×

Yoors


Inloggen
Registreren
×

Yoors










Strandverkopers van Lovina

Strandverkopers van Lovina


BALI REISVERHALEN (3)

> Vorige delen gemist? Begin te lezen bij deel 1:   Aankomst op het vliegveld van Bali
    [ onder elk deel staat een link naar het volgende deel ]

Ik schrik op en knipper met mijn ogen tegen een baan zonlicht die vanaf buiten door een spleet in het gordijn tegen de muur schijnt. Ik heb een paar tellen nodig voordat ik me realiseer waar ik ben, in mijn hotelkamer in Lovina. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het even voor zevenen is. Mijn eerste volle dag op Bali is aangebroken. Ik sla mijn benen over de rand van het bed en blijf zo even zitten. Dan sta ik op, rek me uit en loop naar het raam. Ik schuif de gordijnen opzij, benieuwd naar wat er buiten in het daglicht te zien zal zijn. Ik kijk uit over de groene, tropische tuin van het hotel. Een tiental meter verderop zit een jonge werknemer van het hotel, gekleed in een kakikleurig uniform, gehurkt het gras bij te knippen. Ik schuif de gordijnen weer dicht en loop naar de badkamer om me te gaan douchen.


Na het douchen loop ik terug de kamer in en rommel wat in mijn koffer, op zoek naar mijn zwembroek. Ah, daar is ie al. Ik trek m'n zwembroek aan, kies daarna nog een T-shirtje uit de koffer voor na het zwemmen en verlaat dan mijn hotelkamer. Het eerste wat me opvalt als ik naar buiten stap, is de abrupte overgang van de koele, ge-airconditioneerde kamer atmosfeer naar de aangenaam aanvoelende, ochtendwarme buitenlucht. Op mijn gemakje slenter ik over een smal, betegeld pad door de lommerrijke hoteltuin en ik weet ditmaal de weg naar het zwembad in ene keer, zonder te verdwalen te vinden. Het zwembad ligt er nagenoeg precies zo bij zoals ik het een paar maanden terug thuis op de tv heb gezien: compleet met de rij palmbomen voor een bamboe omheining die de hoteltuin van het strand scheidt, met daarachter de kalme Bali Zee. Dit, wat ik nu zie, is echter drie-dimensionaal en bovendien nog eens verrijkt met vollere kleuren, geluiden en geuren. Ik voel met een voet de temperatuur van het water en duik dan het zwembad in om er mijn baantjes te gaan trekken.

Na een baantje of twintig hijs ik me weer op de kant en loop naar een even verderop gelegen open douche om het chloorwater van me af te spoelen. In het gras langs de rand van het zwembad staan een tiental ligstoelen opgesteld met op elk ervan een keurig opgevouwen, schone witte badhanddoek. Ik pak de dichtbij liggende handdoek, droog me er mee af en trek dan het T-shirtje aan dat ik van mijn hotelkamer heb meegenomen. Aan de andere kant van het zwembad ligt het open restaurant van het hotel en ik zie dat er al enkele gasten zitten te ontbijten. Ik heb trek gekregen van die baantjes dus ik begeef me er langs het zwembad naar op weg om er ook mijn ontbijt te gaan gebruiken.

Het ontbijt bestaat uit een lopend buffet, waarbij je kunt kiezen uit Indonesische en Europese gerechten. Er is nasi goreng met een spiegeleitje, toast met boter, enkele soorten jam, kaas en ham, er liggen croissantjes en gekookte eieren en je kunt kiezen uit koffie, thee, mineraalwater en drie soorten vruchtensapjes. Ik pak een bord van de stapel en neem een paar sneetjes toast met boter, aardbeienjam en kaas, een jus d'orange en een kopje zwarte koffie. Ik kijk even rond, op zoek naar een fijn tafeltje. Een Balinees serveerstertje ziet me rondkijken en begeleidt me naar een tafeltje dat aan de rand van het open restaurant staat met een mooi uitzicht op het zwembad en de tuin. Met een glimlach wenst ze me een smakelijk ontbijt toe.

Ik geniet van mijn ontbijt en als ik mijn kopje koffie heb uitgedronken, vraagt het serveerstertje me of ik misschien nog een bakje lust? Graag, knik ik, en even later serveert ze me mijn tweede kopje koffie. Ik stel me aan haar voor. Ze antwoordt dat zij Ratni heet en dat ze van Tejakula is, een stadje dat een kilometer of veertig ten oosten van Lovina ligt. Ik vertel haar dat ik daar nog nooit ben geweest en vraag haar of het een grote stad is. Ze antwoordt van niet en voegt eraan toe dat ze van plan is om morgen naar Tejakula terug te gaan, omdat daar dan een belangrijk tempelfestival plaatsvindt. Wellicht heb ik zin om met haar mee te gaan? Ik heb niet veel bedenktijd nodig en antwoord dat ik graag met haar mee ga om dat tempelfestival bij te wonen. Ze glimlacht verheugd om mijn positieve reactie en vraagt me dan of ze, als ik daar tenminste geen bezwaar tegen heb, met me mee kan rijden, omdat ze anders met ‘de bemo' zou moeten.

