Ik heb vliegangst


“Ze rijden zo te zien naar Gatwick.”

“Ze zijn vast van plan om met het vliegtuig naar Parijs te gaan.”

“Dan ga ik niet mee hoor, dank je feestelijk. Ik heb vliegangst.”

“Nou, dan zetten we John toch af bij het vliegveld en dan gaan wij met de trein. John kan dan mooi een oogje op ze houden.”

“Prima. Dan nemen wij met de Mini de autotrein, dan hebben we gelijk transport als we aankomen.”

“Lukt je dat dan wel, rechts rijden? Want ze rijden allemaal rechts hoor, daar in Frankrijk.”

“Zo moeilijk zal dat toch niet zijn?”

“Dat hoop ik dan maar. Waar in Parijs zien we elkaar straks weer?”

“John moet maar even bellen zodra hij weet waar die Intellers logeren.”

“Hopelijk nemen ze een hotelletje met uitzicht op de Eiffeltoren, of aan het water van de Seine.”


© Dewaputra | afbeelding: unsplash.com

Nadat onze drie politievrienden op het vliegveld zijn gearriveerd:

"Koffie, inspecteur?" (Hans van Gemert)

Bij de Eurostar, bij Cornelis, Sjaan en hun neef de ober:
"Gaat ie onder het water door?"

Bovenstaandende episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden schrijfuitdaging van augustus van FrutselenindeMarge. In deze uitdaging dient een verhaal van precies 140 woorden te worden geschreven waarin het woord 'waterfeest' (al dan niet in delen) is verwerkt.