Een afschuwelijk heerlijk geurspoor


Een mogelijke episode van een vervolgverhaal in het kader van twee schrijfuitdagingen

 

Ik schrik wakker uit een verontrustende droom. M’n zuster kwam er in voor. Ze fluisterde in mijn oor dat een hele troep raar uitgedoste inbrekers hier heimelijk binnen was gedrongen om m’n gekoesterde, dierbare spulletjes te jatten. Die inbrekers waren allemaal zo zwart als de nacht, op hun leider na. Dat was een ouwe vent met een lange witte baard. Gelukkig was het maar een droom. Ik slaak een zucht van verlichting. 

Maar wacht eens, wat ruik ik? Een afschuwelijk heerlijke geurenmix van pepernoten en Old Spice... Zou het dan toch geen droom geweest zijn? 

Ik werp de met verkeersborden bedrukte oude deken die ik als sprei gebruik van me af. Gehaast en vol adrenaline controleer ik of alles nog aanwezig is. Een mandje met rotte tomaten, een bord met bedorven gehakte biefstuk, een trommeltje met beschimmelde lange vingers…. Zo te zien lijkt alles nog gewoon present te zijn.  Ik voel me weer een beetje gerustgesteld.

De adrenaline is alweer voor een groot deel gezakt, als ik opeens merk dat die kratjes met flesjes drank verdwenen zijn. 

Ik slinger een rauwe kreet de lucht in die echoënd door het rotsachtige dak van mijn onderkomen weerkaatst wordt. Ik ben bestolen! En dat laat ik natuurlijk niet op me zitten! Ik zal ze krijgen, wie het ook geweest zijn. Ze kunnen nooit ver weg zijn. 

Voor ik op pad ga, prop ik snel nog even wat van die heerlijke bedorven gehakte biefstuk in mijn mond. En ik neem ook nog een paar tomaten mee voor onderweg. Dan stuif ik volle vaart de donkere tunnels in. Licht heb ik niet nodig, want ik ken de weg hier op m’n duimpje. Het enige wat ik hoef te doen, is dat afschuwelijk heerlijke geurspoor te volgen.


© Dewaputra

Lees verder:

 

Bovenstaand relaas, wat best wel een een episode van een vervolgverhaal zou kunnen zijn, past in de schrijfuitdaging van december van Hans van Gemert.

 

Dit verhaal is verweven met het vervolgverhaal 'De Fles' van Peerke 79, waarbij bovengenoemde Hans van Gemert ook met een eigen versie is ingesprongen