en hoor dan zachte voetstappen de trap opkomen.


Door het open luik verschijnen twee handen die een blad dragen.

Op het dienblad staan een kom water, twee glazen water, en twee borden witte rijst (waarvan er op slechts eentje een gefrituurd visje (compleet met kop en staart), een forse lik rode sambal met buine pitjes, wat sperzieboontjes en spinazieachtige sliertige groene bladeren ligt). Daarna duikt het hoofd van de oude vrouw op. “Makan dulu, ya”, zegt ze vriendelijk glimlachend terwijl ze het blad over de grond naar ons toe schuift. Het hoofd van de vrouw verdwijnt weer en Pak Jero gebaart naar het blad met eten, “Tast toe”. Ik weet even niet wat ik moet doen, welk bord wordt ik geacht te nemen? En waar is het bestek? Pak Jero merkt mijn onzekerheid en lacht. Hij wijst naar het bord waarop de vis en de groenten ligt en herhaalt, “ga je gang, tast toe”.

“Waarom eet U geen vis en groente Pak Jero?”, vraag ik uit nieuwsgierigheid, maar ook om tijd te rekken om zodoende Pak Jero zelf te laten ontdekken dat z'n vrouw het bestek vergeten is. Zijn gastvrijheid, de merkwaardige gebeurtenissen van zoëven en de geschonken ring hebben me, moet ik toegeven, wat verlegen gemaakt.

“Nyepi is een dag voor meditatie en bezinning”, antwoord Pak Jero. “Normaalgesproken wordt er dan niet gegeten en gedronken, met uitzondering van een bord ‘nasi putih’, dat is gewone witte rijst, en een glas water dan. Maar tegenwoordig zijn het nog slechts de priesters en balians, de sjamanen van Bali, die zich aan deze regel houden. En zij die zich serieus met meditatie bezighouden”, voegt hij eraan toe, terwijl hij de vingers van zijn rechterhand een paar keer door het water van de kom haalt. Daarna beweegt hij z’n hand een keer of twee, drie snel heen en weer, terwijl hij zijn vingers afwisselend buigt (met de nagels tegen de binnenkant van zijn duim) en weer strekt, om het water weer enigszins van zijn vingers af te slaan. “Maar jij hoeft je daar niet aan te houden hoor”, glimlacht hij, “dus geneer je maar niet en doe je tegoed aan deze ‘nasi campur’”.

Dan begint Pak Jero te eten, zonder bestek. Met de vingertoppen van zijn rechterhand neemt hij wat witte rijst van het bord, kneedt het tot een balletje en brengt de hand dan naar zijn mond. Met behulp van zijn duim schuift hij het balletje nasi vervolgens over de toppen van z’n schepvormig gestrekte vingers zijn mond binnen. Zijn gegroefde, donkerbuine kaken bewegen behoedzaam kauwend op en neer, waardoor zijn sprietige baardje in de maat met die kauwbewegingen mee op en neer wipt.

Ik imiteer Pak Jero en haal ook mijn hand door de kom met water. Dan pak ik wat rijst met boontjes en breng m’n hand naar m’n mond. Als ik het eten m’n mond in probeer te schuiven, valt uiteraard de helft op de grond. Ik probeer het opnieuw, nu met een wat kleinere hoeveelheid. Na een paar keer proberen, heb ik de slag al aardig te pakken. Pak Jero laat niets merken en laat me rustig m’n gang gaan.

Als we zijn uitgegeten, vraagt Pak Jero of ik nog meer lust. Ik antwoord dat het lekker heeft gesmaakt en dat het precies genoeg was. Ik ben geen grote eter (bovendien, maar dat zeg ik niet, zat ik nog vol van die chap cay die ik in Rasa Sayang heb gegeten). Pak Jero neemt zijn glas water en drinkt het in een teug leeg.

Nu ik weer aan Rasa Sayang denk, wellicht dat Pak Jero weet wat die optocht met die reuzen te betekenen had. Ik begrijp inmiddels dat het met het nieuwe Çaka jaar te maken heeft, maar ik ben nieuwsgierig om er meer over te weten te komen. En waarom niemand zich op straat mag vertonen natuurlijk.

Voordat ik de kans krijg om mijn vraag te stellen, roept Pak Jero richting het luik: “Tut! kopi besik!”. Hij haalt zijn hand weer door de kom om hem schoon te wassen, en ik volg zijn voorbeeld. Dan vraag ik hem naar de optocht van zoëven.

