Gelukkig had ik een veiligheidsspeld bij me


Dit ging hieraan vooraf:

 

Ik voel in mijn zakken of ik niet iets bij me heb waarmee ik het doosje zou kunnen openen. Een smartphone, wat losse munten, een stukje gerafeld touw, een sleutelbos waar minstens tien sleutels aan hangen en een veiligheidsspeld. Meer zit er niet in mijn zakken. 

De sleutels die aan de sleutelbos hangen zijn allemaal veel te groot, daar gaat het zeer zeker niet mee lukken. Zou ik met die veiligheidsspeld wellicht iets kunnen uitrichten? Zou het me misschien lukken om daarmee het slotje open te peuteren? Ik heb zoiets nog nooit eerder gedaan, maar het valt natuurlijk altijd te proberen. 

Met de scherpe punt van de veiligheidsspeld peuter ik hoopvol in het slotje. Na even proberen hoor ik ineens een zachte [klik]. Ik duw met mijn duimen tegen de rand van het deksel en warempel, het doosje gaat open.


© Dewaputra

 

Bovenstaandende episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden schrijfuitdaging van juni van FrutselenindeMarge. In deze uitdaging dient een verhaal van precies 140 woorden te worden geschreven waarin het woord 'zeemeermin' (al dan niet in delen) is vewerkt