Chez Jean-Pierre


In de keuken van een gezellig klein bistrootje in het Parijse Montmartre legt chef-kok Jean-Pierre de laatste hand aan een herfsteikeltjessalade die door een van zijn meest voorname gasten is besteld. Vanaf een afstandje bekijkt hij eerst nog even goedkeurend de opmaak van dit bijzonder exclusieve gerecht, alvorens hij met een servet over de mouw van zijn smetteloze kokskostuum de keuken verlaat om persoonlijk de salade aan het tafeltje van Freule de Laeielier te gaan serveren.

Freule de Laeielier is een excentrieke oude dame die graag dunne sigaartjes rookt. Naast haar wijnglas liggen twee gespikkelde keitjes uit St. Tropez, een herinnering aan haar overleden echtgenoot die ze daar voor het eerst had ontmoet.

“Kijkt u eens freule, uw salade.”

“Dank je, Jean-Pierre.”

Dan gaat de deur van de bistro open. De stormachtige wind blaast ritselend enkele dorre bladeren naar binnen.


© Dewaputra | afbeelding: unsplash.com (bewerkt)

Lees verder: "Zoals u wenst, meneer" (Hans van Gemert)

Normaalgesproken zou bovenstaande episode van het vervolgverhaal in de 140w schrijfuitdaging van de lopende maand (september 2019) passen, maar helaas is er voor deze maand geen officieële 140w schrijfuitdaging uitgevaardigd. Vandaar dat deze episode geschreven is in het kader van de 140w schrijfuitdaging van september 2018, toen het verplichte woord 'herfststorm' was.

Intussen bij onze hoofdrolspelers:

"Stel je voor dat het gaat lekken, dan verzuipen we" - bij Cornelis, Sjaan en de ober in de Eurostar

"Ik krijg er de kriebels van" - bij Gerrit en Lou op Gare du Nord (Hans van Gemert)

"Nou, dat water wordt niet warm hoor" - bij Mike en Sheila in een Frans hotelletje

"Er is trouwens nog wel een probleempje"- bij onze drie politievrienden en ome John op vliegveld Orly