Die deprimerende blik van je verpest m'n feeststemming


Agent Storm verlaat het toilet en stapt het keukentje binnen. Daar zit collega Polleman met een glas whisky in z’n hand z’n broek droog te föhnen.

“Zo Polleman, ik dacht dat de stewardess je apart had gezet.”

“Zoals je ziet heeft ze dat ook, Storm. Kom er gezellig bij en neem ook wat te drinken. En kijk alsjeblieft wat vrolijker want die deprimerende blik van je verpest m’n feeststemming.”

Agent Storm schenkt zichzelf een beker cognac in en neemt een flinke teug.

“Er staat ook wat te eten.”

“Kouwe kip met rijst… Daar loopt het water me nou niet echt van in de mond.”

“Dat vond ik ook. Heeft de commissaris z’n stenen al terug?”

“Ehh… nee, nog niet.”

“Pas maar op dan. Die sigarenrokende vriend van Sheila met z’n grijpgrage vingers heeft net een poging gedaan me te fouilleren.”


© Dewaputra | afbeelding: unsplash.com

Bovenstaandende episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden schrijfuitdaging van augustus van FrutselenindeMarge. In deze uitdaging dient een verhaal van precies 140 woorden te worden geschreven waarin het woord 'waterfeest' (al dan niet in delen) is verwerkt.

Intussen bij de overige hoofdrolspelers:

"Niet bepaald een feestmaaltijd" - bij agent Polleman in het keukentje van het vliegtuig

"Stel je voor dat het gaat lekken, dan verzuipen we" - bij Cornelis, Sjaan en de ober in de Eurostar

"Dat is verdacht" - bij Gerrit en Lou, elders in de Eurostar

"Maar nee, zo'n hotel zijn we niet" - bij Sheila en John (Hans van Gemert)