Hoe zien ze eruit?


Dit ging hieraan vooraf: 

Mijn handen aan vol

Hans van Gemert
 

De telefoon van ome John begint te rinkelen. Een zeer welkome onderbreking, vindt agent Storm. Dat stelt hem mooi in de gelegenheid om nog zo’n heerlijk biertje te bestellen.

Ome John vist een ouderwets uitziend mobieltje uit z’n zak. Agent Storm schat dat het een model is van minstens 10 jaar geleden, als het niet meer is.

“Ja hallo, ome John hier.”

[…]

“Oh, ben jij het.  Wat ken ik voor je doen?”

[…]

“Da’s ook toevallig, ik had het net nog over d’r. Maar ken ze dat zelf niet doen dan?”

[…]

“Oh, jullie rijden rond in de auto. Nou ja, ik ken me ogen wel open houden natuurlijk, dat ken geen kwaad. Hoe zien ze eruit?”

[…]

Ome John laat zijn telefoon zakken en kijkt argwanend naar agent Storm die net z’n biertje aangereikt krijgt van de barman.


© Dewaputra | afbeelding: unsplash.com

 

Deze episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden schrijfuitdaging van juni van FrutseleniBovenstaandendeMarge. In deze uitdaging dient een verhaal van precies 140 woorden te worden geschreven waarin het woord 'zeemeermin' (al dan niet in delen) is vewerkt