Bemo's zijn een vorm van openbaar vervoer, minibusjes die geschikt zijn voor zo'n acht personen maar die meestal het dubbele aantal vervoeren, plus nog eens bagage in alle soorten en maten, manden en zakken koopwaar, ja zelfs vaak ook nog eens pluimvee. Bemo's volgen vaste routes over korte afstanden zonder vaste stopplaatsen onderweg, met uitzondering dan van het begin- en het eindpunt van de bemo. Je geeft onderweg gewoon aan waar je eruit wilt door de chauffeur op zijn schouder te tikken. Andersom kun je een bemo op elk willekeurig punt van de route aanhouden door je rechterarm, gestrekt en met de handpalm naar beneden gekeerd, op en neer te bewegen, wat door de bemochauffeur als een ‘stop-ik-wil-mee' teken wordt geinterpreteerd. Over grotere afstanden is reizen per bemo meestal een tijdrovende zaak, waarbij niet zelden verschillende keren dient te worden overgestapt, met op minder drukke routes vaak lange wachttijden voordat een bemo van zijn beginpunt vertrekt.

Grootmoedig knik ik van ja, uiteraard is het voor mij geen probleem om voor geschikt transport te zorgen en natuurlijk kan ze met me meerijden. Ze knikt weer verheugd en zegt dat we dan om vijf uur 's middags moeten vertrekken. Daarna loopt ze glimlachend, met een “tot morgen” naar een tafeltje waaraan zojuist een stel net binnengekomen ontbijtgasten is neergestreken.

Ik verlaat met een voldaan gevoel het restaurant en loop langs het zwembad terug, in de richting van de opening in de bamboe omheining die toegang geeft tot het strand. Ik heb zin om na dat heerlijke ontbijt een lekkere strandwandeling te gaan maken. De zon is inmiddels al een stuk hoger de hemel ingeklommen en voelt nu reeds behoorlijk heet aan op mijn blote huid. Als ik door die opening in het hek het strand op ben gestapt, sta ik even stil om om me heen te kijken. Een vijftiental meter voor me ligt een spiegelgladde, vlakke Bali Zee. Er is nauwelijks enige golfslag op te onderscheiden. Vanuit zee waait zachtjes een heerlijk verkoelend briesje. De branding, indien je dat tenminste nog zo kunt noemen, manifesteert zich deze ochtend op een kalm aanrollende, bijna kabbelende manier, waarbij het water zachtjes ruisend het donkergekleurde zand van het strand op en af rolt. Een meter of tien rechts van me, in de schaduw van een op het strand groeiend boompje dat een breed dak van grote, groene bladeren heeft, zie ik een groepje van zo'n stuk of zes Balinezen zitten naast een gammel, blauwgeschilderd houten bankje waarop enkele grote plastic tassen staan. Zodra ik het strand ben opgestapt, komen ze in beweging en lopen op me af.

“Hello, what your name?” – “You buy sarong? I hap many color!” – “Buy watch, real Rolex, perry cheap, morning price!” – “Where you prom? - “Come see dolpin tomorrow six o'clock with me, captain Nyoman boat twelp” – “Massaas? You take massaas ok?” – “How long you stay?” - “You married?” - “You buy with me ok? Special price, good por you, good por me!”

Mijn hoofd tolt van links naar rechts en weer terug, onmogelijk om al die vragen tegelijk te beantwoorden of te pareren. “Maybe later ok? Ik ben net pas aangekomen!”, zeg ik, en loop vervolgens over het strand in de richting van de waterlijn, waarbij ik op de hielen wordt gevolgd door het groepje strandverkopers. Hier en daar zie ik op het strand mooie, prachtig gevormde schelpen liggen. (onderstaande foto's: www.adiramabeachhotel.nl).

Ik ga op het strand zitten en de strandverkopers strijken naast mij neer. Ik krijg geen enkele kans om van het uitzicht over de Bali Zee te genieten want de strandverkopers eisen voortdurend al mijn aandacht op. Uiteindelijk zwicht ik en koop een sarong, ik beloof Nyoman om morgenochtend zes uur met hem de zee op te gaan om er dolfijnen te kijken en ik laat me op het strand masseren.

Tijdens de massage praat ik wat met Wayan, de dame die me zojuist een sarong wist te verkopen. Ze vertelt me dat ze samen met haar man Ketut en hun twee kinderen Juli en Jul in de wijk ‘BTN' van het dorpje Banyualit woont, vlak bij het hotel aan de andere kant van de hoofdweg. Haar man is al jarenlang gids-chauffeur, zegt ze, en hij weet heel veel over Bali te vertellen. Dus als ik tijdens mijn vakantie transport nodig heb om uitstapjes te gaan maken..... Ik vertel haar dat dat heel goed uitkomt omdat ik juist van plan was om morgen naar Tejakula te gaan, om er samen met Ratni, een serveerstertje dat in mijn hotel werkt, een belangrijk tempelfestival bij te wonen. Om vijf uur in de middag dienen we te vertrekken. Wayan knikt verheugd en zegt dat ik me geen zorgen hoef te maken, haar man zal op tijd klaar staan om ons bij het hotel op te halen.

Ik loop terug over het strand en stap door de opening in de bamboe omheining weer de hoteltuin in. Dat is dan alvast mooi voormekaar, denk ik bij mezelf, mijn transport naar Tejakula is geregeld. Tevreden volg ik het smalle pad door de tuin terug naar mijn koele kamer om daar wat te relaxen. Later op de middag kan ik wellicht wat meer van de omgeving gaan verkennen.


© Dewaputra

> Lees verder: "De warungs van Binaria"

Wil je meer weten over Bali? Kijk dan op mijn website, https://www.wonderfulbali.com

Hierop staan veel interessante artikelen en mooie slideshows.

 

Hou je ook van reisverhalen schrijven of gewoon gezellig lezen en delen ? Meld je aan en deel mee vanaf het moment dat je bent aangemeld 

Wordt gratis lid en ontvang een aantrekkelijke startbonus.

 
 



expand_less

Meest gestemde posts



expand_less

Recente posts



expand_less

Volgers



expand_less

Collecties