Een oude bekende duikt op


Ik bevind me in een ondoordringbare duisternis. Het is zo donker dat ik geen hand voor ogen kan zien. Op de tast zoek ik naar een lichtknopje, maar het enige dat mijn handen voelen, is een schilferige en vochtige, ruw-metalen wand.

Terwijl ik langzaam vooruit schuifel, voel ik dat ik tot aan m’n enkels door ijskoud water loop. Het ruikt hier bovendien verre van aangenaam. Als ik zo voorzichtig een paar minuten gelopen heb, schiet ineens een oogverblindende lichtflits langs me heen.

In het korte moment dat alles verlicht is, zie ik dat ik me in een riool bevind. Ik zie ook dat ik bedekt ben met een vieze laag slijm. Mijn handen en voeten zien er klauwachtig uit. Ik schrik me rot, maar op hetzelfde moment krijg ik de geruststellende gedachte dat ik dit al eens eerder heb meegemaakt.

Eerst maar eens uit dit riool zien te komen. Boven me hoor ik de wind ijzig gieren en ik voel hoe het begint te druppelen. Ik kijk omhoog en zie de spijlen van een putdeksel waar tussendoor regenwater en daglicht het riool invalt. Zo te zien is het boven rotweer. 

Ook zie ik nu een roestig laddertje dat via de schachtwand omhoog naar het putdeksel leidt. Ik hijs me op aan de spijlen en klim omhoog. Ik hoop dat het putdeksel niet vastgeroest zit, want dan zou ik weer terug het riool in moeten.

 Na wat wrikken komt er beweging in en kan ik het opzij schuiven. Voorzichtig gluur ik over de rand. Ik zie een straat met kinderhoofdjes. Even verderop aan de wand van een gebouw, zwiept een uithangbord piepend in haar hengsels in de wind heen en weer.


© Dewaputra

 

Het bovenstaande telt precies 280 woorden en past in de 140w uitdaging van november 2019 van FrutselenindeMarge, als ook ik de schrijfuidaging van november 2019 van Hans van Gemert.