Waar heb je die kledingtas gelaten, Polleman?


Dit ging hieraan vooraf:

 

“Dat is Sheila die daar bij de Starbucks de ramen staat te zemen commissaris. ”

“Dan kunnen we gevoeglijk aannemen dat zij het voorwerp van de geheime overdracht dus ook niet heeft. En dat versterkt ons vermoeden dat het in het bezit moet zijn van een van die Zeesterbandieten.”

“Kijk, daar even verderop staat haar Mini. Daar zal die wrattenneus wel in zitten.”

“Ze hebben natuurlijk een vluchtauto nodig voor als ze het voorwerp weten te veroveren.”

“Misschien is het beter als ik alleen naar binnen ga, commissaris.”

“Hoezo, waarom wil je alleen naar binnen?”

“Nou, ik heb gewone kleding aan dus ik wordt nu niet meer herkend. Maar u heeft zich nog niet verkleed en uw vermomming is inmiddels bij iedereen bekend.”

“Verdorie, je hebt gelijk. Waar heb je die kledingtas gelaten, Polleman?”

“Die staat nog in de zonnestudio.”


© Dewaputra | afbeelding: unsplash.com

 

Intussen bij de overige hoofdrolspelers:

Hij moet het hebben

bij Gerrit, Lou, Cornelis, Sjaan en de neef in de Starbucks

Het wordt weer eens tijd

bij agent Storm en ome John in café Elisabeth | Hans van Gemert
 

Bovenstaandende episode van het vervolgverhaal past in de 140 woorden schrijfuitdaging van juni van FrutselenindeMarge. In deze uitdaging dient een verhaal van precies 140 woorden te worden geschreven waarin het woord 'zeemeermin' (al dan niet in delen) is verwerkt.