“Dat zijn zogenaamde ogoh-ogoh”, legt Pak Jero uit. “Die reuzen zijn voorstellingen van de onzichtbare boze geesten die altijd en overal op Bali aanwezig zijn. Wij noemen die boze geesten 'bhuta kala', en ze wonen voornamelijk in en rond de huizen van mensen, op kruispunten van wegen en op kerkhoven. Het zijn vaak negatieve krachten, die geesten, en ze zijn in staat om het evenwicht in de mens en tussen mensen, te verstoren".

"Dagelijks, met name bij zonsopgang en zonsondergang, maakt elk huishouden daarom kleine offertjes, om ze tevreden te stellen. Daarmee probeert men te voorkomen dat die bhuta kala het huishouden zullen verstoren. Zodra er gekookt is, wordt altijd een klein beetje van het bereide voedsel aan die bhuta-kala geofferd en het is daarnaast gebruikelijk, als je buitenshuis iets eet of drinkt, er wat van op de grond te gooien. Die bhuta kala zijn namelijk erg gulzig en ze kunnen kwaad worden als ze niets krijgen. En dan kunnen er verstorende dingen gebeuren. Zo kunnen er bijvoorbeeld dingen uit huis verdwijnen, zoals een sierraad, of ze maken iemand ziek".

"'In de ochtenduren van dag voor Nyepi worden op kruispunten van wegen speciale reiniging ceremonies gehouden, excorcisme rituelen, om die negatieve krachten uit te bannen. ‘s Avonds worden voorstellingen van de bhuta kala in een speciale parade met veel lawaai rondgedragen, om ze bang te maken en ze af te schrikken. Normaalgesproken behoren ze daarna op het strand te worden verbrand. Daarna gaat iedereen huiswaarts en blijft vanaf middernacht een etmaal lang binnenshuis, en alles wordt dan verduisterd. Vanaf dat moment is er geen verkeer meer toegestaan, zelfs het vliegveld van Bali is dan gesloten”.

Het hoofd van Pak Jero's vrouw verschijnt weer door het luik en ze schuift een blad met een koffie en versnaperingen naar ons toe. Als ze weer is verdwenen, vervolgt Pak Jero zijn verhaal.

“Nyepi betekent ‘stil’, ‘leeg’. De enigen die zich op straat mogen vertonen zijn de ‘pacalang’, dat is een soort burgerwacht die voor de veiligheid zorgt. Helaas zijn er met Nyepi namelijk ook veel inbrekers op pad, vandaar. En doordat in principe niemand zich op straat vertoont, zullen de boze geesten denken dat het eiland verlaten is, en ze zullen dan eveneens het eiland verlaten. Dit alles is bedoeld als een symbolische reiniging en het heeft tot doel verstoorde balansen te herstellen, zoals de innerlijke balans van de mens, de balans tussen mensen onderling, tussen mens en natuur, en die tussen de mens en God”.

Ik onderdruk een geeuw, niet omdat ik Pak Jero's verhaal niet interessant vind, maar omdat ik merk dat ik eigenlijk best wel moe ben. Ik pak het glas en nip voorzichtig van de hete koffie.

“Toch begrijp ik het niet”, zeg ik, “want als die pacalang en die inbrekers tijdens Nyepi gewoon buiten rondlopen, dan worden ze toch zeker wel opgemerkt door die boze geesten?”, “….en die zullen Bali dan dus niet, zoals gehoopt wordt, verlaten”, voeg ik eraan toe.

“Het is slechts symboliek”, reageert Pak Jero op mijn woorden. “Je mag het dus niet te letterlijk nemen. Die boze geesten zijn slechts symbolen van de negatieve krachten die in onszelf huizen en om ons heen bestaan. Die negatieve krachten worden in hun verschijningsvorm als ‘boze geesten’ voor een dag zichtbaar gemaakt als afzichtelijke monsters welke in de avond worden verbrand. Dit alles is bedoeld om die symboliek een tastbare vorm te geven, om op die manier de mens eraan te herinneren dat hij geacht wordt zichzelf tegen de invloed van negatieve krachten, die ‘boze geesten’, te beschermen. Door ze te verbranden behoor je je in te leven dat je je eigen negatieve eigenschappen, je negatieve gedachtes en gevoelens ‘verbrandt’. Ceremonies zoals deze zijn bedoeld om je te helpen de balans in jezelf en de balans tussen jezelf en andere individuen te verbeteren en te bewaken”.

“Door daaraan te denken, door je dat steeds te realizeren, schoon je je gedachten van negativiteit. En door je gedachten te schonen, schoon je automatisch ook je hart van negatieve emoties, zodat het weer maagdelijk wordt, zonder egoistische verwachtingen, zonder vooroordelen”.

> ga naar deel 5 en lees verder

Wil je meer weten over Bali? Kijk dan op mijn website, https://www.wonderfulbali.com

Hierop staan veel interessante artikelen en mooie slideshows.

© Dewaputra | eigen foto's