Daar moeten we van profiteren


Dit ging hieraan vooraf:

 

“Allemaal, bedoelt u?”

“U hoort toch wat ik zeg, ober? Als ik allemaal zeg, bedoel ik ook allemaal.”

“Maar natuurlijk mijnheer. Maar behalve deze setjes hier, zijn er nog een aantal. Wilt u die dan ook?”

“Die andere setjes ook, ja. Ik wil ze allemaal.”

“Ik ga het direct voor u regelen, mijnheer.

De ober verdwijnt naar de bar waar Alphonse de lepels glimmend staat op te poetsen.

“Alphonse, die rare verklede Nederlanders willen alle stenen hebben!”

“Is het heus? Daar moeten we van profiteren! Vertel ze dat de stenen over twintig minuten voor ze klaar liggen in de garage. Ik ga snel aan het werk.”

Alphonse verdwijnt naar buiten en de ober vertelt agent Storm, die een kop koffie bij het buffet staat in te schenken, dat hij de stenen over twintig minuten in de garage kan komen ophalen.

 

“Het is geregeld, commissaris. Over twintig minuten liggen de stenen voor u klaar in de garage.”

“In de garage? Wat is dat nu weer voor flauwekul? Zijn ze soms helemaal stapelgek geworden?”

“Ik weet het ook niet hoor, maar dat zei de ober.”

“Hm, nu ja. Misschien is dat maar goed ook, want op die manier zien de boeven niet dat wij stenen gekocht hebben. Goed geregeld, Storm.”

“Bedankt voor het compliment, commissaris.”

[Twintig minuten later]

“De stenen liggen inmiddels voor u klaar in de garage. Zal ik de kosten op uw rekening bijschrijven?”

“Doet u dat maar, ober, dat is wel zo makkelijk inderdaad. Storm, ga naar de garage en zorg ervoor dat de stenen ongezien op mijn kamer komen. Die boeven mogen niets merken. Hier heb je mijn sleutel.”

“Komt voor elkaar commissaris, u kunt op me rekenen.”


© Dewaputra | afbeelding: youtube.com

verhalen

Lees verder:

 

Bovenstaande dubbele episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden uitdaging van oktober van FrutselenindeMarge (zie hieronder), waarbij een verhaal van precies 140 woorden dient te worden geschreven dat het verplichte woord 'stapelbed' bevat (mag ook in delen). [ Klik voor meer informatie ]